Wonderbaarlijke vertelsels op Wientjesvoort

Wonderbaarlijke Waarheid, VPRO, Vrijdag 27 dec., Radio 5, 13.10 - 17.35 uur

Een verhalenverteller is iemand die voor de vuist weg, zonder aantekeningen of repetities, een ingrijpende gebeurtenis uit het eigen leven vertelt. Het is een zeldzaam soort mensen, dat, begenadigd met de juiste combinatie van welsprekendheid, compositie en gevoel voor detail, het gehoor geruime tijd aan de lippen laat hangen.

VPRO-programmamaker Peter Flik nodigde voor een programma van vierëneenhalf uur, dat aanstaande vrijdag op Radio 5 wordt uitgezonden, een tiental verhalenvertellers uit. Flik hanteerde dezelfde formule vorig jaar kerst al onder de titel Verschrikkelijke verhalen te Vorden. Voor het programma Wonderbaarlijke Waarheid op Wientjesvoort vertellen dit jaar de deelnemers in de authentieke boerderij De Bult op het landgoed Wientjesvoort over het wonderbaarlijkste dat zij ooit hebben meegemaakt. Peter Flik selecteerde de deelnemers louter op hun vertellende vermogens, of ze nu algemeen bekend zijn (Rijk de Gooyer), in kleinere kring bekend (Moniek Toebosch en Gied Jaspars) of helemaal niet (Joke Keizer). Ook Flik zelf vertelt in het programma een geschiedenis.

Gied Jaspars doet in “De uiteindelijke bestemming” het wonderbaarlijke relaas van zijn militaire diensttijd. De kleine, in Zuid-Limburg opgegroeide Jaspars leed onder ernstige depressies ten gevolge van zijn dominante vader. Om daaraan te ontsnappen, had hij zijn hoop gevestigd op het leger. Maar de twee meter en drie centimeter lange en 68 kilo magere Egidius Jaspars maakte bij de dienstkeuring aanvankelijk geen enkele kans. Hij vroeg herkeuring aan en werd tot zijn grote vreugde toch toegelaten.

Dan volgt de uitzinnigste periode uit zijn leven. Want hoe meer Jaspars zich uitslooft om niet alsnog uit het leger te worden geschopt, des te meer wordt hij door zijn superieuren gewantrouwd. Zijn ijver wordt ten slotte beloond met een verblijf in legerplaats Austerlitz, omdat men vermoedt dat de lange uitslover een heel geraffineerde methode heeft ontwikkeld om juist aan de dienstplicht te ontkomen. Jaspars is zonder meer een begenadigd verteller, maar zijn belevenissen zijn al voldoende curieus zonder herhalingen als “Dat was volgens mij nog nooit gebeurd” en “Die mensen dachten met een totale gek te maken te hebben”.

De herinneringen van Rijk de Gooyer aan de jaren veertig worden, anders dan de dienstverhalen van Jaspars, in niet-chronologische volgorde verteld. Dat geeft zijn relaas “Actueel geluid” een bijzondere dimensie. De Gooyer begint niet, wat het meest voor de hand zou hebben gelegen, bij het moment dat hij, uit angst te zakken voor zijn scheikunde-examen, de Waal overzwom om zich eind '44 als soldaat aan te melden bij de geallieerden. Het verhaal van De Gooyer is blijkbaar zo vaak verteld, bijgeschaafd en gepolijst, dat hij moeiteloos de sprongen neemt van het na-oologse Hamburg, via zijn korte carrière als broodbakker en radioreporter daarna, naar de bezetting en de wijze waarop hij voor de Amerikaanse inlichtingendienst Ortsgruppenleiters arresteerde. Het van begin tot eind adembenemende verhaal eindigt waar het begon: het vertrek uit Hamburg na drie weken zwaar arrest, wegens het van de tram af slaan van een Duitser die op zijn tenen sprong.