Taiwan streeft via GATT naar erkenning; Ze willen de tiende handelsnatie worden, werken keihard en hebben een geweldige ambitie en feeling voor zaken

TAIPEI, 24 DEC. Een ontwikkelde handelsgeest kan de Taiwanezen niet worden ontzegd. Als het om zaken doen gaat, schuiven ze zelfs de politieke troebelen met China even naar de achtergrond. Taiwan is in afwachting van toetreding tot de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade), waarvoor het zich vorig jaar heeft aangemeld als het "douanegebied van Taiwan, Penghu, Kinmen en Matsu'.

Die formulering ondervangt internationale politieke complicaties, omdat China - dat Taiwan als zijn grondgebied beschouwt - eveneens een aanvraag voor het GATT-lidmaatschap heeft lopen, al sinds 1986. Maar een afgescheiden douanegebied dat autonoom handel drijft met het buitenland kan tot de GATT worden toegelaten.

Peking verzet zich tegen toelating van Taiwan, zoals de Chinese regering zich tegen elke internationale erkenning van het eiland verzet. Taipei ziet het GATT-lidmaatschap mede om die reden als een belangrijke stap voorwaarts. Uitgezonderd de Aziatische ontwikkelingsbank, kan Taiwan niet bogen op het lidmaatschap van internationale organisaties van allure. Het staat buiten het Internationaal Monetair Fonds, buiten de Wereldbank, zelfs buiten het Rode Kruis en de Verenigde Naties.

Volgens Ke-Sheng Sheu, directeur-generaal buitenlandse handel van het ministerie van economische zaken in Taipei, staat de politiek echter volledig buiten Taiwans GATT-aanvraag. “We willen lid worden op economische en handelsgronden. Ons handelsbeleid is in overeenstemming met de geest en de regels van de overeenkomst. Technisch gezien is er geen probleem.”

Dat de GATT-lidstaten desondanks nog niet hebben ingestemd met het Taiwanese verzoek, is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan terughoudendheid van de Verenigde Staten, die willen dat Taiwan de afscherming van zijn markt voor landbouwprodukten opgeeft.

Ook anderszins kan enige Westerse terughoudendheid versus Taiwan worden verklaard. Het land heeft al jaren een enorm exportoverschot met de Verenigde Staten, hoewel gedaald van 17 miljard dollar in 1987 tot 10 miljard vorig jaar. Taiwan zoekt nu een uitvoerverschuiving naar Europa. Het exportoverschot naar de EG bedraagt nu amper 3 miljard gulden, maar Taiwan wil zijn export graag opvoeren naar wat het als de grootste economische macht ter wereld beschouwt. Het Europese aandeel in de Taiwanese uitvoer (nu 18,2 procent, ofwel 12,2 miljard dollar) moet volgens Sheu uitkomen boven dat van de VS (32,4 procent in 1990, 21,7 miljard dollar).

Het verzet binnen de GATT tegen Taiwans toetreding is feitelijk echter gering. Sheu is zich daarvan bewust, maar vermijdt prognoses over een ingangsdatum. “Ik zou heel gelukkig zijn als we morgen lid konden worden.”

Redenen zijn er te over, vindt Sheu. Hij somt het rijtje op dat in alle trotse overheidspublicaties terug te vinden is: Taiwan heeft zich in veertig jaar tijd van een primitief ontwikkelingsland tot 's werelds dertiende handelsnatie gemaakt. Het realiseerde vorig jaar een bruto national produkt van 162 miljard dollar, ruim 300 miljard gulden. De waarde van de export groeide tot 67 miljard dollar, die van de import tot 55 miljard. Met 80 miljard dollar achter de hand beschikt het over de tweede deviezenvoorraad ter wereld, het is na Japan de grootste investeerder in Azië.

En de groei is nog niet voorbij, zegt Reinout F. van Lennep, algemeen directeur van de grootste Europese bank in Taiwan, ABN Amro. “Ze willen de tiende handelsnatie worden, en dat is niet onhaalbaar. Ze hebben een enorme ambitie, werken keihard en hebben een geweldige feeling voor zaken.”

Tot halverwege de jaren tachtig hadden grote handelsnaties reden te over om Taiwan met de nek aan te kijken. Handelsmerken, copyright en octrooirechten werden met voeten getreden; de produktie van nep-Rolexen en imitatie Lacoste-shirts was hoog, muziek en computerprogrammatuur werd veelvuldig gekopieerd, parfums en geöctrooieerde farmaceutica zonder pardon of vergoeding nagemaakt. Voor een baaierd aan buitenlandse produkten golden hoge invoerrechten om de vrije concurrentie onmogelijk te maken.

