Het jaar dat China van de landkaart verdween

China is uit. Artikelen over de (onder)drukkende nadagen van Deng Xiaoping brengen vrijwel niemand in beroering, analyses van de verslechterende verhouding Beijing-Taipeh stuiten op massale geeuwzucht en reportages over een nieuwe Culturele Revolutie wekken weinig belangstelling. Hoogstens een cocktail van erotiek ("Seks in de Volksrepubliek - de zeden als politieke barometer') en geweld ("Massale executie van drugshandelaren - regime verplicht familie kogels te betalen') blijkt het grote publiek ertoe te verleiden zich af en toe in China te verdiepen.

Ook de pers zelf valt het moeilijk tijd, energie en ruimte vrij te maken voor ontwikkelingen in het Rijk van het Midden. Op een enkele kwaliteitskrant na besteden onze media nauwelijks serieuze aandacht aan de ontwikkelingen in de volkrijkste natie op aarde. Het land mag dan deel uitmaken van de VN-veiligheidsraad, een grootmacht zijn, wereldwijd invloed uitoefenen, beschikken over een fors nucleair potentieel, en zichzelf afficheren als aanvoerder van de Derde Wereld, voor de Nederlandse journalistiek is dat geen reden meer dan een handjevol correspondenten en wat passanten te laten berichten vanuit het vroegere keizerrijk.

"Triest maar waar', hield een momenteel in Duitsland woonachtige vluchteling en ex-deelnemer aan de studentenopstand van lente 1989 mij een maand geleden voor; "1991 was het jaar dat China van jullie landkaarten verdween. Het Plein van de Hemelse Vrede is vergeten.' Elke overdrijving, dus ook deze, heeft de charme van de duidelijkheid. Incidenteel viel de blik van het Westen de afgelopen twaalf maanden wel degelijk op de Volksrepubliek. Bij voorbeeld toen geruchten de ronde deden dat China ondanks de bezetting van Koeweit bleef doorgaan met het bewapenen van Irak. Toen de hoogbejaarde garde in Beijing tussen de regels door zijn instemming betuigde met de coup van conservatieve communisten in Moskou. Toen de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker ogenschijnlijk tevergeefs in de Grote Hal van het Volk aandrong op respect voor de mensenrechten.

Van een structureel engagement was echter geen sprake. China verdween in hoog tempo van het Westerse netvlies. Daaraan lijkt vooral de overconcentratie op Moskou en omstreken debet. De teloorgang van het Marxisme-Leninisme in het Oostblok en het uiteenvallen van de USSR doet menigeen vaststellen dat "het' communisme ten onder is gegaan. "Het' communisme, hoor en lees je voortdurend, is failliet. "Het' communisme is een échec. "Het' communisme is definitief ter ziele.

De requiems voor het gehate systeem en de daaraan ten grondslag liggende leer klinken al, maar in Beijing zit de partij tot op heden stevig in het zadel. China telt ruim driemaal zoveel burgers als de Sovjet-Unie (of wat daarvan resteert), de voormalige Warschaupact-landen en Cuba bij elkaar. Ergo: nog altijd is het overgrote deel van de mensheid dat leed onder het communisme niet verlost van de zegeningen die de dictatuur van het proletariaat met zich meebrengt. Het smoren van dissidente geluiden gaat door; het primaat van de dogmatiek is onaangetast; de xenofobie blijft hoogtij vieren; het martelen in de gevangenissen wordt voortgezet. De betogers en hongerstakers die tijdens de Chinese Lente bivakkeerden op het Tiananmen-plein mogen dan tallozen in Oost-Europa hebben geïnspireerd tot anti-communistische acties, zijzelf staan ironisch genoeg met lege handen.

