De ontnuchtering van 1991

NEDERLAND IS overgeschakeld op een lagere versnelling nu een handvol ATV-dagen tussen kerst en Nieuwjaar twee vrije weken oplevert.

Dat past in een arbeidsbestel van veel vrije tijd en beperkte flexibiliteit. Met de nieuwe gewoonte van kerstgeschenken, met steeds exotischer maaltijden of een tweede vakantie bereidt Nederland zich voor op "1992' en neemt het afscheid van een veelbewogen jaar. Het was een jaar van ontnuchtering. In 1991 is in de politiek het besef doorgedrongen dat de sociaal-economische inrichting waaraan sinds 1945 onafgebroken is gesleuteld, geen bouwwerk met toekomstperspectieven heeft opgeleverd. Nederland is voorzichtig begonnen de vastgeroeste schroeven en moeren van de verzorgingsstaat losser te draaien.

De erfenis van Willem Drees en Gerard Veldkamp, bekrachtigd door het geloof van Joop den Uyl in de maakbaarheid van de samenleving, bleef in de jaren tachtig onaangetast in zijn uitgangspunten. Ondanks de bezuinigingen van Lubbers I & II bleef het beroep op verzorgingsregelingen toenemen, wat heeft geleid tot een steeds schevere verhouding tussen werkenden en niet-werkenden. In navolging van het WRR-rapport "Een werkend perspectief' werd de lage arbeidsparticipatie waarbij honderd werkenden het geld opbrengen om zichzelf en 86 niet-werkenden te onderhouden, als de achilleshiel van de nationale economie herkend. Het sociaal-economische draagvlak werd te smal om de vergrijzing en ontgroening van de bevolking en de concurrentie met open Europese grenzen aan te kunnen. In 1991 kwam de erkenning dat Nederland weer aan het werk moet.

DE OMSLAG begon met de Tussenbalans. Extra uitgaven voor nieuw beleid zoals in het regeerakkoord van het kabinet-Lubbers-Kok was uitgezet, vielen niet te rijmen met de voortgaande sanering van de overheidshuishouding. De Tussenbalans werd de zoveelste bezuinigingsoperatie die over Nederland heen kwam en niet het alles omvattende politieke debat over de toekomst, dat hooggestemd was aangekondigd. Maar het bedrag mocht er zijn, ook in vergelijking met eerdere kabinetten-Lubbers: zeventien miljard gulden aan bezuinigingen en lastenverzwaringen. Met duurdere kaartjes voor het openbaar vervoer, huurverhogingen en een kwartje op de benzineaccijns veroorzaakte het kabinetsbeleid een sprong in het prijsindexcijfer, zodat Nederland zijn positie van het land met de laagste inflatie in de Europese Gemeenschap verloor. De eerder beloofde BTW-verlaging, die het prijsopdrijvende effect had kunnen beperken, werd geschrapt ter wille van de verlaging van het financieringstekort. De burgers betaalden voor de terugtocht van de overheid.

Maar de teerling was geworpen. Het totaal aantal WAO'ers en werknemers in de Ziektewet is inmiddels opgelopen tot 1,2 miljoen. Met het vooruitzicht van één miljoen WAO'ers liet dit kabinet de fictie los dat alleen maatregelen om mensen weer aan het werk te helpen voldoende zouden zijn. Het besloot de lage drempels aan te pakken die ons stelsel onderscheiden van dat in omringende landen. Een dag voordat politiek Den Haag met zomervakantie vertrok, ging het kabinet akkoord met aanpassingen in de duur en hoogte van de WAO- en de Ziektewet-uitkeringen. Vooral bij de achterban van de PvdA riep de ingreep enorme weerstanden op. Maar ondanks harde vakbondsacties en demonstraties op het Malieveld vlak voor Prinsjesdag bleef de kern van de aanpassingen overeind.

De ommezwaai was daarmee niet voltooid. Minister van financiën en PvdA-leider Kok stelde zijn achterban gerust dat hij de ontkoppeling van lonen en uitkeringen niet zou meemaken. Enkele dagen later offerde hij de koppeling op het blok van het nieuwe realisme. Met belastingmaatregelen, gefinancierd door de inflatiecorrectie bij de inkomstenbelasting voor de hogere inkomens een jaartje te schrappen, werd toch de koopkracht van de minima en uitkeringstrekkers behouden. Ook al ontvangen ze bruto minder, netto zouden zij zelfs zes gulden meer krijgen.

IN DE HERFST waren vrijwel alle verworven rechten bespreekbaar geworden. De Tweede-Kamerfractie van het CDA bepleit bevriezing van het minimumloon ter wille van de werkgelegenheid. Minister Kok noemde de Vut-regeling die ertoe heeft bijgedragen dat minder dan een derde van de mannen tussen 60 en 64 jaar nog werkt (1971: 74 procent), een goudgerande regeling die nodig aan herziening toe is. Minister De Vries (sociale zaken) stelde de Algemene Verbindend Verklaring van CAO's ter discussie. De vermogensvlucht naar België en Duitsland als gevolg van de hoge Nederlandse lastendruk begon aandacht te krijgen en voorgestelde maatregelen in de Tussenbalans die de kapitaalvlucht vergroot zouden hebben, werden ijlings ingetrokken.

De welvaartsgroei in Nederland is de afgelopen twintig jaar steeds verder achtergebleven bij de overige EG-landen. Nederland heeft in Europa de hoogste arbeidsproduktiviteit, maar een van de laagste netto-beloningen per werkende. Hoewel de bevolking tussen 16 en 64 jaar met twee miljoen mensen is toegenomen, telt de particuliere sector nu evenveel werknemers als twintig jaar geleden. Het sociale-zekerheidsstelsel fungeert niet als vangnet, maar als spons. In geen enkel Europees land wordt zo veel welvaart verdeeld: de rijksbegroting gaat gebukt onder de last van overdrachtsuitgaven, en de omvang van onze subsidiëring van huisvesting, studie en openbaar vervoer is uniek in Europa. De rentelasten, erfenis van onvoldoende bezuinigingen in het verleden, bedragen nu vijfhonderd miljoen gulden per week en maken de overheidshuishouding extra gevoelig voor ieder zuchtje tegenwind. Geld voor investeringen in de infrastructuur of voor sanering van het milieu is er niet.

HET KOMPAS waarop Nederland moet varen, heet Europa. Met het onomkeerbare proces naar de Economische en Monetaire Unie dat half december in Maastricht in gang werd gezet, is de economische koers van Nederland grotendeels vastgelegd. Wim Kok, terecht geprezen als voorzitter van de onderhandelingen om voor het einde van de eeuw tot één munt in Europa te komen, heeft Nederland verplicht tot verdere aanpassingen van de economie. Zelfs als een volgend kabinet de verlaging van het financieringstekort na 1994 voortzet in het huidige tempo, zal het tot het jaar 2004 duren voordat Nederland voldoet aan de EMU-norm van een staatsschuld die maximaal 60 procent van het bruto nationaal produkt bedraagt.

De nestor van de Nederlandse openbare financiën, Jelle Zijlstra, heeft deze vuistregel voor gezond beleid geformuleerd, de 3 keer 50-regel. Dat wil zeggen: een staatsschuld, een collectieve-lastendruk en een toptarief van de inkomstenbelasting van minder dan 50 procent. Nederland is daar nog ver vanaf, maar hoe sneller het aan deze regel voldoet, des te overtuigender zal ons toegangsbewijs tot de Europese Unie zijn. Dan zal 1991 achteraf bezien te boek worden gesteld als het jaar van de omslag.