"Geen wet, geen grondwet, de enige wet is de wet van God'; Algerijnse moslims vieren feest

ALGIERS, 27 DEC. Nog maar vier dagen geleden belegde het FIS (Front van de Islamitische Redding), een massa-bijeenkomst in een stadion in Algiers, waaraan meer dan 100.000 mensen deelnamen die op aandrang van hun leiders schreeuwden: “Geen grondwet! Geen wet. De enige wet is de wet van God.”

Afgelopen nacht werd er op straat in de FIS-bolwerken van Algiers - Bab el-Oued, Kouba, Bachdjarrah en Hussein Dey - feest gevierd. De vrouwen hieven hun traditionele joe-joe-geroep aan, de mannen feliciteerden elkaar met de kreet Hamdulillah, God zij gezegend.

Tevoren hadden tientallen FIS-aanhangers bij verscheidene stemlokalen, in navolging van hun leiders, verzekerd dat als het FIS niet ten minste 70 procent zou halen, dat zou betekenen dat de verkiezingsuitslagen “door de dieven en moordenaars” (dat wil zeggen president Chadli Benjedid en de FLN-regering) vervalst waren.

Als de trend van de afgelopen nacht zich doorzet en het FIS werkelijk de nieuwe regering zal vormen, volgt Algerije daarmee de anti-Westerse weg van Iran en Soedan. Dat zal niet alleen ernstige consequenties hebben voor Algerije's economische betrekkingen met het buitenland, maar ook vrijwel zeker heel Noord-Afrika nóg instabieler maken dan het al is. De machthebbers in Tunesië en Marokko kijken in gespannen afwachting naar hetgeen in Algerije gebeurt. Voor hen staat een FIS-regering in Algiers gelijk met het luiden van de doodsklok voor henzelf.

Niet voor niets waarschuwde premier Ghozali vlak voor het sluiten van de verkiezingscampagne dat “wat er in Algerije gaat gebeuren, van invloed zal zijn op het Afrikaanse continent en de Arabische wereld”. Hij vergeleek het FIS met de neofascistische partij van Le Pen en riep de kiezers op “niet voor de partij van het geweld te kiezen”.

Niet voor niets waarschuwde president Chadli Benjedid de kiezers tegen “avonturisme en anarchie van de huichelaars, leugenaars en andere charlatans” en kondigde hij aan dat hij als president de plicht heeft om de wil van het volk, alsmede de (door het FIS verfoeide) grondwet te eerbiedigen.

Aan de tweede ronde van de parlementsverkiezingen op 16 januari zullen de twee kandidaten deelnemen, die als overwinnaars uit deze eerste ronde uit de bus komen, maar die geen absolute meerderheid in hun kiesdistricten (meer dan 50 procent) hebben behaald. In FLN-kringen hoopt men tegen die tijd voldoende krachten tegen het FIS te hebben gemobiliseerd om de wraak van de Partij Gods op allen die haar weg niet volgen te ontgaan. Of die verwachtingen zullen uitkomen, staat nog te bezien: de tegenstanders van het FIS blijken zich maar al te vaak te vergissen. Geen van hen verwachtte of voorspelde nu al de huidige politieke lawine.

Voor de eerste maal was er écht sprake van vrije, open en eerlijke parlementsverkiezingen - in overeenstemming met de beloften van de regering-Ghozali. Bezoeken aan tientallen stemlokalen gaven alle hetzelfde beeld: dat de regering zich inderdaad als een “neutrale organisator” had opgesteld en de loop van de verkiezingen niet probeerde te beïnvloeden.

Het verloop werd nauwkeurig gecontroleerd door waarnemers van de oppositiepartijen. In elk van de 31.901 stembureau's werden de controleurs toegelaten van maximaal vijf verschillende partijen. Nauwlettend volgden zij de gang van zaken.

De regering onderstreepte haar imago van neutraliteit door aan de controleurs van de oppositiepartijen die zelf niet over vervoer beschikten, regeringsauto's ter beschikking te stellen, zo vertelde wali Baba Ali, de prefect van de provincie Medea.

