Een grote bleke hand

Het kwam natuurlijk omdat ze vroeg naar bed was gestuurd, dat ze niet kon slapen.

Het was voor straf. Ze had de taart die mama voor Hansje's derde verjaardag had gebakken gestolen en uitgedeeld aan kinderen in de buurt. Eerst dacht iedereen dat Max, de hond, de taart had opgegeten. Maar de buurvrouw had haar met de taart gezien en die verklikte het. Papa en mama waren boos geweest en zeiden dat ze niet begrepen waarom zij opeens zoveel slechte en gemene dingen deed de laatste tijd.

Het kwam door oma. Die had haar voorgelezen uit een oud boek met grote kriebelige tekeningen. Het was een soort sprookjesboek, maar eigenlijk gingen alle verhalen over iemand die alles zien kon en alles gemaakt had en zich met iedereen bemoeide.

Er was ook iemand met wie hij altijd ruzie had. Hij zag eruit als een toneelspeler in een lange jas, en een gek baardje. Hij keek heel slim en had de poten van een geit, maar dan zwart. Hij had eigenlijk niet echt een naam, hij heette de duivel en oma had gezegd dat hij je kwam halen als je slechte dingen deed. Papa en mama hadden het nooit over zulke dingen, maar oma had er ook duidelijk meer verstand van.

De goeierik in het verhaal heette Heer, maar tekeningen van hem stonden niet in het boek. Ze moest zelf altijd aan papa denken, als ie zei hoe alles moest en wat je aan moest doen als ze ergens op bezoek gingen. Natuurlijk hielp Heer in de verhalen ook mensen, en zorgde voor ze, net als papa.

Ze wilde de duivel wel eens in het echt zien. Oma noemde hem dur duuvel, maar dat kwam omdat ze vroeger op een boerderij had gewoond. In het boek stond duivel.

Als ie kwam, hoefde ze niet echt bang te zijn, dacht ze, want ze zorgde er voor dat ze geen al te slechte dingen deed. Een beetje slecht, dus zonder dat er mensen dood gingen, of huizen afbrandden, of dieren iets overkwam.

Nu lag ze in bed, nogal tevreden over die stunt met de taart. Dur duuvel van oma moest er toch wel op afkomen. Het was nog niet echt donker buiten. Slapen kon ze niet. Ze lag muisstil op haar rug te wachten.

Ze voelde dat het er was, voordat ze het zag. Een gek krampgevoel in haar buik. Het hing voor het raam en kwam dwars door de muur naar binnen.

Een langzaam bewegende, heel erg grote hand. Eén vinger was nog groter danzijzelf. De hand was niet zwart en behaard, maar bleek en glad. Hij kwam steeds dichterbij. Ze zag netjes geknipte, schone nagels.

Het was griezelig, maar het gebeurde zo langzaam en stil dat ze niks zei en geen vin verroerde. De hand kwam op haar af en bleef boven het bed hangen. De vingers bogen en de wijsvinger bleef gestrekt. Even piepte ze van schrik toen die langzaam naar beneden kwam, en op een paar centimeter boven haar pyjama bleef hangen.

Maar de vinger wist niet wat hij verder moest doen. Hij hing daar maar en ze werd steeds minder bang. Na een tijdje pakte ze de vinger vast. Ze schrok, hij was zo licht als een ballon. Hij voelde lauw en glad aan. Ze duwde hem van zich af. Als een stille, lieve hond droop de hand weer af zoals hij was gekomen.

Na het bezoek van de duivel voelde ze zich heerlijk; warm en veilig en trots. Ze drukte haar beer Maikel tegen zich aan en sliep.