Nog 8 dagen; Een eierdans voor wie nog roebels heeft

MOSKOU, 24 DEC. Naast het schaakbord staat een afwasteiltje eieren. Wel vijftig stuks. Een recente acquisitie van de moeder van Kolja en Andrjoesja. Uiteraard via-via op de kop getikt. Want de prijs die eieren tegenwoordig op de vrije markt doen (25 roebel per tien) is nog slechts op te brengen door buitenlandse ingezetenen, autochtone handelslui, hoeren en pooiers, zoals de pendelende Oezbeekse boerin Dilja me onlangs nog achter haar kraampje op de Svetnoj-boulevard heeft uitgelegd. De anderen kunnen zich slechts de “honger-rij” veroorloven, zoals het tegenwoordig heet.

Kolja en Andrjoesja zijn zes jaar oud. De tweeling heeft niettemin zo haar eigen plannen met de kostbare waar. Als zij het partijtje winnen, mogen ze een dansje maken in de teil. Zo niet, dan kunnen de eieren voor normale consumptie worden vrijgegeven. Va-banque. Kolja en Andrjoesja spelen het spel met een passie die op een ongebreidelde liefde voor het schaken duidt of op een heimelijk verlangen om een weekloon te vergokken. Zo jong nog en toch al dat elementaire gevoel voor het wezen van schaarste en bluf. Nee, Kolja en Andrjoesja komen er wel.

De eieren worden op de valreep gered. Gierend om hun eigen ondernemingsdrift komen ze het teiltje even later in de keuken terugbrengen. Moeder, grootmoeder en stiefvader, die allen op hun manier betrokken zijn geweest bij het democratische verzet in de duisterste jaren van Leonid Brezjnev, zijn daar net in een discussie verwikkeld over het totalitarisme, meer in het bijzonder over de overeenkomsten en verschillen tussen Hitler en Stalin en de vraag of in deze periode van zelfontbinding en “metafysische inflatie” een man met dictoriale pretenties wellicht op de golven van het “lompenvolk” wellicht ook een kans zou hebben.

Vanja, net twaalf en de oudste van het gezin, doet mee. Hij is, anders dan Kolja en Andrjoesja, geen doener maar een denker. Bovendien heeft hij op school ook geschiedenisles. Dat zijn ouders parallellen trekken, wil er bij hem niet in. Plotseling staat hij op. Geïrriteerd loopt hij naar de boekenkast en haalt er de encyclopedie uit. Vanja maant tot stilte en lees voor: “Fascisme, een politieke stroming, opgekomen in de kapitalistische landen ten tijde van de algemene crisis van het kapitalisme, uiting van de belangen van de meest reactionaire en agressieve krachten van de bourgeoisie tegen de arbeidersklasse en alle werkenden, oorlogzuchtig anticommunisme, chauvinisme, racisme, breed gebruik makend van staatsmonopolistische methoden om de economie te reguleren”. Vanja verlaat onverwijld de keuken. In het kamertje dat hij met de tweeling en z'n zusje Varja deelt, wacht een interessanter boek. De discussie is wat hem betreft nu wel afdoende gesloten.