Het waardevrije idioom van choreografe Mirjam Diedrich

Danseres Mirjam Diedrich debuteert overmorgen als choreografe bij Intro Dans. Onder de titel UL (Unidentified Light) maakte ze een ballet voor vier dansers op science fiction-muziek. De bewegingen zijn strak en krachtig. “Ik heb me puur op vorm geconcentreerd”.

Intro Dans met nieuwe balletten van Mirjam Diedrich, Tamara Roso en Philip Taylor, 26 en 27 december, Arnhemse Schouwburg, 20.00 uur.

“Dat dit eerste stuk meteen op toneel gaat, daar was ik het aanvankelijk helemaal niet mee eens. Voor mij is dit een uitprobeersel en als ik het resultaat bekijk vind ik dat het nog heel erg in de kinderschoenen staat”. Mirjam Diedrich had “liever nog wat geëxperimenteerd in een workshop”, zoals bij andere gezelschappen de gewoonte is. Er worden nu, met haar officiële debuut als chorografe, “van meet af aan hoge verwachtingen gewekt.”

Ondanks haar twijfel gaat overmorgen bij Intro Dans haar eerste choreografie in première. UL (Unidentified Light) is de titel en het is volgens de maakster zelf “een kil ballet met vrij strakke bewegingsvormen”. Uitgangspunt vormden muziekfragmenten uit de science fiction-film Total recall. Ondanks het stuwende ritme is deze moderne muziek volgens de choreografe niet zo emotioneel geladen als klassieke muziek. Centrale rol in het stuk speelt een lichtbundel die de vier dansers in hun bewegingen bepaalt.

“Deze eerste keer heb ik me puur op vorm geconcentreerd. Emoties zijn voor mij geen uitgangspunt of doel, daarom durf ik het ballet kil te noemen. Dat vind ik niet negatief. Ik ben zelf geen lyrische danseres - daarvoor is mijn lichaam te sterk en te kort. Mijn idioom is krachtig en strak, waardevrij om zo te zeggen. Dat is mijn taal.

“Ik zag mijn kans schoon die nu eens vrijelijk te spreken. Ik heb bij het maken van UL dan ook nauwelijks rekening gehouden met de vier uitvoerenden. Het materiaal dat ik in de studio bedacht, heb ik direct op de dansers overgeplant. Het zijn bewegingen die mijzelf het beste liggen. Dat is misschien egocentrisch, maar een andere voedingsbodem of drijfveer heb ik niet.”

Diederichs eigenzinnige observaties vormen een vreemd contrast met haar bescheidenheid. De Zilveren Theaterdansprijs die zij in 1985 ontving is een onderscheiding die zij als "gênant' ervoer: in de dans bestaan er volgens haar geen winnaars. Diedrich begon op haar zesde met ballet en ging als 13-jarige naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Na twee jaar in de juniorengroep van het Nederlands Dans Theater trad ze in 1982 toe tot Intro Dans. Daar ontwikkelde ze zich tot een van de gezichtsbepalende danseressen met belangrijke rollen in onder meer Ed Wubbe's Afstand en De dood en het meisje.

Afgelopen seizoen kondigde de 31-jarige danseres aan te willen stoppen omdat het dansen haar fysiek te zwaar werd. Bovendien inspireerde het repertoire na al die jaren steeds minder. Om zich op een toekomst na haar danscarrière te oriënteren kreeg ze van Intro Dans een opdracht als repetitor en mocht vervolgens met UL haar choreografische talent testen.

“Ik ben pas begin dertig, dus ik had best nog even mee gekund. Maar ik begon de fixatie op mezelf en op mijn moeilijke lichaam als hinderlijk te ervaren. Het wonderlijke is dat ik nu ik als balletmaker bewegingen van buitenaf bekijk ook het dansen weer leuk vind. Ik zoek voor de dansers, maar dus eigenlijk voor mezelf naar een manier van bewegen die beter aanvoelt zonder aan schoonheid in te boeten. Dat ik bepaalde repertoire-stukken niet meer doe is alleen maar een belasting minder. Het is al vaak opgemerkt, het dansvak is pijnlijk veeleisend. Er is nauwelijks ruimte voor andere interesses. Zo zou ik graag willen schilderen of meer willen lezen. Maar paradoxaal genoeg eist het dansen, ook nu ik gestopt ben, nog steeds al mijn aandacht op. Het zij zo, het vak is voor mij op deze manier wel weer een nieuw en onbestemd avontuur.”