Column

Drs. Pé

Via mijn broer liep al een tijdje de uitnodiging of ik een keer gast wilde zijn van de in Volendam wereldberoemde stadionspeaker Pé Mühren en zondag 15 december zat ik in de radiokamer van het heerlijk kleine stadion in het beroemde palingdorp.

Vlak voor me zat de volledige top van de sponsor Veronica en er schoot een hoop cynisme door me heen toen ik èn Joop van der Reyden, al jaren lang testbeeld van mijn spot, èn Rob Out, ook niet bepaald iemand met wie ik vier dagen naar de Ardennen zou willen, voor het eerst van mijn leven live zag.

Joop was ooit adviseur van Feyenoord en het spel van die club was toen even slecht als dat van Volendam nu. Dus zijn aanwezigheid is niet onopgemerkt gebleven. Ik vroeg me af of hij in de tweede helft nog op de tribune zou zitten. Hij zwicht namelijk nogal snel voor een lucratiever baantje en voor je het weet zit hij tussen Selinger en Brokking op de bank.

Er gaan in het Gooi nogal wat grappen over het snuifgedrag van de Veronicatop (ik heb wel eens gehoord dat Rob Out vaak een bijnaam is) en ik moest me dan ook inhouden toen ik aan onze kant een wit laagje poedersuiker op het licht bevroren veld bespeurde.

Twee keer drie kwartier zat ik tussen de vier Mühren van de radiokamer. Pé, zijn tweelingbroer Jan en de neven Klaas en Cees. Het werd een geweldige middag. Vier heerlijke Ajax-goals werden door de sportieve Pé omgeroepen alsof de thuisclub gescoord had en zelden heb ik me in vreemd gezelschap in zo'n korte tijd zo snel op mijn gemak gevoeld als die zondagmiddag.

Jan Mühren, de trotse vader van Gerrie en Arnold, vertelde op prachtige, bescheiden toon over de carrières van zijn twee aardige zoons. Emiel Mellaard zou met zo'n vader al lang negen meter drieëndertig hebben gesprongen. Bij de oude Mühren moest ik de anekdotes uit de mond trekken en ik begreep ook dat hij in al die succesjaren zijn broer geen seconde in de steek had gelaten. Het is de oudste tweeling van het dorp en Pé vertelde mij lachend over de eerste geluidsinstallatie waar hij door moest schreeuwen. Vierenvijftig jaar zit hij al achter de Volendamse micro en ik hoop dat daar zo nog vierenvijftig jaar bij komt. Hij doet het met stijl en ik heb dan ook met bewondering naar hem zitten kijken en luisteren. Hij smoort met een aardig grapje een vechtpartij in de kiem en houdt met een kuchje de harde en vernielende kern van de tegenpartij een dodelijke lachspiegel voor.

Speaken is een vak en Pé heeft het tot kunst verheven. Ajax heeft in de donkere dagen van Harmsen en De Vos nog eens het lollige plan gehad de voortreffelijke speaker te vervangen door twee quizmasters, een cabaretier en een disc jockey, die zich ook als zodanig gedroegen. Nog lees ik in braille de herinneringen op het kippevel dat ik krijg als ik aan deze stuntels denk. Een vriend van mij heeft Jack Spijkerman een keer lollig horen doen bij PEC Zwolle en is daarna nooit meer naar het voetballen gegaan. Ik hoorde vorig jaar bij FC Twente hoe de plaatselijke omroeper ons probeerde te overtuigen dat we een seizoenkaart moesten aanschaffen. Hij deed dat met zoveel verve dat er na de wedstrijd een lange rij voor het loket stond. Dit waren echter mensen die de reeds aangeschafte kaart wilden inleveren en hun geld terug eisten. Zij wilden nooit meer deze vreselijke grappenmaker horen.

Dit alles schoot door mijn hoofd toen ik de oude Pé aan het werk zag. De beminnelijkheid, het respect voor zijn publiek en het volledig zichzelf zijn maakten diepe indruk op mij. Dames en heren aanspreken met "dames en heren', de loterij voor de jeugd relativeren tot een loterij voor de jeugd, een exact juiste zondagmiddagtoon aanslaan en daarmee alles weer terugbrengen tot zijn oude proporties. Een potje voetbal en meer niet. De sponsor in zijn businessseat wordt daardoor een zielig hoopje middenstand, de F-side hoort zichzelf als een zooitje stumperds en de voetballer van de gemiste kans weet gewoon dat er volgende week weer een wedstrijd is.

Vierenvijftig jaar ervaring spreekt en de aardigheid van drs. Pé is dat deze oase van beschaving in de woestijn van poenerige proleten en vechtende en scheldende jongens cynischer werkt dan de meest bijtende grap van iemand die niet is afgestudeerd in het stadionspeaken en denkt: ik pak die microfoon en vermaak de massa wel even.

Na een heerlijke rondleiding nam ik een aantal biertjes later hartelijk afscheid van Pé en vroeg hem of ik nog een keer mocht komen. Het mocht. Toen zette hij zijn helm op en startte zijn brommer. Bij Monnickendam biggelden de tranen over mijn jongenswangen. Daar reed de succesvolle cynicus in zijn ordinaire Volvo en wist zeker dat hij volkomen mislukt was. Leve Pé.