Voor veel doortrekkenden is Israel een reisbureau

De Russen die na een teleurstellend verblijf in Israel naar Nederland kwamen en vandaar, na asiel te hebben gevraagd, werden teruggestuurd naar Tel Aviv, zullen niet de laatsten zijn. West-Europese landen en traditionele emigratielanden als de Verenigde Staten, Canada, Australië en Zuid-Afrika krijgen langzamerhand te maken met de natuurlijke "overloop' van de gigantische emigratiestroom vanuit de voormalige Sovjet-republieken naar Israel. In Zuid-Afrika bevinden zich al enkele honderden van dergelijke gezinnen. De toestand is daar inmiddels uit de hand gelopen, omdat niemand bereid en in staat is om de financiële last voor deze mensen te dragen. De Zuidafrikaanse overheid niet en de lokale Joodse gemeenschap evenmin. Israel is bereid hun ticket te betalen voor de terugreis naar Tel Aviv, maar niet voor hun onderhoud in Zuid-Afrika. De negenduizend Russen die zich in 1991 zo snel mogelijk na aankomst in Israel voor vertrek naar Zuid-Afrika meldden, hebben weinig kans tot dat land te worden toegelaten.

Miljoenen mensen willen Oost-Europa verlaten. Door het bestaan van de "wet op de terugkeer' naast een gewone naturalisatiewet is Israel een van de weinige Westerse landen met een ruim toelatingsbeleid voor een specifieke groep Oost-Europeanen. Het totale aantal immigranten in 1990 en 1991 samen bedraagt 320.000 (op een bevolking van amper vijf miljoen) en in de komende jaren kan dat stijgen tot een miljoen of meer.

De gewone toelatingswet functioneert in Israel ongeveer zoals dat in de meeste landen gebruikelijk is. Een buitenlander, die werk en een verblijfsvergunning weet te bemachtigen, de taal leert en een positieve bijdrage levert aan het land kan uiteindelijk, (ook zonder joods te zijn of te worden), het Israelische staatsburgerschap verwerven. Makkelijk gaat het niet maar mogelijk is het wel. Israel besloot op grond van die wet in het verleden ook incidenteel niet-joodse vluchtelingen toe te laten, waaronder vierhonderd Vietnamese bootvluchtelingen en kleine groepen Palestijnen die in het kader van familiehereniging werden opgenomen. Omgekeerd houdt het land net als andere landen "ongewenste vreemdelingen' buiten de grenzen. Het binnenkomen van mensen, die niet in Israel kunnen aarden, kan met een dergelijke wet in de hand worden gehouden.

Dat is veel minder het geval met de "wet op de terugkeer', die naast de gewone wet functioneert en bedoeld is om een instant-oplossing te leveren voor al diegenen die vanwege hun jood-zijn of vanwege hun joodse afkomst kunnen worden vervolgd. Die wet belichaamt de bestaansreden van Israel, is idealistisch van karakter en veel ruimer in toepassing dan andere landen zich zouden verkiezen. Iedereen die een joodse grootouder heeft komt in aanmerking en kan zijn niet-joodse gezin met zich meebrengen. Dat verklaart waarom het aantal niet-joden in de huidige immigratiegolf waarschijnlijk ongeveer vijfentwintig procent bedraagt. Al die mensen hebben, ongeacht hun beroep, ontwikkeling, leeftijd of huidskleur, recht op het Israelische staatsburgerschap en steun van de overheid bij hun integratie. Zij komen echter wel terecht in een joodse samenleving en een cultuur die sterk afwijkt van wat ze gewend zijn. Hoe verder zij verwijderd zijn van het jood-zijn, hoe moeilijker hun aanpassingsproces. De meeste Russische joden hebben echter een positieve houding tegenover de Israelische samenleving en zijn bereid optredende frustraties te bestrijden met de middelen die hen in die samenleving volop ter beschikking staan.