Onder druk van zijn belangrijkste importlanden en om het begeerde GATT-lidmaatschap te bemachtigen, gedraagt Taiwan zich de laatste jaren als het braafste jongetje van de klas. Importheffingen worden stapsgewijs verlaagd. Een grote stap zette het land in 1989, toen het tarieven verlaagde voor 4.738 produktsoorten. Dat leidde tot een gemiddeld tarief van 5,4 procent. Tien jaar eerder bedroeg de gemiddelde heffing nog het dubbele. En onlangs werden importheffingen op nog eens 2.000 produkten verlaagd, hetgeen het gemiddelde naar 3,5 procent moet brengen. Tegelijk worden ook de financiële markten geliberaliseerd; buitenlandse institutionele beleggers mogen dit jaar voor het eerst rechtstreeks aandelen kopen op de beurs van Taipei.

Ten minste zo tot de verbeelding sprekend zijn de initiatieven die Taiwan heeft genomen om het intellectuele eigendom te beschermen. Terwijl de Verenigde Staten zich vorige maand nog gedwongen zagen voor 300 miljoen dollar handelssancties tegen de Volksrepubliek te treffen omdat dit land klakkeloos eigendomsrechten op buitenlandse produkten schendt, heeft Taiwan verzocht te mogen toetreden tot de Internationale Coalitie tegen Namaak. Voordien voerde het wetten in ter bescherming van handelsmerken, octrooien en copyright. Een Nationaal Bureau voor Standaarden werd opgezet, dat octrooien en handelsmerken registreert en wetsvoorstellen ontwikkelt die het land internationaal in de pas moeten laten lopen. Wetgeving is in de maak ter bestrijding van illegale verspreiding van films en televisieprogramma's en de namaak van computerchips. Om de bevolking te doordringen van de noodzaak intellectuele eigendom te respecteren, werd de vernietiging van illegaal gekopieerde muziekcassettes deze zomer landelijk op televisie vertoond. 1991 is uitgeroepen tot "Het Jaar van de bescherming van het intellectuele eigendom'.

Eigenbelang is aan de bescherming van intellectuele eigendom niet vreemd. Naarmate Taiwan en zijn bevolking rijker worden en arbeidskosten stijgen, is de produktie van goedkoop "jatwerk' moeilijker geworden. Het land wil zich toeleggen op hoogwaardiger produktie, waarvoor het zelf ook kostbaar onderzoek en ontwikkelingswerk verricht, en de overheid stimuleert - via belastingvoordelen - het creëren en versterken van eigen merken. Wil de export blijven groeien, dan is het bovendien belangrijk buitenlandse regeringen te vriend te houden.

Toch is Taiwan er nog niet. De doorsnee-toerist kan zich nog steeds op elke straathoek in Taipei voor twee tientjes een "Rolex' laten aansmeren. En ook het Nederlandse handelskantoor in Taipei weet het profiel van Taiwan als voorbeeldige handelsnatie wel te nuanceren. Het wijst bijvoorbeeld op de importbarrières voor Nederlandse landbouwprodukten als vlees, verse melk en groenten, plantmateriaal en visprodukten. De lokale verzekeringsmarkt is alleen toegankelijk voor Taiwanese en Amerikaanse bedrijven, hoewel de Internationale Nederlanden Groep via dochter Life of Georgia wel actief is. Daarnaast betalen Europese drankenfabrikanten hogere importheffingen dan Amerikaanse.

Volgens directeur-generaal Sheu valt dat allemaal wel mee. “De EG en de Verenigde Staten geven hun landbouw veel meer bescherming dan wij”, betoogt hij. “En wat die financiële dienstverlening betreft, daar is de GATT zelf ook nog niet uit. Taiwan kan zijn financiële markten moeilijk anders dan stap voor stap vrijmaken.”

Taiwan, zo verzekert Sheu, is een groot voorstander van een open-marktbeleid. Dat blijkt uit de vele bilaterale overeenkomsten met z'n handelspartners.

Maar als het via die afspraken al zo'n sterke positie in de wereldhandel heeft verworven, waarom dan zoveel moeite gedaan om lid van de GATT te worden? Dat brengt toch ook verplichtingen voor Taiwan met zich mee die bilateraal gemakkelijk omzeild kunnen worden?

“Dat is”, zegt Sheu, “omdat we ook de privileges van de GATT willen genieten. We willen een behandeling als bevoorrechte handelsnatie. Op dit moment zien we praktisch geen discriminatie, maar het kan wèl. Twintig jaar geleden werden we ook door de EG gediscrimineerd. Ontwikkelingslanden als Hongkong, Singapore, Zuid-Korea, Brazilië en Mexico kregen wel de status van bevoorrechte partner, wij niet.

“Theoretisch is het moeilijk en gevaarlijk geen lid te zijn. Nu moeten we elk probleem nog bilateraal oplossen. Daarbij denk ik dat wij met onze toewijding aan de vrije handel een voorbeeld voor veel landen zijn. Het zou voor de hele wereld een goede zaak zijn, als we lid werden. Of dat nu onder de naam van Republiek China is of niet. Daar zijn we erg praktisch en pragmatisch in.”