De eeuwige speurtocht naar de Ster van Bethlehem

Historische kronieken tonen aan dat kometen in verband werden gebracht met zowel goede als slechte voorboden en in het bijzonder met de geboorte van koningen.

Het is al bijna een even grote traditie als Kerstmis zelf dat er rond deze tijd weer een nieuwe wetenschappelijke verklaring wordt gepresenteerd om het verschijnsel van de Ster van Bethlehem te kunnen verklaren. Meestal denkt men daarbij aan een hemelverschijnsel, maar het probleem is dat er daarvan zo veel plaatsvinden en dat het jaar waarin de "Ster' verscheen niet precies bekend is omdat het jaar van Christus' geboorte niet precies bekend is. Daardoor zouden allerlei verschijnselen in aanmerking kunnen komen. