Zwervers druk bezet met Kerst

AMSTERDAM, 24 DEC. De agenda van Kees staat rond de Kerstdagen rood van de afspraken: hij weet vrijwel alle plaatsen waar vandaag, morgen en overmorgen gratis kan worden gegeten. “Gisteren was er een maaltijd bij het Streetcornerwork in de Bijlmer, vannacht kunnen we in het Vincentius na de nachtmis gratis ontbijten en op eerste kerstdag kunnen we terecht bij de Doopsgezinde gemeente, waar een Chinees kipgerecht op het menu staat, met een vruchtenschaaltje en twee soorten vla toe”, weet Kees.

Er wordt gedekt voor 120 mensen, maar laatkomers mogen met een bordje op schoot in de kerkbanken zitten. Na het eten volgt er een dienst en een gezellig samenzijn, maar een opportunist kan voor die tijd snel zijn biezen pakken om een maaltijd en een glaasje wijn mee te pikken in de St. Dominicuskerk, waar gedekt wordt voor zevenhonderd alleenstaanden en thuislozen. Of bij de Sisters of Charity, het Leger des Heils, opnieuw het St. Vincentius en de gereformeerde gemeente.

“Je kunt rustig stellen dat het rond kerst party-time is voor thuislozen”, zegt H. Nagel van de gemeentelijke gezondheidsdienst. Een witte kerst wordt echter minder op prijs gesteld. Na de eerste waarschuwing, eind vorige week toen het een paar dagen vroor, maken de thuislozen en de thuislozenzorg zich op voor de winter. “De meesten hebben wel iets geregeld, een kraakpandje zonder verwarming bijvoorbeeld. Pas als het langer dan drie dagen vriest, komen ze tevoorschijn”, zegt Nagel. Anderen slapen in pensions, auto's of gewoon op straat.

Schattingen van het aantal thuislozen in Amsterdam zijn per definitie speculatief. De gemeentelijke instellingen vermoeden dat er een harde kern van zo'n drieduizend personen bestaat. De groeiende stroom illegalen maakt schattingen echter steeds riskanter. Het gaat voornamelijk om Noordafrikanen; de sombere voorspellingen over stromen Oosteuropese illegalen zijn tot nu toe nog geen waarheid geworden. “Ik krijg hier wel eens een enkele verdwaalde Pool”, zegt J. Philips van het St. Vincentiushuis, een opvangcentrum aan de Kloveniersburgwal. “Soms staat er opeens een groep van tien Roemenen voor de deur”, vertelt J. Banning van de Hulp voor Onbehuisden. “Maar het blijft incidenteel.”

Pag.3:

Meeste thuislozen hebben voor de winter een "stekkie'

Dat blijkt ook achter het Centraal Station, op de plaats waar de soepwagen van het Leger des Heils elke vrijdag iets warms uitdeelt. Voor de achteringang staan een kleine vijftig thuislozen omstreeks half elf te wachten op koffie, soep en boterhammen. Meer dan de helft komt uit Noord-Afrika. “Met al die Arabieren komen wij niet meer aan de beurt”, zegt een vrouwelijke junk verongelijkt. Ze weet diezelfde avond echter toch iets voor elkaar te krijgen, door alle papiertjes en bekertjes die de klanten van de soepbus achterlaten te verzamelen en in het water te gooien. Deze poging tot properheid gaat niet ongemerkt voorbij: de heilsoldaten belonen haar met een uitnodiging om bij het aanmeldcentrum aan de Ouderzijds Achterburgwal langs te komen.

