Het ambigue spel van de liefde

In de cynische liefde - gaat het niet om romantiek. Kaarslicht, open haarden, nachtelijke strandwandelingen, gemijmer over de diepte van het universum zijn strikt taboe.

- zegt er nooit iemand “ik hou van jou”, hoogstens iets als “je hebt leuke oortjes” en dat ook niet meer dan één keer.

- is degene die het initiatief neemt (bijvoorbeeld tot opbellen voor een afspraak) tijdelijk de zwakke partij. Wanneer aan de andere kant een antwoordapparaat weerklinkt, is de opbeller niet ontevreden. Het achterlaten van de naam is voldoende. Nu is de andere partij weer aan zet.

- viert behoedzaamheid hoogtij. Zodra er iemand uitglijdt, dat wil zeggen iets doet of zegt dat als zwak opgevat kan worden, moeten er egobeschermende maatregelen genomen worden. Meestal komen die neer op het voeren van een low profile.

- is nooit helemaal duidelijk wat voor bedoelingen de deelnemers hebben. Verliefd zijn vinden ze een beetje kinderachtig, een beetje simpel. Ze spelen liever spelletjes.

- mag je keihard liegen. Het hoort bij de aantrekkelijkheid van het onvoorspelbare.

- compenseert het uiterlijk in hoge mate de feilen van het innerlijk. Onaantrekkelijke mensen beoefenen nooit de cynische liefde; die denken al snel "binnen is binnen'.

- scoren deelnemers hoog op aantrekkelijkheid. Kleren en (voor vrouwen) make-up zijn hierin niet te onderschatten wapens in de strijd.

- is het niet ongewoon om op één avond twee afspraken te hebben, met de een om zeven uur eten in de stad en met de ander om twaalf uur drinken in een café.

- zijn de afgeleide uitingen belangrijker dan de rechtstreekse. Een cryptische liefdesbrief wordt verkozen boven een gesprek van mens tot mens. Het niveau van de brieven, soms zelfs van de boodschappen op het antwoordapparaat, ligt een stuk hoger dan dat van de gesprekken tijdens ontmoetingen.

- werkt het zo ongeveer als bij de zen-meesters: niet op het midden van de roos mikken, maar zo'n beetje ernaast. Geen afspraak voor zaterdag- maar voor zondagavond maken. Niet zeggen: wat heb je mooie ogen, maar: wat zit je eye-liner geraffineerd. Niet samen naar een disco maar naar een fitnesscentrum gaan.

- zijn de deelnemers tegen elkaar opgewassen, omdat degene die ogenschijnlijk de minste macht heeft, dit compenseert door de ander zijn grillen nauwkeurig te bestuderen. Denken te weten hoe de ander in elkaar zit, zonder je eigen zin te krijgen, geeft evenveel bevrediging als wel je zin krijgen, zonder een duidelijk idee van de ander zijn bedoelingen.

- is het belangrijker op het juiste ogenblik te zwijgen dan op het juiste ogenblik te spreken, omdat het zwijgen de opties open houdt. Je kunt altijd later terugkomen op het verzwegene, maar je kunt niet meer zwijgen over het besprokene.

- speelt seks een ondergeschikte rol door het risico van een afglijden naar gezelligheid en huiselijkheid.

- wordt veel geroddeld. Bespreekt men de eigen verhouding in penseelvegen à la Karel Appel, andermans ervaringen worden doorgenomen met de pointillistische methode van Seurat.

- worden geen ruzies uitgevochten, maar brouilles uitgezeten. De brouille ontstaat even onverwacht als hij weer ophoudt. Over de reden om ermee te beginnen bestaat verschil van mening, over de reden om er weer mee op te houden eveneens, maar minder, want

- de cynische liefde is onmogelijk zonder een bovenmatige tolerantie voor ambiguïteit. Deze eigenschap versterkt zichzelf naarmate hij vaker beproefd wordt en schept daarbij zijn eigen behoeften. Deelnemers hoeven zich dus nooit te vervelen.

'Mijn sterke punt is dat ik altijd terug ga naar de dorpen. Traditioneel ging het zo met etnobotanisten: een graduate student wordt losgelaten bij de een of andere stam, hij spendeert daar een jaar, zoekt zijn data bij elkaar, keert dan terug om zijn proefschrift te schrijven en de daaropvolgende veertig jaar geeft hij toespraken over wat hij dat ene jaar deed. Maar zoals het spreekwoord luidt: 'If you come to my house for a week, you're a guest, if you stay longer, you're a pest.' Ik ben nooit heel lang gebleven bij de Tirio's. Zes weken, op z'n hoogst acht weken. Maar ik ben wel vele malen teruggekeerd. Dat werkt beter. Ze zijn enthousiast om je weer te zien, ze hebben je allerlei dingen te vertellen, maar je vormt geen last voor hen. Aanvankelijk kwam ik uit nieuwsgierigheid en voor planten, toen maakte ik vrienden en vond daardoor nog meer planten.'