Tbilisi: het gaat om macht

MOSKOU, 24 DEC. Er wordt weer gevochten in Georgië. Het gaat in Tbilisi opnieuw om de macht in deze mini-republiek in de Kaukasus.

Vanuit het parlementsgebouw aan de Roestaveli-boulevard, vernoemd naar de negentiende eeuwse romantische dichter, verdedigt de democratisch gekozen president Zviad Gamsachoerdia zich. Daarbij terzijde gestaan door zijn vrouw en kinderen en die eenheden van de Nationale Garde die trouw aan hem zijn. Buiten op straat valt de oppositie, bestaande uit politici die stuk voor stuk eens tot het kamp van Gamsachoerdia hebben behoord, het regeringsbolwerk aan. Beide partijen hebben daarbij de beschikking over zwaar materieel, variërend van automatische wapens tot pantservoertuigen en halve raket-installaties. Geen van beide partijen is er tot nu toe in geslaagd een doorbraak te forceren. In drie dagen tijd zijn in deze gevechten van man tegen man en straat voor straat al 25 tot 50 doden en minstens 100 gewonden gevallen.

Waar gaat dit gewelddadige conflict over? Is er op een of andere manier nog een ideeel doel in het spel? Nee. Over de noodzaak van onafhankelijk van het ruim vijf miljoen zielen tellende Georgië is iedereen het eens. En voor een debat over de vraag hoe het land uit zijn diepe economische crisis moet worden getrokken - Georgië staat voor een bankroet, het is de deelstaat in de voormalige Unie die er het slechtst aan toe is - hebben de strijdende fracties tot nu toe geen tijd gehad. Het doel van de gevechten is louter de macht. De oppositionele coalitie Onafhankelijk Democratisch Georgië, een bundeling van groepjes die onder leiding staat van Volksfront-voorzitter Nodor Notadze en die de pretentie heeft een democratischer gezicht te hebben dan Gamsachoerdia, heeft zich de afgelopen dagen niet voor niets buiten de gevechten gehouden. Al was het maar omdat Notadze het machismo mist dat nodig is om je met hart en ziel in zo'n echte guerrilla te storten.

Cineast Irakli Sjengelaja, voorzitter van de christen-democraten en sinds het najaar eveneens deel van de oppositie, heeft gisteren zelfs de moed gehad om niet alleen Gamsachoerdia te hekelen maar ook enige kritiek te uiten op zijn potentiële bondgenoten die de president nu schietend uit zijn ambt denken te kunnen verdrijven. De bijna-oorlog die thans op de Roestaveli-boulevard woedt, is daarom vooralsnog een strijd binnen het kamp dat Gamsachoerdia in mei van dit jaar met 87 procent van de stemmen aan het presidentschap hielp. De leiders van de gewapende oppositie waren allen lid van Gamsachoerdia's Ronde Tafel en hebben indertijd allemaal campagne voor hem gevoerd. Politiek leider Tengis Sigua bijvoorbeeld was tot eind augustus premier in Gamsachoerdia's regering. Hij verschoot pas van kleur toen hij door de president werd ontslagen, omdat de laatste een zondebok nodig had voor de dramatische neergang van 's lands economie. Militair commandant Tengis Kitovani op zijn beurt was bevelhebber van de Nationale Garde die Gamsachoerdia na zijn overtuigende overwinning in het leven riep, maar is in augustus met een deel van de manschappen met Sigua overgestapt.

Rancune is hun drijfveer. Dat motief hebben ze gemeen met Gamsachoerdia. Want weliswaar is deze polyglot (hij spreekt zelfs Latijn, weten zijn aanhangers vol bewondering) en schrijver van hyper-romantische werken over de grootsheid van het Georgische verleden ruim een half jaar geleden met overtuigende meerderheid gekozen, in zijn dagelijkse optreden heeft hij sindsdien weinig aanstalten gemaakt om een staatsman te willen worden. Onder zijn leiding werd de strijd tegen de Osseten in Tschinvali, die onafhankelijk willen worden, opgevoerd. Het was Gamsachoerdia die de oppositionele pers aan banden legde en politici als de jonge historicus Gia Tsantoeria (van de Nationaal Democratische Partij) wegens “openbare geweldpleging” arresteerden nadat de oppositie de straat was opgekomen en de betogingen vervolgens uit de hand waren gelopen. Het is nog steeds deze president die elke kritiek op zijn persoon verdacht maakt als kritiek van een “vijfde colonne” die door “Moskou” en meer in het bijzonder de “grijze vos Sjevardnadze” (partijchef in Georgië toen Gamsachoerdia nog dissident was) wordt geïnspireerd en aangewakkerd.

Maar toch is de verbitterde strijd in Tbilisi (buiten de hoofdstad is alles redelijk rustig) van meer belang dan deze beperkte inzet zou kunnen suggereren. Georgië ligt in een heet gebied. In Tsjetsjeno-Ingoesjetië, Dagestan, Armenië en Azerbaidzjan is het ook mis. Her en der laaien op gezette tijd de etnische conflicten op. Overal zijn bovendien nog altijd Sovjet-eenheden gelegerd. Die vallen nu onder president Boris Jeltsin van Rusland. De krijgsmacht in Georgië heeft gisteren onmiddellijk laten weten dat ze een strikte “neutraliteit” in acht zal nemen. Maar in Moskou begint Georgië toch al onrust te baren. Als Jeltsin in het conflict daar zou willen interveniëren, al dan niet na een bemiddelingspoging van de Oekraïense president Leonid Kravtsjoek, heeft hij sinds zaterdag bovendien een eigen legitimatiebron: het Gemenebest van Onafhankelijke Staten waar Georgië zich als enige Sovjet-republiek niet bij heeft aangesloten.