Achmed, een illegaal die na een verblijf in de Bijlmerbajes naar Frankrijk was uitgewezen, vond een maand geleden de weg terug naar Amsterdam. Hij doet zijn best er toonbaar uit te zien. “Ik wil werk in Aalsmeer en een eigen huis”, zegt hij. Zijn Nederlands is verstaanbaar, dat heeft hij naar eigen zeggen in de gevangenis geleerd. De volgende dag om half vier heeft hij een afspraak, hij kan misschien meedoen met een cursus Nederlands. “Als ik beter Nederlands spreek, krijg ik een goede baan en word ik legaal”, veronderstelt hij. Uit zijn binnenzak haalt hij een bundel geplastificeerde pasjes en gemeentefolders te voorschijn, maar hij trekt ze schielijk weer terug als hij vermoedt dat zijn achternaam wordt genoteerd. Het leven als illegaal bevalt hem maar matig. “Ik doe hier alles alleen. Ik loop alleen over straat, zit alleen in het St. Vincentius, val alleen in slaap”, klaagt hij. Waarom hij dan naar Nederland is teruggereisd? Hij weet het niet, elders is het nog slechter. Na zijn kop soep loopt Achmed alleen, met het hoofd diep tussen zijn schouders, naar het kraakpandje waar hij tijdelijk terecht kan.

Tom, een oudere jongere met een lange jas, weggerotte voortanden en een onverwoestbaar goed humeur, vindt dat Achmed niet moet zeuren. “Ze laten je hier tenminste niet verhongeren”, zegt hij, en krijgt een tweede kop soep aangereikt. Hij heeft net gegeten bij de Sisters of Charity, de zusters van moeder Theresa die in de Egelantierstraat hun goede werk doen voor de Amsterdamse thuislozen. Maar een kop soep van het Leger was hem de omweg wel waard. Volgens Tom zijn de Noordafrikaanse illegalen “wel toffe gasten, als je ze kent”. “Ze jatten wel veel, maar dat doe ik ook, en ik heb nog een uitkering.”

In de crypte van het St. Vincentius heerst de gebruikelijke stilte. In deze kelder kan iedereen overdag terecht: illegaal, verslaafd, psychotisch of alcoholist. Zolang ze maar geen drugs of drank meenemen en zich een beetje rustig houden. Dat lijkt geen probleem voor de bezoekers. Het merendeel ligt met het hoofd op tafel te dommelen, de anderen staren wezenloos voor zich uit. Alleen oom Arie onderhoudt met pretoogjes iedereen die bij hem aan tafel komt zitten over het nieuws dat hij hier opvangt.

“Die junkies moeten het zelf maar weten”, zegt Arie met een weids gebaar. “Maar ik betaal een gulden voor mijn pilsje, en zij betalen vijftig piek voor zo'n zilverpapiertje. Wie is dan het slimste?” Oom Arie was tot voor kort een treinzwerver. Hij pikt maandelijks zijn toegestane vier dagen onderdak bij het opvangcentrum "De Veste' in Amsterdam op, gaat dan een paar dagen naar een passantenverblijf Den Haag, dan naar Rotterdam, om in het begin van de volgende maand weer in Amsterdam terug te keren. Het enige probleem vormen de conducteurs, want het spreekt vanzelf dat Arie niet voor zijn kaartjes betaalt. Hij laat zijn boetes oplopen tot het moment dat hij veroordeeld wordt. Wanneer het hem goed uitkomt, meldt hij zich bij de politie om zijn straf uit te zitten. “Ik heb nu nog achthonderd gulden aan boetes lopen en wil in januari wel gaan zitten. Maar nu hebben ze geen ruimte voor me”, zegt hij verontwaardigd.

De meeste thuislozen proberen voor de winter ergens een "stekkie' te vinden. Oom Arie heeft samen met een vriend een kamer gevonden. De vriend betaalt de huur, Arie trekt er zolang even bij in. “Zolang je niet je behoefte doet op de vloer laten ze je wel zitten”, zegt Arie onbezorgd. Dergelijke regelingen willen wel eens uit de hand lopen, zoals in het geval van Jan. Die had via Hulp voor Onbehuisden een kamer gevonden en na een maand een oude vriend uitgenodigd om bij hem in te trekken. De vriend had hem er vervolgens uitgezet en bewoont tot de dag van vandaag tot volle tevredenheid Jans kamer. De Sociale Dienst betaalt nog steeds trouw de huur voor Jan, Jan zelf ligt in het Slotervaartziekenhuis. Vorige week constateerde een maatschappelijk werker van het Leger koudvuur aan zijn voeten; Jan had geen schoenen, maar alleen eigengemaakte zwachtels. In het ziekenhuis is zijn linkervoet afgezet. Tijdens de kerstdagen is Jan in elk geval onderdak.