Er was een tijd dat de duivel zomaar de kamer ...

Er was een tijd dat de duivel zomaar de kamer binnen kon lopen.

Hij kon 's nachts aan de poort kloppen of zich verschuilen onder het ledikant in de gedaante van een pantoffel. De duivel werd vroeger gezien als een personage, dat louter kwaad in de zin had: hij was uit op de ziel. Nu zegt een dominee:"Ik heb bij een aantal catechesanten getest of de duivel nog leefde, Maar er was er maar een die zich het kwaad heel persoonlijk voorstelde." Toch heeft iedereen wel een voorstelling van het kwaad, Zij het niet in de vorm van een mannetje met horens en bokkepoten. "Het boze, dat is de onderkant van de menselijke geest,"zegt Willem Brakman, die met Janet Luis over duistere machten sprak. Doeschka Meijsing schreef een geschiedenis die zich afspeelt in de donkere dagen van december waarin het gegrinnik van de duivel soms duidelijk hoorbaar is en zeven andere schrijvers geven hun portret van de duivel ('een saucijzenbroodje','een heel grote hand','een onopvallende heer in een cafe'). Soms is de duivel zo kwaad nog niet: Gerrit Komrij verdiepte zich in de positieve eigenschappen van de 'man met de vele gezichten'.

Veel vragen over de duivel worden in dit themanummer van het Cultureel Supplement beantwoord: kan men iets tegen hem ondernemen,hoe verhoudt hij zich tot de vrouw, welke rol speelt hij in de bijbel, welke gedaantes kan hij aannemen, hoe maakt hij zich meester van de moderne muziek, manifesteerde hij zich ook in Nederland? Vier beeldend kunstenaars, Titus Nolte, Juul van den Heuvel, Olivia Ettema en Annemarie van Haeringen maakten een afbeelding van degene die meestal onzichtbaar blijft en Roman Piatkovka fotografeerde fantomen.

Na het feest van de licht een Cultureel Supplement vol duisternis.