"Geen plaats voor wraak in de toekomst van Zuid-Afrika'; "Ik ben optimistisch omdat er een gedeelde liefde is voor het land'

CARL NIEHAUS, blank en woordvoerder van het ANC, komt dezer dagen naar Nederland om er in Utrecht een jaar aan zijn proefschrift te werken. Een brandweerman die wordt weggehaald bij het vuur.

JOHANNESBURG, 24 DEC. De blanke "comrade' is meestal met twee of drie telefoons in de weer. Zijn rechteroog ziet de fax. Rustig, bijna monotoon geeft Carl Niehaus zijn antwoorden. De reactie van het Afrikaans Nationaal Congres op de laatste geweldsuitbarsting in de zwarte woonoorden, op de onderhandelingen met de regering over een nieuwe grondwet of op de eerste tournee sinds jaren van het nationale cricketteam. Hij is de woordvoerder van het ANC - doorgeefluik van feiten, meningen en sentimenten in de hitsige politiek van Zuid-Afrika.

Carl Niehaus moest na zijn aanstelling in mei dit jaar vooral wennen aan de honderden beslissingen, van onbenullig tot wezenlijk, die hij ineens dagelijks moest nemen. Dat was hij verleerd. In de gevangenis van Pretoria heerste ruim zeven jaar het regime van eten, werk, studie, schrijven en slapen.

Als twintiger koos Carl Niehaus voor het toen verboden ANC. Hij begaf zich in ondergronds werk en werd door mede-studenten verraden. Het proces in november 1983, waar hij samen met zijn vriendin Jansie Lourens terecht stond, trok veel aandacht. Niehaus was een "volksverrader', een zoon van de blanke Afrikaner stam die overliep naar het zwarte "terrorisme'.

Hij was een van de weinige blanken die zich daadwerkelijk voor het ANC inzette. Nu worden ze "de nieuwe Voortrekkers' genoemd, een vergelijking met meer sloganwaarde dan historische juistheid. De Voortrekkers, blanke Boeren die in 1835 Zuid-Afrika introkken om aan de Britse overheersing te ontsnappen, kozen voor het isolement van de eigen kring. Niehaus sloot zich als blanke aan bij de meerderheid.

Carl Niehaus is nu 31 en heeft een leven achter zich. Hij trouwde Jansie in de gevangenis. In de charmant-slordige anarchie van het ANC-hoofdkantoor in Johannesburg lijkt hij verdwaald, als een jonge dominee uit de Alblasserwaard in een Surinaams trefcentrum in de Bijlmermeer. Maar hij voelt zich er thuis: “Ik ben er trots op tot het ANC te behoren.”

Deze week vertrekken ze naar Nederland, voor een jaar. Carl gaat aan de Utrechtse Universiteit zijn proefschrift over de zwarte bevrijdingstheologie afronden, Jansie bestudeert er de didactiek van de wiskunde. Carl Niehaus is nerveus: afgelopen vrijdag en zaterdag werd in Johannesburg de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika gehouden, die een nieuwe, non-raciale grondwet gaat opstellen. Mogelijk gaat het ANC begin volgend jaar al meeregeren in een vorm van interim-bestuur en uitgerekend nu gaat hij weg, alsof je een brandweerman weghaalt bij het vuur. Nelson Mandela heeft hem gezegd dat elk moment van weggaan nu eenmaal slecht uitkomt, want er gebeurt in Zuid-Afrika te veel te snel. Hij moest het maar doen.

Niehaus: “Zeerust, een plattelandsdorpje in West-Transvaal, was een conservatieve, godsdienstige gemeenschap. Ik ben opgegroeid als lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk. De opvoeding was streng, in de Afrikaner tradities: twee keer naar de kerk op zondag, geen popmuziek, niet dansen en natuurlijk ontzettend racistisch. Het enige contact met zwarte mensen was dat met de bediende.