De kiezers moesten hun oproep en hun identiteitskaart tonen, daarna kregen zij een afgestempeld stembiljet en een lichtblauwe enveloppe, alvorens in het stemlokaal te worden toegelaten. Zij brachten hun stem uit achter een gordijn in één van de duizenden klaslokalen die als verkiezingscentra waren ingericht. Het stembriefje werd in de enveloppe gevouwen en in een glazen stembus gedeponeerd, die van twee sloten was voorzien.

Twee verschillende leden van het kiesbureau beschikten over twee sleutels en mochten pas gezamenlijk de stembussen 's avonds na zeven uur openen, waarna de lading op een tafel werd gedeponeerd. Rond de tafel zaten de leden van het stembureau, de waarnemers van de verschillende politieke partijen en zelfs buitenlandse journalisten. Zij allen delibereerden met elkaar welke stemmen ongeldig waren.

Over de ongeldigheid kon men van mening verschillen. In Bab el-Oued, waar het FIS overweldigend won, mocht ook ik gisteravond als waarnemer mijn mening geven over een uitgebrachte stem voor het FFS die niet duidelijk in de vorm van een kruis was. De tafelronde, die haar taak zeer serieus opvatte, besloot na enige discussie de aanvankelijke uitspraak “ongeldig” in een “geldig” te wijzigen omdat de stemmer waarschijnlijk oud en beverig was geweest.

Een andere stem, ditmaal voor het FIS, werd eveneens na enige discussie toegelaten, hoewel één lijn van het kruis net even buiten het hokje viel. Verder werden alle andere kiesbiljetten die niet aan de strikte normen voldeden, afgekeurd. Veel kiezers bleken niet te weten dat zij maar één partij mochten aankruisen en dat hun kruisje precies binnen het vakje van hun keus moest blijven.

Reeds overdag bleken vele kiezers grote problemen met de ingewikkelde stemprocedure te hebben, ook al omdat bijna 43 procent van de Algerijnse bevolking (in totaal 25 miljoen zielen) analfabeet is. In enkele gevallen werden grootouders door hun kinderen of kleinkinderen naar de stemlokalen geleid; de jongeren moesten dan aan oma en opa uitleggen welk hokje zij dienden aan te kruisen.

Maar in feite was die hulp verboden, want de wet schrijft voor dat niemand naar het stemhokje mag worden begeleid en worden voorgeschreven wat hij of zij moet stemmen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1990 luidde namelijk één van de beschuldigingen aan het adres van het FIS dat deze partij oude en minder valide mensen “de juiste keus” had opgedwongen.

Het stemmen was voor veel kiezers bijzonder ingewikkeld omdat de politieke partijen en-of de onafhankelijke kandidaten in elk kiesdistrict verschillende nummers hadden gekregen. In het ene kiesdistrict was bij voorbeeld de FIS-kandidaat nummer elf op het stembiljet, terwijl een klaslokaal (en dus een kiesdistrict verder) zijn FIS-collega op de derde plaats van het kiesbiljet stond.

Dat alles verhinderde echter niet dat de have nots van Algerije gisteren wraak konden nemen. Vorige week maakte het FIS bekend dat “hoewel vrouwen niet het recht hebben zonder geldige reden het huis te verlaten”, er in het geval van de verkiezingen sprake was van overmacht. De vrouwen dienden wel degelijk naar de stembussen te gaan om daar God en Zijn Woord te dienen. Dus deden de vrouwen (56 procent van de bevolking) hun plicht, evenals trouwens de soms zwaar gewapende oproerpolitie die overal in Algiers te bekennen was. Hun aanwezigheid was, zoals een van hun officieren uitlegde, “niet repressief,maar preventief bedoeld”.

“In de oude en zeer vervallen kasbah van Algiers hangt een groot banier: Wees niet treurig. God is met ons. FIS. En maandag zongen de FIS-aanhangers tijdens de grote FIS-bijeenkomst: “Wij gaan met de Koran naar het parlement.” Die beloften lijken thans te zijn uitgekomen.