Israel is aan het Libaniseren

TEL AVIV, 24 DEC. Zelfs de Israelische minister van defensie, Moshe Arens, begint zich nu zorgen te maken over optreden van gewapende orthodoxe joodse kolonisten in de bezette gebieden, een optreden dat door rabbijnen uit de nederzettingen wordt gesanctioneerd. De kolonisten luisteren nauwelijks meer naar hem en ook de commandanten te velde verliezen de controle over hen. De kolonisten nemen het recht in eigen handen omdat, volgens hun woordvoerders, het Israelische leger niet in staat is, of er geen moeite voor doet, hen afdoende tegen Palestijnse scherpschutters te beschermen.

Het in Madrid begonnen en daarna in Washington voortgezette vredesproces heeft onder de kolonisten grote spanningen veroorzaakt. Sinds premier Yitzhak Shamir met de Palestijnen aan tafel is gaan zitten, hebben zijn verklaringen over de “ondeelbaarheid van het land van Israel” in deze kringen veel van hun geloofwaardigheid verloren. Zij zijn de nationalistische leider Menachem Begin niet vergeten, die in ruil voor vrede met Egypte kordaat een einde maakte aan de bloeiende Israelische nederzettingen in de Sinai-woestijn. Met de goddelijk geïnspireerde bouw van nederzettingen in het land van de voorvaderen zal dat onder geen beding gebeuren. Het niet "met ons' is de diepste drijfveer van het optreden van de kolonisten tegen de Palestijnen en van het negeren van de orders van het leger.

De kolonisten plaatsen zich nu boven de aardse wet en beroepen zich op Gods wetten om hun gedrag tegenover de buitenwereld te rechtvaardigen. Zij laten zich leiden door een college van 35 rabbijnen uit nederzettingen in de bezette gebieden, die het hoogste gezag hebben overgenomen uit handen van Goesh Emoniem, het verbond der getrouwen, dat na de Grote-Verzoendagoorlog in 1973 de motor van de nederzettingenmystiek in de bezette gebieden was.

De rabbijnen zijn als een gezaghebbend collectief naar voren getreden toen de geestelijke nood onder de kolonisten, als gevolg van Palestijnse schietpartijen op Israelische auto's, in bezet gebied kritiek werd. Sinds het begin van het vredesproces zijn drie kolonisten in hun auto's door in hinderlagen liggende Palestijnse schutters gedood.

De kolonisten geven - of willen - zich er geen rekenschap van geven dat het Palestijnen uit het Palestijnse afwijzingsfront zijn die in deze tere fase van het vredesproces naar de vuurwapens grijpen. Beide groepen versterken elkaars verzet tegen het vredesproces met provocaties. Het zelfstandig optreden van gewapende joodse kolonisten is veel meer dan een spontane reactie tegen een Palestijnse provocatie: het is het eerste duidelijke signaal van een "broederstrijd' die zal uitbreken, mocht Jeruzalem aan de Palestijnen territoriale concessies doen. De rabbijnen in de nederzettingen spelen in deze ontwikkeling nu al de hoofdrol. Zij sanctioneren met godsdienstige leerstellingen - onder andere "pikuach nefesh', het leven gaat voor alles - het optreden van de kolonisten, zelfs het ontwortelen van olijfboomgaarden van waaruit op Israelische auto's in bezet gebied wordt geschoten.

Alikim Lebanon, de rabbijn van Elon-Moreh zegt: “Ik en mijn collega-rabbijnen hebben lange tijd de grote emoties onder de (joodse) bevolking afgeremd. Vier jaar lang (sedert het uitbreken van de intifadah) hebben we het hoofd gebogen en hielden we ons in, als mensen van ons werden getroffen. Ik heb in het verleden vrienden in onze nederzettingen tegengehouden die tot extreem gewelddadige acties wilden overgaan. Maar naarmate de toestand uit de hand liep, de steen een mes werd, het mes een molotov-cocktail en deze een geweer, kwamen we voor een nieuwe situatie te staan. De bewoners (van de nederzettingen) dringen aan op actie en wij zijn tot de conclusie gekomen dat pikuach-nefesh tot protest verplicht.”

In de praktijk betekent dat, zoals Benni Katsover, een van de activisten van Gush-Emoniem van het eerste uur het uitlegt, “wij het leger niet meer van incidenten op de hoogte stellen. Van nu af gaan onze strijdkrachten het gebied uitkammen. We wachten niet meer op Tsahal (het Israelische leger)”. De strijdkrachten waarover Katsover het heeft, slaan bij strafexpedities tegen Palestijnse steden en dorpen ruiten in van auto's en huizen, schieten in de lucht en openen door het leger voor hen afgesloten wegen door Palestijnse dorpen waar de intifadah “heerst”.

Efraim Sneh, oud-hoofd van het Israelische burgerbestuur in bezet gebied, houdt zijn hart vast voor de vorming van joodse milities in bezet gebied die zich aan het staatsgezag onttrekken. Wat door vele critici uit de linkerhoek op de nederzettingenpolitiek van de Likud-regeringen werd voorzien, tekent zich nu af: Israel is aan het Libaniseren. Wie garandeert dat de cyclus van geweld in de bezette gebieden tussen gewapende kolonisten en gewapende en ongewapende Palestijnen niet naar Israel zelf zal overslaan?

Slechts een minderheid van de 120.000 joodse inwoners in de bezette gebieden kan tot het blok van de activisten worden gerekend. De overgrote meerderheid is niet om ideologische maar om economische redenen naar de joodse nederzettingen en steden getrokken. Maar drie- of vierduizend gewapende kolonisten uit de harde kern van de Gush Emoniem-nederzettingen, waar ook om zuiver militaire redenen grote wapenopslagplaatsen zijn te vinden, kunnen iedere regering die de Palestijnen op politiek gebied tegemoet komt voor enorme problemen plaatsen. In ideologisch opzicht drinken de kolonisten uit dezelfde beker waaruit Yitzhak Shamir zijn nationalistische inspiratie put. Daarom zwijgt Shamir nog in alle talen over het uit de hand lopen van de situatie in bezet gebied.

Misschien komt het hem wel goed uit, dat hij in deze fase van het vredesproces al “in de rug” wordt aangevallen door de kolonisten. Zij leveren het bewijs dat het verre van een eenvoudig is om het Israelische wiel dat in 1967 in de bezette gebieden is gaan draaien, tot stilstand te brengen, laat staan terug te draaien.