“De eerste waarde van de Afrikaner is het groepsbelang. "Ons is reg', alle anderen zijn verkeerd. Er is een sterke gezagsstructuur, met een belangrijke rol voor oupa en ouma. Je spreekt niet makkelijk je ouders tegen, je stelt niet te veel vragen. Het is een gemeenschap die druk uitoefent op mensen om zich te conformeren, met een fundamentalistische, godsdienstige benadering.

“De strenge waarden over seksualiteit of het niet werken op zondag hang ik niet meer aan. Maar iets van de cultuur heb ik behouden: een sterke dosis calvinisme, de werk-ethiek. Ik zal niet meer veroordelen wat andere mensen doen, maar ik kan sterk reageren op wat ik als onrechtvaardig beschouw. Mijn sociale bewustzijn en mijn politieke ontwikkeling komen daar vandaan. De basisreden waarom ik in opstand ben gekomen tegen de apartheid kan ik terugvinden in de manier waarop ik ben grootgebracht.

“Mijn ouders zullen dat ten sterkste ontkennen. Het is een vraag die zij zich vaak stellen: hoe is hun zoon tot al die dingen gekomen, die voor hen onaanvaardbaar zijn? We hebben geprobeerd erover te praten, maar we kregen woorden. Toch zochten ze me geregeld op in de gevangenis, want ik blijf hun kind. De familieband is deel van de Afrikaner cultuur.

“Een deel van de Afrikaner gemeenschap begon hen te negeren. Zelf voelden ze voornamelijk schaamte, en ze begonnen zich terug te trekken uit de gemeenschap. Mijn moeder is het fundamenteel oneens met wat ik heb gedaan. Maar als iemand iets slechts over me zegt, zal ze me verdedigen. Ik ben haar kind.

“De scènes waren vreselijk. Mijn moeder zei dat ik dit niet zou hebben gedaan als ik van hen had gehouden. Ik heb hun leven vernietigd. Voor hen was het aanvaardbaarder geweest wanneer ik voor een criminele daad, fraude of zo, in de gevangenis was beland. Ze begonnen verdedigingsmechanismen te zoeken: anderen hebben hem misleid, hij is het slachtoffer van manipulators. Zelfs na zes jaar in de gevangenis geloofde mijn moeder niet dat ik ècht lid was van het ANC. Ze dacht dat ik was betaald. Dat maakte me erg boos, dat was zó'n belediging.

“Mijn ouders zijn zeer ongelukkig over de richting waarin het land gaat, ze stemmen op de Konservatieve Partij. Maar het is voor hen moeilijk niet blij te zijn dat ik ben vrijgelaten. Dat is hun innerlijke strijd. Ze zijn het er beslist niet mee eens dat het ANC is toegestaan, maar het resultaat is dat hun zoon is vrijgelaten. En dat is het belangrijkste.

“Af en toe kom ik er nog. Een middag samen redden we wel. Ik zou graag vaker gaan, maar dan wordt het heel moeilijk. Je moet veel dingen vermijden. Over grote delen van hun en mijn leven spreken we niet.”

De groei van de angry young man begon thuis, toen hij zich als jongen verzette tegen het routineuze beledigende woordgebruik van zijn ouders. De zwarte was "die kaffir', de bediende "die meid'. Als zestienjarige kwam hij namens de kerk voor het eerst in Soweto, om missiewerk te doen: bijbels uitdelen, religieuze liederen spelen. “Het was een grote schok te zien hoe de mensen moesten leven. Ik voelde me hoogst ongemakkelijk. Daar kwamen een paar jonge blanke kinderen missiewerk doen onder volwassen zwarte mensen, arrogant genoeg om te denken dat we die mensen wel zouden bekeren. Als ik ergens binnenkwam, kreeg ik meteen een ereplaats toegewezen. De enige stoel ging naar de blanke. Na een tijdje kon ik daar niet meer tegen.”

