Maastricht sloot tijdperk af dat reeds voorbij was

Europa aan het einde van 1991 heeft meer weg van het labyrint van koning Minos, dan van een gemeenschappelijk Europees huis van Michail Gorbatsjov. Het burgerlijk verzet in Oost- en Centraal-Europa heeft wel de totalitaire Minotaurus gedood, maar deze Theseus is de draad naar politieke verandering kwijtgeraakt. Gorbatsjov zelf deelt intussen het lot - de vrije val - van Icarus. En Daedalus? Deze vloog verder naar het hof van "Maastricht', waar men zich meer met eigen hofzaken dan met het gevaar van koning Minos bezighield...

De afspraken van "Maastricht' hebben zeker enkele muren van het labyrint geslecht. Veel verder dan plannen voor een dakconstructie over een deel van het Europese huis, is het toch niet gekomen. De dakconstructie mist evenwel de stevige fundamenten en muren, waarop een toekomstige dak zou kunnen rusten.

In het nu afgesloten tijdperk van de "orde van Jalta' kon het dak van de Europese Gemeenschap rusten op de buitenmuren van de EG, de grensmuur van het gedeelde Europa en de fundamenten van de Westelijke veiligheid. De buitenmuren van de EG worden echter op vele plaatsen afgebroken: er zijn afspraken voor een Europese economische ruimte met de EVA-landen; associatie-overeenkomsten zijn getekend met Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije. De grensmuur - het IJzeren Gordijn - is verdwenen, de Oostgrens van het nieuwe Europa verandert nog bijna iedere dag. De veiligheid van het Westen en Europa is terechtgekomen in het drijfzand van uiteenvallende staatkundige structuren in het voormalige Sovjet-blok. De NAVO als hoeksteen van de samenwerking tussen West-Europa en Noord-Amerika rust niet langer op de na-oorlogse fundamenten van Amerikaans leiderschap en een verdeeld Europa.

De drie pijlers, waarop de Europese Raad van Maastricht de dakconstructie van een Europese Unie wil doen rusten, zijn te zwak voor een gemeenschappelijk Europees huis. Zij lijken op dakloze historische monumenten.

De Europese Raad van Maastricht was een geslaagd conclaaf van twaalf Europese leiders, die traditiegetrouw onderhandelden over instituties, procedures en het integratieproces tussen hun landen onderling. Voor hen was "Europa' nog grotendeels synoniem met de landen van de Europese Gemeenschap. Binnen dat denkkader kon iedereen tevreden zijn. De Nederlanders konden terugzien op een geslaagde finale van het voorzitterschap. De Duitsers waren tevreden over de ontworpen regels voor de monetaire unie. De Spanjaarden kregen hun regionale fonds. Voor de Fransen waren de afspraken over samenwerking in de buitenlandse politiek en de defensie voldoende om mogelijke Duitse "Alleingang' binnen de perken te houden. De Britten hoefden zich niet aan een federale roeping te binden noch aan die afspraken waartegen Margaret Thatcher met haar tasje zou gaan zwaaien. Volgens de beproefde methode van onderhandeling onder druk van tijd en publiciteit, werd het verlossende compromis diep in de nacht bereikt. Het resultaat is minder dan gehoopt, maar beter dan gevreesd.

De echte politieke problemen van Europa zijn in Maastricht niet aan de orde geweest. De officiële verklaring daarvoor was, dat de Europese eenwording van de twaalf zich eerst moest verdiepen, voordat men over uitbreiding kon praten. Voorlopig lijkt het erop, dat met name op het gebied van het buitenlands beleid en defensie, maar heel bescheiden voortgang is gemaakt bij de oplossing van vooral oude meningsverschillen.

Na Maastricht, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung in een hoofdartikel, wordt het menens. Frankrijk, dat de mond vol heeft van Europa, maar ook Engeland zullen de verleiding moeten weerstaan hun nationale kaart uit te spelen of zich te beroepen op hun bijzondere status als kernmogendheid. Wat dat betreft was het onderonsje tussen Mitterrand en Major, tijdens Maastricht, over de controle van de kernwapens in het uiteenvallende Sovjet-rijk, een slecht voorteken. Een dergelijk vasthouden aan de weerschijn van vergane glorie staat op gespannen voet met het streven Duitsland als een gelijkgerechtigd deelgenoot in een Europese unie te aanvaarden. De aanmatigende houding tegenover de Bondsrepubliek en de afkeer van Duitse prioriteiten in de Joegoslavische kwestie zijn een even slecht voorteken voor de rol van een "verdiepte' Europese unie in de nieuwe Europese situatie sinds 1989.

Na Maastricht, wordt het voor het Europa van de twaalf menens. Voor 1989 konden de lidstaten van de gemeenschap het tempo van hun eenwording laten bepalen door de interne dynamiek van de economische integratie. Amerika zorgde voor de externe bescherming aan een duidelijke oostgrens, die midden door Duitsland liep. Wat daarachter lag viel onder de Sovjet-Unie. Frankrijk kon, lastig maar ongevaarlijk, zijn nationale kaart uitspelen.

