Hoogleraar: OR-leden minder beschermd

ROTTERDAM, 24 DEC. De ontslagbescherming voor ondernemingsraadleden vermindert als gevolg van een wetsvoorstel dat staatssecretaris Kosto (justitie) en minister De Vries (sociale zaken) bij de Tweede Kamer hebben ingediend. Dit schrijft prof.mr.P.F. van der Heijden, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam in het blad OR-Informatie.

Een woordvoerder van het ministerie van sociale zaken zegt dat een verminderde ontslagbescherming niet de bedoeling kan zijn van het wetsvoorstel.

Werknemers kunnen op twee manieren worden ontslagen. Gewoonlijk vraagt een ondernemer toestemming om het dienstverband op te zeggen aan de directeur van het arbeidsbureau. De andere weg is de kantonrechter te vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Van deze laatste manier wordt volgens Van der Heijden steeds vaker gebruik gemaakt.

Nu is het zo dat OR-leden een extra bescherming genieten tegen ontslag door een bepaling in de OR-wet. Wanneer een werkgever de kantonrechter vraagt een arbeidsovereenkomst te ontbinden en de betrokken werknemer is lid van de OR dan moet de rechter kijken of het ontslag te maken heeft met het OR-lidmaatschap. Wanneer dat het geval is, zal hij de arbeidsovereenkomst niet ontbinden.

Deze bepaling uit de OR-wet is niet overgenomen in het wetsvoorstel dat diverse ontslagverboden (omstandigheden waaronder iemand niet ontslagen kan worden zoals bij ziekte, militaire dienst, huwelijk of bevalling) samenvoegt in één wetsartikel in het Burgelijk Wetboek.

Van der Heijden denkt niet dat er boze opzet in het spel is, maar vindt dat de bescherming wel alsnog expliciet in de wet moet worden opgenomen. “OR-leden moeten de garantie hebben dat ze niet zomaar ontslagen kunnen worden. Bovendienis het niet mogelijk om in beroep te gaan tegen de uitspraak van de kantonrechter,” aldus de hoogleraar.