Op de universiteit, na de ontmoeting met Jansie, werd het emotionele verzet van de theologiestudent omgezet in een principiële, intellectuele afwijzing van apartheid. Er waren discussies met zwarte studenten over de politiek, de schoolboycots. Langzaam schoof Niehaus op naar het non-raciale denken van het ANC, voor hem de enige geloofwaardige vertegenwoordiger van de meerderheid van het volk. Hij werd voor een jaar verbannen van de blanke Rand Afrikaanse Universiteit, nadat hij een "Mandela Vrij'-poster had opgehangen, en vond toevlucht bij Wits University in Johannesburg.

Carl Niehaus: “In het begin kon ik het principe van de gewapende strijd niet accepteren. Ik moest duidelijk voor mezelf weten dat het voor het ANC geen principe was, maar een laatste optie. Daar had ik lange discussies over met ANC-mensen in Botswana. Men wilde specifieke doelen aanvallen, en het aantal burgerslachtoffers moest minimaal zijn.

“Ik vond het niet correct me bij het ANC te voegen en niet mee te doen aan de gewapende strijd. Dat was een valse luxe. Maar zelfs daarbinnen kon je lijnen trekken. Het opblazen van een Wimpy-restaurant was fout, dat was een "soft target'. Daar heb ik in de gevangenis heel moeilijke en intense discussies over gevoerd. De leiders van het ANC hebben ook toegegeven dat het een fout was.

“Mijn morele raamwerk heb ik als klein kind op de kerkbank gekregen. Vanuit mijn religieuze waarden kon ik de gewapende strijd verdedigen. Het was noodzakelijk om van apartheid af te komen. Religie is voor mij een proces van de incarnatie van Christus in deze wereld. Dat betekent dat mensen betrokken moeten zijn in de strijd voor rechtvaardigheid.

“Ik geloofde in de theorie van de gerechtvaardigde oorlog, die gebaseerd is op een interpretatie van de Schrift: het gebruik van geweld is nooit goed, maar het is het minste van twee kwaden. Precies dat argument gebruikte Bonhoeffer toen hij besloot mee te doen aan het verzet tegen Hitler. De essentie van het geloof is voor mij niet een almachtige God die van bovenaf alles stuurt. De essentie is: hoop, de verwachting van een betere toekomst, ook voor dit land. Zonder die hoop was ik in de gevangenis gestorven. Ik ben een optimist.”

Het leven van de 20-jarige revolutionair was “extreem opwindend”. Na een korte training begon Carl Niehaus voor het ANC te werken, vol overtuiging en enigszins naïef. Nauwelijks getraind verzamelde hij met Jansie informatie, recruteerde sympathisanten, schreef rapporten over de politieke situatie en fotografeerde en beschreef objecten voor mogelijke aanslagen. “Het was een bevrijding. Werkelijk een stap verder in het breken met de apartheid. Maar ook de logische conclusie trekken: als je apartheid verwerpt, moet je ertegen optreden.” Niehaus was actief en maakte fouten. Terwijl hij ondergronds werkte, stond hij bovengronds vooraan in het studentenverzet. Hij viel op. En hij vertrouwde mensen die achteraf niet te vertrouwen bleken.

Op 23 augustus 1983 om vijf uur 's morgens viel de politie zijn appartement binnen. Carl en Jansie werden gearresteerd. In de cel naast hem zat Robert Whitecross, de vriend die hem bij zijn ANC-activiteiten had geholpen. Samen hadden ze foto's gemaakt van de gasfabriek van Johannesburg, doel van een mogelijke aanslag. Nu zaten ze zo dicht naast elkaar dat ze boodschappen konden uitwisselen. In de rechtszaal bleek Robert Whitecross een undercover-agent van de Zuidafrikaanse veiligheidspolitie. “Het maakte me ontzettend boos, omdat ik hem tijdens alle ondervragingen had beschermd. Ik bleef maar zeggen dat hij er niets mee te maken had. Ze wisten alles.”

Alle trucs kwamen te voorschijn. Zijn ondervragers hielden hem dagenlang wakker. Ze dwongen hem te blijven staan en sloten hem op in een isoleercel. Maar niets brak hem meer dan de cassette die zijn bewakers voor hem afspeelden. Het was Jansie die, gedwongen door haar ondervragers, huilend Die Stem zong, het volkslied van Zuid-Afrika.