Een feilloos georganiseerde totalitaire staat wordt op den duur saai. Terwijl de anarchistische opstand en de massamoord in Beijing tallozen aan de buis gekluisterd hielden, kan de stille repressie maar weinigen boeien. Het China-debat verstomt. En wat Nederland betreft, kunnen we het ons wel veroorloven de erfgenamen van de Grote Roerganger te schofferen door wapentuig te leveren aan Taiwan?

Aan de wijze waarop het Westen de ineenstorting van het Chinese systeem kan bevorderen, worden hier zelden woorden verspild. Toch is zo'n publieke en politieke discussie hard nodig. Zichzelf volgens het model-Moskou opheffen zal de partij in de Volksrepubliek niet - de "rode mandarijnen' hebben een verre van suïcidaal karakter. Tal van andere factoren maken een crisis in Beijing voorlopig onwaarschijnlijk.

* De liberale vleugel van het regime is min of meer kalltgestellt. Hardliners hebben de overhand. Van een Chinese Gorbatsjov is zelfs geen embryonale versie te ontwaren; * in economisch opzicht heeft China aanmerkelijk slechtere tijden gekend. Voorzichtige hervormingen en het Open Deur-beleid hebben de levensstandaard verhoogd. De rijstkommen zijn in vrijwel het hele land redelijk gevuld; rijen voor winkels ontbreken. Een hongersnood als voedingsbodem voor een opstand is op het ogenblik ondenkbaar; * de Volksrepubliek geldt niet als een veelvolkerenstaat met alle spanningen vandien. Afgezien van het probleem-Tibet en enkele oprispingen in islamitisch Xinjiang lijken etnische conflicten non-existent; * machteloosheid en interne verdeeldheid kenmerken de Chinese ballingenorganisaties. Ze vormen geen bedreiging voor Beijing; * patriarch Deng Xiaoping en de zijnen hebben het land volgens China-watchers volledig onder controle. De partij heeft het stedelijk leven in een houdgreep. Op het platteland, onder de 800 miljoen boeren, heerst onwetendheid; * sinds het ingrijpen van het Volksbevrijdingsleger in juni 1989 zijn de studenten getraumatiseerd. Velen hebben zich afgewend van politiek. Tot de oprichting van een efficiënt opererende ondergrondse is het nog niet gekomen. "Leve de partij - tienduizend jaar' heet het dikwijls op spandoeken in de Chinese hoofdstad. Het is een referentie aan de keizers, die óók werden geacht tot in de eeuwigheid het mandaat van de hemel te hebben. Niettemin dolven de dynastieën uiteindelijk het onderspit. Zo zullen ook de leiders in het Zhongnanhai, het Gele Kremlin, ooit hun bijltjesdag beleven.

Vanuit de Sovjet-Unie, Mongolië, Nepal en Cambodja rukt de democratie op naar China. Behalve dat krachtveld is er - betoogde sinoloog Jonathan D. Spence recentelijk in NRC Handelsblad - op de lange termijn een ander gevaar voor het orthodox-communistische regime: "In het zuiden, in de Speciale Economische Zones, trekt men zich zo langzamerhand niets meer aan van de centrale bureaucratie. Haar kreten en labels staan haaks op de praktijk van alledag. In 1997 voegt Hongkong zich bij de Volksrepubliek, en dat zou een stimulans kunnen zijn voor een kapitalistisch geïnspireerde stroming die het land op den duur economisch verovert.'

Hopen op zo'n Paard van Troje-effect kan geen kwaad, maar verandert in de naaste toekomst niets aan het lijden van de Chinese bevolking. Zonder druk van buitenaf (lees: een aandachtige, krachtige Westerse opstelling) is éénvijfde van de wereldbevolking nog jaren overgeleverd aan de ideologische grillen van een bewind dat "Socialisme met Chinese Karakteristieken' predikt. Het wordt tijd voor een gedachtenwisseling over de vraag òf en hoe we kunnen bijdragen aan het tot stand komen van een vrij China. Het wordt tijd dat we de Volksrepubliek weer op de kaart zetten.