Tot nu toe zijn er op de 320.000 immigranten ruim tienduizend spijtoptanten, een relatief laag aantal, waarvan echter verwacht moet worden dat het zich met het aanzwellen van de immigrantenstroom en de toenemende frustratie onder de reeds aanwezigen evenredig met nog enkele tienduizenden kan uitbreiden. De toestand in Israel is niet eenvoudig. Het leven is er duur en de meeste immigranten wonen voorlopig in een caravan of met meerdere families in een flat. Het totale werkloosheidscijfer bedraagt ongeveer tien procent. De voorspelling is dat dit zal groeien tot dertien procent in het komende jaar en daaronder zijn vele nieuwe immigranten. Van de 320.000 immigranten uit 1990 en 1991 is veertig procent werkloos. In de komende vijf jaar zullen ze voor het overgrote deel op de een of andere manier hun plaats in de Israelische samenleving wel vinden, maar dat neemt tijd en niet iedereen is bereid die tijd eraan te geven: een deel van die mensen zal aankloppen in Europa en vooral in Duitsland waar hun uitzetting enorme - historisch bepaalde - weerstanden oproept.

Voor een ander deel van de spijtoptanten is Israel echter niet een land dat ze eerst serieus proberen, maar zonder meer een reisbureau dat hen - omdat een rechtstreeks visum voor de landen waar ze eigenlijk naar toe willen uitgesloten is - via een omweg toegang moet verschaffen tot het rijke Westen. Ook in het verleden functioneerden Israelische papieren, die mensen kregen op basis van de "wet op de terugkeer', reeds als reispapieren naar andere landen. Omdat onder het communistische regiem de Israelische papieren de enige mogelijkheid waren om (als "repatrianten') de Sovjet-Unie te verlaten, reisden mensen erop naar Wenen en vandaar naar de Verenigde Staten. De Sovjet-Unie ontdeed zich via Israelische papieren ook diverse malen van al dan niet joodse dissidenten. De laatste tijd mogen burgers van de voormalige Sovjet-Unie het land vrij verlaten, maar nu krijgen ze te maken met de beperkende maatregelen van de landen van ontvangst. Hoewel nog altijd veertigduizend Russische joden per jaar onder bepaalde voorwaarden tot de Verenigde Staten worden toegelaten zijn voor velen de beperkingen uitsluitend te overwinnen via de "wet op de terugkeer' en de verhuizing naar Israel. Geen wonder dat de in het verleden zorgvuldig weggestopte joodse grootouder een waardevol bezit werd en door een onbekend aantal Russen met vervalsing van papieren zelfs werd uitgevonden. Eenmaal in Israel aangekomen wacht men op een Israelisch paspoort, waarna men het land vrij kan verlaten.

Het op deze manier gebruiken van Israelische papieren als reisdocumenten is inmiddels afgenomen. Niet alleen omdat de Jewish Agency in de Sovjet-Unie preciezer is geworden bij de controle, maar ook omdat de verhalen van reeds vertrokkenen over de problemen in Israel zelf en de beperkte mogelijkheden om vandaar verder te trekken bepaald niet aanmoedigen. Dat is een gunstige ontwikkeling. Het toelaten van deze soort van asielzoekers door derde landen zou daarentegen een nieuwe stroom van "doortrekkenden' van allerlei pluimage via Israel veroorzaken. Vele duizenden joodse en niet-joodse Oosteuropeanen zijn immers op zoek naar een dergelijke maas in het net van het economisch zo aantrekkelijke Westen.

Dat is volkomen begrijpelijk en legitiem, maar wie vanuit de voormalige Sovjet-republieken naar Europa wil moet dat maar rechtstreeks doen en wie Israelische papieren aanvraagt op grond van de "wet op de terugkeer' moet zonder verdere illusies weten dat Israel het land is waar hij de rest van zijn leven zal wonen en zijn problemen zal oplossen. Wie dat niet bevalt kan tegenwoordig zelfs gewoon terug naar Minsk, Moskou of Sint Petersburg.