Gracieuze Amphytrion in lichtvoetige regie

Voorstelling: Amphytrion van Molière door Theater het Amsterdamse Bos & InDependance. Vertaling: Martine Vosmaer; decor en kostuums: Arien de Vries; regie: Frances Sanders; spelers: Bodil de la Parra, Geert Lageveen en Erik de Vogel. Gezien 18-12 Schouwburg, Arnhem. Tournee t-m april '92.

Een ronde lichtcirkel op de grond, waar de god van de reizenden Mercurius aandachtig op neerkijkt, creëert een enorm ruimtelijk effect. Hier blikt een god vanuit zijn verheven plaats naar de aarde. De twee minuscule decorschermen in de lichtplek zijn een replica van de grote links en rechts op het podium. De schermen zijn groen geverfd, doorschoten met zonnestralen. Ze verbeelden de bosschages die van de aarde een locus amoenis maken.

In de diepte heeft Alcmene zojuist afscheid genomen van haar echtgenoot, Amphytrion. Hij moet naar het slagveld. Oppergod Jupiter ziet zijn kans schoon om, in de gedaante van de verdwenen veldheer, Alcmene een nachtelijk bezoek te brengen. Zij ontvangt hem met alle overgave en passie, die een man zich maar kan denken. Ze verkeert in de even gelukzalige als noodlottige veronderstelling dat zij werkelijk met haar gemaal het bed deelt.

Amphytrion (1668) van Molière is een feestelijk intrigespel vol dubbelrolen, maskerades, ontknopingen. Frances Sanders sneed de komedie op maat van twee acteurs en een actrice. Wat in Molière's tijd voor blijspelen een vast gegeven was, namelijk de lotgevallen van hooggeplaatste personages in die van lagere te weerspiegelen, concentreert zich hier in rollen zelf. Niet alleen Amphytrion heeft in Jupiter zijn dubbelganger, ook de goddelijke boodschapper Mercurius krijgt in Amphytrions knecht Sosias zijn evenbeeld. Het maakt de verwarring groter, en het toneelspel van Bodil de la Parra, Geert Lageveen en Erik de Vogel des te aantrekkelijker.

Kan een echtgenoot ook een minnaar zijn? Of is een vaste verbintenis dodelijk voor de liefde? Aan het slot staat Alcemene (Bodil de la Parra) ingeklemd tussen twee Amphytrions, haar man enerzijds en haar minnaar anderzijds. Het lijkt voor haar, pasgehuwde jonge vrouw, een onmogelijke keuze. Dank zij de geheimzinnige en tegelijk zelfbewuste speelstijl van Alcmene laat zij een werkelijke beslissing achterwege. Toch heeft de regie met behulp van een eenvoudig rekwisiet al het antwoord gegeven: toen Jupiter haar beminde, brandden er kaarsen. Diezelfde kaarsen die gedoofd waren bij terugkeer van haar echtgenoot. In woorden blijft de oplossing van het morele dilemma achterwege, maar niet in de regieaanwijzing.

Alles in deze heerlijke Amphytrion is aangeraakt door een lichte toets. De vertaling houdt fraai het evenwicht tussen spreektaal en poëzie. De acteurs en actrice maken van hun rollen (zeven in totaal) pure, elegante comedy. Het spel is gracieus en ernstig; zonder een aarzeling krijgt de onwaarschijnlijke verwikkeling haar beslag. Vreemd is dat het stuk tot drie keer toe een volwaardig einde lijkt te krijgen, en dan telkens nog een scène biedt. Op ongeveer driekwart van de voorstelling is de spanningsboog eigenlijk afgerond. Een verhoging van het tempo, wat voor een komedie geen zonde is, zou de reeks intriges ten goede komen.

Alcmene, om wie alles draait, spreekt aan het slot krachtige woorden. De romanticus Heinrich von Kleist, die dit klassieke gegeven ook bewerkte, maakte van haar rol een heilig-ernstig vertoog over de reinheid van de echtgenote. Zo niet Molière, toch al een auteur van zelfstandige vrouwelijke personages. De op haar man wachtende Alcmene heeft ook recht op een minnaar. Eigenlijk wil zij dat een echtgenoot eeuwigdurend een minnaar is, maar dat is onmogelijk.

Dit onoplosbare dilemma krijgt in de regie van Frances Sanders een even lichtvoetige als overtuigende uitwerking. De spil is Bodil de la Parra als Alcmene, een rol vol tegenstellingen. Ze is afwachtend en begerend tegelijk. In haar bloedrode jurk en met fluweelzwarte pumps aan, met een enkel gebaar en een veelzeggende blik, vertolkt ze een onweerstaanbare rol. Misschien zijn die twee Amphytrions haar nog te weinig.