Slovenië: nog heel wat hobbyisme

LJUBLJANA, 24 DEC. “Er is nog heel wat dilettantisme”, zegt Mile Setinc. “Het gaat in Slovenië misschien beter dan elders, er is zeker meer politieke cultuur, maar als je het goed bekijkt is het allemaal wat messy: we hebben een heterogene regeringscoalitie met allerlei lobbyclubs. Het kan niet duren.”

Mile Setinc is vice-voorzitter van de Liberaal-Democratische Partij, een van de drie oppositiepartijen in Slovenië, naast de socialisten en de ex-communistische Partij van Democratische Vernieuwing. Hij kan zich bitter beklagen, over het doen en laten van de door premier Lojze Peterle geleide regering, over het hobbyisme binnen de coalitie Demos, die sinds de verkiezingen van vorig jaar aan het bewind is. “Anderhalf jaar”, zegt hij, “zijn we al aan het praten over de privatisering - en een besluit is er nog steeds niet. Demos bestond uit zes, bestaat inmiddels uit zeven verschillende partijen, alle met hun eigen belangen, alle met hun eigen stokpaardjes. De Groenen willen maar één ding: de sluiting van sommige industrieën, zoals onze kerncentrale en de aluminiumindustrie. De christen-democraten zijn uit op het herstel van de vooroorlogse verhoudingen, ze willen de kerk meer zeggenschap geven en het recht op abortus uit de grondwet houden.”

Die abortuskwestie was tot gisteren, toen de nieuwe grondwet eindelijk werd aangenomen, een van de belangrijkste hete hangijzers in het nieuwe Slovenië. Onder het socialisme was het recht op abortus in de grondwet verankerd. Die grondwet was tot gisteren van kracht. Het al maanden durende project van een nieuwe grondwet stuitte op de wens van aantal partijen binnen Demos, het recht op abortus uit die nieuwe grondwet te houden. Setinc: “Er was sprake van een religieus-nationalistisch-populistische coalitie: de christen-democraten en de boeren wilden abortus verbieden. Maar ze hadden niet de tweederde meerderheid die nodig was om dat in de grondwet te regelen.” Anderzijds hadden ook de voorstanders van het recht op abortus die meerderheid niet en dat verklaarde de langdurige patstelling. De kwestie werd uiteindelijk met een compromis geregeld: het recht op vrije keus bleef uiteindelijk in de grondwet verankerd, het woord abortus komt in de nieuwe grondwet niet meer voor.

Slovenië bevindt zich in een overgangsfase, zegt Setinc. “De laatste fase van het socialisme hier was zeer gematigd: er was een semi-legale oppositie waarmee werd gepraat. Het bestuur was competent, het was in de jaren tachtig gekozen op grond van kwaliteiten, niet op grond van de ideologie.” Het heeft de overgang naar een nieuwe samenleving makkelijker gemaakt, zegt hij. Niettemin - bij de verkiezingen van vorig jaar sloeg ook hier de euforie toe: opeens werd dat gematigde, tolerante Sloveense communisme een bloedige dictatuur genoemd, door uit het niets verschenen nieuwe partijen, vol onbekende politici, eerlijke, maar ook populisten met een overdaad aan nationalisme en religie in hun boodschap - en met, uiteindelijk, heel wat minder kwaliteiten: “Er zijn heel wat ambitieuze amateurs gekozen, mensen wier enige legitimatie bestond uit hun anti-communisme”, zegt Setinc. Het is Sloveniës geluk geen districtenstelsel te hebben, zegt hij, anders zouden we net als de Kroaten zijn opgezadeld met een machtsconcentratie bij één sterke, nationalistische, autoritaire partij. Het bespaart Slovenië heel wat narigheid: hier, zegt Setinc, halen extremisten van links of rechts maar drie of vier procent, dat is wat anders dan in Kroatië, waar de nationalisten heel sterk zijn, of in Oostenrijk, waar extreem-rechts zo krachtig toeslaat. Ook Slovenië heeft zijn immigranten, maar de thema's van de Oostenrijker Jörg Haider leven hier nergens: tolerantie, zegt Setinc, is hier diep geworteld.