Er viel weinig meer te redden tijdens de rechtszaak. Carl werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, Jansie tot vier jaar. Ze schreven elkaar - gecensureerde - brieven van maximaal 500 woorden. Na tweeëneenhalf jaar kregen ze toestemming om te trouwen. Carls ouders bezochten hem trouw en schreven hem brieven over de familie, zijn vaders hobby (houtbewerking) en rugby.

Carl Niehaus studeerde verder. Hij kreeg het moeilijk na de toelating van het ANC in februari 1990. Andere politieke gevangen kwamen vrij, hij bleef achter in de gevangenis. Hij kon niet meer studeren. Het idee elke dag vrijgelaten te kunnen worden, maakte elk geregeld leven in de cel onmogelijk. Invloedrijke Afrikaner vrienden maakten zich zorgen over zijn depressieve stemmingen en benaderden hoge leden van de geheime en conservatieve Afrikaner Broederbond, die toegang hebben tot de regering. Binnen een paar dagen was Carl Niehaus vrij. Zuid-Afrika ademt paradoxen.

Carl Niehaus: “Soms voel ik woede over wat ze van me hebben weggenomen. Maar het hoorde bij de strijd die ik moest voeren. Zij waren geïndoctrineerd, je moet ook naar hun politieke achtergrond kijken. Haat dient geen enkel doel. Ik voel één ding heel sterk: er is geen plaats voor wraak in de toekomst. We moeten geen mensen van de Nationale Partij vervolgen en in de gevangenis zetten.”

Carl Niehaus: “Ik word kwaad wanneer ik iemand van de Nationale Partij hoor zeggen dat zij enig krediet verdienen voor het toekomstige Zuid-Afrika, omdat de Nationale Partij de apartheid ontmantelt. Ik weet hoe die mensen jarenlang zijn bezig geweest de apartheid in stand te houden. Dat kan ik niet hebben.

“Ik ben optimistisch over de toekomst, omdat er een gedeelde liefde is voor het land. Ondanks de grote verschillen is er een perceptie dat we iets gemeenschappelijks moeten vinden. We moeten een nieuwe grondwet maken, mensen tot elkaar brengen. Of we worden vernietigd. Er is geen andere optie dan verzoening. Dat geldt ook voor de Nationale Partij. Ze moeten onderhandelen.

“Ik verwacht dat het ANC een algemene verkiezing met ongeveer zestig procent van de stemmen zal winnen. Het zou goed zijn om dan een coalitieregering van nationale eenheid te vormen, met verschillende partijen, ook de Nationale Partij. Het eerste kabinet van het nieuwe Zuid-Afrika zal een breed kabinet zijn.

“Er is een hoop angst voor het ANC jarenlang opgebouwd onder blanken in Zuid-Afrika. Tot nu toe zijn we onvoldoende op die angst ingegaan. We hebben onvoldoende persoonlijk contact met blanken, ook met hen die de Nationale Partij hebben verlaten en die de algemene principes van het ANC kunnen onderschrijven.

“De Afrikaners die betrokken raakten bij de vrijheidsstrijd, mensen als Beyers Naudé of Bram Fischer, moesten echt een lange weg gaan, door een hoop ervaringen heen van pijn en afwijzing. Maar als ze zich overgaven aan de strijd, dan werd het hun leven. Dan wilden ze hun leven ook geven.

“De Afrikaner heeft die sterke binding met de bodem. Hij kan en wil nergens anders heen. Daarom moet de oplossing voor dit land altijd een voorziening voor de Afrikaner bevatten. Ik bedoel niet het zelfbeschikkingsrecht of de eigen staat, die de conservatieve Afrikaners eisen, maar ik bedoel genoeg ruimte voor de eigen cultuur en taal, vastgelegd in de grondwet. Dit is ons land, net als van ieder ander hier.”

Foto: Carl Niehaus bij zijn vrijlating, afgelopen maart, met links een ANC-aanhangster en rechts zijn vrouw Jansie. (Foto Reuter)