Sinds 1989 is de interne dynamiek van de (West)Europese economische integratie ingehaald door de externe dynamiek van de ondergang van het totalitaire Sovjet-stelsel. Geen Europese politicus en vooral geen Duitse politicus kan het zich nog veroorloven het politieke vacuüm ten oosten van Duitsland te laten voortbestaan in afwachting van de verdere "verdieping' van de (West)Europese eenwording.

In dit politieke vacuüm zijn er drie grote probleemgebieden. Het eerste betreft de staatkundige structuur in landen als Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije en Albanië. Het gaat hier om bestaande staten zonder onmiddellijke grensproblemen. In Albanië heerst praktisch anarchie. In Roemenië houdt het Front van Nationale Redding de noodzakelijke breuk met het totalitaire verleden tegen en komt economische hervorming slecht op gang. In de overige landen blijkt het uiterst moeilijk het politieke vacuüm na het verdwijnen van het één-partijregime, op te vullen met een legitiem staatsgezag en een functionerend meer-partijenstelsel. Overal zijn verkiezingen gehouden voordat er sprake was van deugdelijke partijvorming. Overal worden nieuwe wetten gemaakt voordat de grondslag is gelegd van een behoorlijke democratische grondwet. Bestuur, wetgeving en rechtspraak zijn chaotisch. De legitimiteit van de nieuwe staatsinstellingen is zwak, het vertrouwen bij de bevolking gering.

Het tweede probleemgebied betreft de nieuwe staten, die zijn uitgeroepen op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie en Joegoslavië. De nieuwe leiders zijn veelal vroegere communisten, die zich tijdig tot het nationalisme hebben bekeerd. De onafhankelijkheid is uitgeroepen in een politiek en staatkundig vacuüm, waar nog een begin moet worden gemaakt met de toedeling en de verdeling van bevoegdheden over de staatsinstellingen. Geen van de leiders van die nieuwe staten beschikt over de instrumenten voor de uitoefening van effectief gezag over een aanwijsbare bevolking in een welomschreven grondgebied. Geen van deze staten - ook Rusland niet - voldoet aan de drie volkenrechtelijke criteria voor erkenning door derde staten. De grenzen tussen deze nieuwe staten zijn zo willekeurig en zo vaak gewijzigd in het communistische tijdperk, dat men slechts kan hopen dat toekomstige veranderingen vreedzame tot stand komen.

Het derde probleem is treft de afwezigheid van afspraken of organisaties voor samenwerking tussen al deze nieuwe staten. Organisaties uit het totalitaire verleden, zoals Comecon en het Warschaupakt, zijn opgeheven. Het in naam federale staatsverband van de Sovjet-Unie en Joegoslavië is eveneens verdwenen.

Dit drievoudig politiek vacuüm lijkt alleen te kunnen worden opgevuld door een uitbreiding van de in het Westen gevormde multilaterale organisaties. Het gebied met al zijn menselijke, sociale, economische en politieke problemen is de Westelijke wereld in de schoot geworpen door de openstelling van de grenzen. Het politieke vacuüm zuigt deze organisaties naar zich toe en breekt, in dat proces, door de muren van het Europese labyrint heen. Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije zijn inmiddels toegetreden tot de Raad van Europa en daarmee is hun staatsrechtelijke toekomst ook onze zaak geworden. De Europese Gemeenschap kon er niet mee volstaan het Phare-hulpprogramma aan te bieden. Nog voor "Maastricht' kwamen de associatie-akkoorden tot stand. De NAVO kon niet minder dan een Atlantische Samenwerkingsraad aanbieden. In de nabije toekomst zullen ten minste de democratische staten volwaardig deelgenoot moeten worden in de organisatie van hun eigen externe veiligheid. Intussen probeert minister Baker van de Verenigde Staten met de republieken van de vroegere Sovjet-Unie een regeling voor de controle over kernwapens uit te werken en proberen de landen van de EG in de Verenigde Naties de burgeroorlog in het uiteengevallen Joegoslavië te beëindigen.

De dynamiek van de ondergang van het totalitaire stelsel in de Europese ruimte confronteert de Westelijke samenwerkingsorganisaties in het groot met de problemen waar West-Duitsland voor kwam te staan toen de DDR verdween. Vergeleken met de eenwording van het nieuwe Europa, is de Duitse eenwording een kleine opgave. West-Duitsland kon zijn grondwet, zijn wetten, zijn sociale en economische politiek en zijn rechtspraak op het grondgebied van de vroegere DDR invoeren. Dit was mogelijk omdat de Westduitse grondwet en de Westduitse politiek altijd het zicht op eenwording hadden behouden.

De Westelijke samenwerking en de Europese eenwording hebben ook van het begin af aan de toetreding van andere Europese landen als ideaal beleden. De puinhopen van het totalitaire stelsel kunnen alleen worden opgeruimd als dat ideaal wordt omgezet in een gezamenlijke politieke strategie voor aansluiting van de vroegere Oosteuropese landen bij de organisaties van Westelijke samenwerking.

In dit Europese perspectief, was "Maastricht' de afsluiting van een reeds voorbij tijdperk in de geschiedenis van de (West)Europese eenwording. Men kan slechts hopen, dat daarmee de weg is vrijgemaakt voor de aanpak van de werkelijke politieke problemen van geheel Europa. De tijd dringt. Met de toekomst van Europa, staat ook de reeds bereikte eenheid in de Europese Gemeenschap op het spel.