Niettemin: een overgangsfase. Demos is in beroering. De partijen, voor de verkiezingen van mei vorig jaar samengeklonken op het monothema anti-communisme, winnen aan profiel en ontdekken hun meningsverschillen. Het anti-communisme is geen bindmiddel meer. Van een van de partijen, de Sloveense Democratische Alliantie, heeft zich al een nieuwe partij afgesplitst en Setinc ziet kansen om de coalitie verder op te breken en een nieuwe meerderheidscoalitie te vormen van zijn eigen liberaal-democraten met drie partijen die nu nog in Demos zitten, de Democratische Partij van minister van buitenlandse zaken Rupel, de Groenen en de sociaal-democraten. In januari, zegt hij, komt er een motie van wantrouwen, en hij wil er best wat onder verwedden dat die het eind van premier Lojze Peterle inhoudt.

Lojze Peterle weet van niets. De sobere, sombere premier van Slovenië, een lange begin-veertiger, leider van de Sloveense christen-democraten, is zich van geen gevaar bewust: Demos, zegt hij in een kantoortje van het parlementsgebouw in Ljubljana, valt niet uiteen. “De coalitie is druk doende haar belangrijkste doeleinden te verwezenlijken. Natuurlijk: het gaat langzaam, langzamer dan we zouden willen. Maar dat ligt niet aan ons. Dat ligt aan het parlement.” Slovenië had tot nu toe - tot de nieuwe grondwet van gisteren - het driekamerstelsel uit het oude Joegoslavië. Die derde kamer, die hield veel tegen, zegt hij, die hield de nieuwe privatiseringswet tegen bijvoorbeeld. Daarom duurt het zo lang.

En er is ook geen reden om aan te nemen dat Demos uiteenvalt. “De regering zal niet vallen. Die kans is maar heel klein. En als ze valt, dan is er maar een kleine kans dat iemand in staat is een nieuwe regering te vormen. Ik betwijfel zelfs of iemand dat zou willen.” Veel groter is het gevaar, zegt Peterle, dat alles geblokkeerd raakt, zoals de discussie rond de nieuwe grondwet lang heeft vastgezeten, en die over de privatisering.

Hij geeft toe: Demos is op zich een onnatuurlijke coalitie, met zowel de christen-democraten als de sociaal-democraten. “Maar dat geldt alleen maar als je haar beziet vanuit het standpunt van de rijpe democratische samenleving. Dat is Slovenië nog niet. We hebben hier nog geen echte democratie, en dus kunnen we voorlopig verder met partijen die nog niet helemaal tot wasdom zijn gekomen.”

De oppositie is niet eerlijk, vindt Peterle: “Ze verwijt ons dilettantisme, ze heeft het over een rechtse revolutie, een dictatuur zelfs. Daar is geen basis voor. Ze plakken etiketten. Het is kinderachtig, en dan druk ik me mild uit. Het zijn vooral de ex-communisten die dat doen. We zeggen hun: jullie hebben 45 jaar de tijd gehad, jullie hadden de macht beter moeten gebruiken.” De oppositie, zegt Peterle, zegt dat we niet professioneel genoeg zijn. “Maar volgens hun criteria kan dan niemand macht krijgen: alleen zij hebben immers ervaring.” Bovendien, klopt het verwijt volgens hem niet: “We hebben goede dingen gedaan. En we hebben minder fouten gemaakt dan het vorige regime.”

De communisten, zegt Peterle, hebben nog steeds veel macht, in de media, in financiële instituten, in de diplomatie. We zijn hier niet aan het zuiveren geslagen, ikzelf, zegt hij, heb in mijn staf niemand ontslagen omdat de mensen loyaal, capabel en eerlijk zijn.

Vooral de media zitten de premier op de huid, en zeer tot zijn verdriet. De media, zegt hij, zijn niet eerlijk. “Ze zoeken de slechte zaken op, en ze noemen nooit de successen. Zonde en sensatie, dàt zoeken ze.” Natuurlijk, zegt hij, een kritische pers is nodig, net zoals een kritische oppositie nodig is, als je die niet had zou je haar moeten uitvinden. “Maar ze gaan te ver. Delo (het grootste dagblad van Slovenië, red.) heeft mijn recente reis naar de VS omschreven als "doelloos rondzwalken' en mijn reis naar Scandinavië "avonturisme' genoemd. Dat is onzin. Dat is geen serieus commentaar”, zegt Peterle. Hij staat op, de boomlange, sombere premier: “Dat moeten we nog leren. We moeten nog veel leren. Het maakt de transformatie moeilijker. Je kunt andere kleren aantrekken, maar als je de oude methoden blijft gebruiken schiet je niets op. Dan maakt het allemaal niets uit.”