Jaren van onbeperkte consumptie zijn voorbij

Spanje herneemt volgend jaar de koppositie als snelst groeiende economie van de EG, zo voorspelde de afgelopen weken zowel de Europese Commissie in haar jaarlijkse rapportage als de OESO, de club van 24 rijke landen, in haar halfjaarlijkse Economic Outlook.

De verwachte toename van het bruto nationaal produkt (bnp) met drie procent in 1992 en 3,3 in 1993 hebben echter niet voor een jubelstemming in Madrid en Barcelona gezorgd. Met enige vertraging lijkt tot de Spanjaarden te zijn doorgedrongen dat de jaren van onbeperkt consumeren voorbij zijn. Het is hoogste tijd om iets aan de concurrentiepositie te doen, ondermeer door verhoging van de arbeidsproduktiviteit, vóór de gemeenschappelijke markt eind 1992 een feit is. Dit jaar was ook al een groei van het bnp met drie procent begroot, maar die wordt zeker niet gehaald. Het is goed mogelijk dat men op 2,5 blijft steken. In de luxueuze modewinkels van de grote steden zijn al vóór kerstmis opruimingen en speciale acties begonnen. Dat was nog niet eerder vertoond.

De extra ruimte die volgend jaar ontstaat mag niet opnieuw aan verhoging van de salarissen en vergroting van de consumptie worden besteed, zo hebben premier Gonzalez en zijn minister van financiën en economische zaken Solchaga zich heilig voorgenomen. Wanneer Spanje, zoals beoogd, in 1997 samen met de sterkste economieën van Europa de laatste fase van de Economische en Monetaire Unie (één Europese munt en een Europese centrale bank) wil ingaan, zal niet alleen de inflatie (dit jaar 5,7 procent), maar op den duur ook de rente omlaag moeten. Zolang het echter niet gelukt is de salarissen te matigen, is de monetaire politiek het enige wapen dat de overheid tegen de geldontwaarding heeft.

De Europese Commissie verwijt Spanje dat het met een werkloosheidspercentage van meer dan vijftien niets doet om de mobiliteit van werknemers te bevorderen, om regionale verschillen in salaris te creëren en om de kloof tussen werknemers met een vaste aanstelling en tijdelijk personeel te verkleinen. Met andere woorden: waarom rekent Gonzalez niet even met de vakbonden af. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Die bonden nemen het namelijk op hun beurt de regering kwalijk dat de belofte om in de huidige zittingsperiode 1,2 miljoen arbeidsplaatsen te scheppen niet wordt waargemaakt. Dit jaar zijn het er netto vermoedelijk slechts 21.000 en dat betekent dat de werkloosheid met niet meer dan één procentpunt zal verminderen en rond de jaarwisseling op 15,3 procent (van de beroepsbevolking) zal staan. Niettemin eisen de machtige vakcentrales UGT en Comisiones Obreras voor komend jaar een loonstijging van acht procent.

Minister Solchaga staat niet alleen van de kant van de bonden bloot aan hevige kritiek op zijn als "neo-liberaal' gekenschetste beleid. Ook binnen de regeringspartij moet hij het af en toe flink ontgelden. De onverbeterlijke tweede man van de socialisten, voormalig vice-premier Alfonso Guerra, voert de oppositie tegen Solchaga aan en stookt van tijd tot tijd nog eens extra onrust door het lanceren van wilde plannen, zoals een winstlimiet voor ondernemers. De winsten zijn echter de afgelopen tijd, mede onder invloed van de Golfcrisis, al flink teruggelopen. Volgens een rapport van de Spaanse centrale bank bedroeg de winstdaling in 1990 zelfs meer dan dertig procent en daarmee was het het slechtste jaar voor het bedrijfsleven sinds 1982.

De belaagde bewindsman heeft bovendien al concessies gedaan aan zijn critici van links door voor volgend jaar het streven naar een sluitende begroting te schrappen. Het tekort mag nu in 1992 1,6 procent van het bnp bedragen. Dit jaar had het 0,9 moeten zijn en komt het op 2,3 procent uit. Op uitkeringen wordt niet bezuinigd, maar wel heeft de regering investeringen in de infrastructuur uitgesteld of over een langere periode uitgespreid. Het werkgeversverbond CEOE karakteriseert de nieuwe begroting dan ook als “geheel op de consumptie gericht”.

Gonzalez kwam gelukkig uit Maastricht terug met goed nieuws voor een aantal van de getroffen ondernemers in de bouwsector. De EG heeft besloten speciale fondsen te stichten waaruit de arme, zuidelijke landen kunnen putten voor de financiering van kostbare projecten op het gebied van onder meer wegenbouw en milieu. Spanje zal daarvan het meeste profiteren. Gonzalez en Solchaga waarschuwden echter de afgelopen weken binnen en buiten het parlement dat salarismatiging een absolute noodzaak is om aansluiting bij de rijke landen van de EG niet te missen. “Meneer Gonzalez heeft altijd al een sterke fascinatie voor de ideologie van mevrouw Thatcher gehad”, schamperde UGT-voorzitter Nicolas Redondo.

1992 wordt een jubeljaar met zijn wereldtentoonstelling, Olympische spelen en herdenkingen, maar geen sabbatical voor de economie. "In het huis van de arme duurt de vreugde niet lang', zegt een Spaans spreekwoord. Nu al wordt in Madrid gespeculeerd op het uitschrijven van vervroegde verkiezingen in het najaar, zodat Gonzalez daarna met een vers mandaat en harde hand de aansluiting bij de rest van Europa kan verzorgen. Het jaar zal echter in ieder geval beginnen met een confrontatie tussen bonden en regering en mogelijk ook nog met een ontwrichting van de levensmiddelendistributie door een staking van de werkgevers in het wegvervoer, die is aangekondigd voor rond de jaarwisseling. De woede van de vrachtrijders is gewekt door een verhoging met vijf peseta per liter van de prijs voor dieselolie. Die is nodig om het gat te dichten dat ontstaat door de vermindering van het hoogste btw-tarief per 1 januari (van 33 naar 28 procent). Deze prijsverhoging zal de eerste maanden de inflatie verder opjagen, maar Solchaga blijft bij een streefcijfer van vijf procent. Met ingang van 1 februari wordt het buitenlands betalingsverkeer geheel geliberaliseerd en vooral de banksector is benieuwd wat dat zal betekenen voor de in Spanje gedeponeerde gelden. Spanje heeft op het ogenblik na Japan en de Verenigde Staten de grootste reserves aan buitenlandse deviezen van alle OESO-landen en die voorraad is in het afgelopen jaar met maar liefst 28 procent gegroeid.

Concentratie en cumulatie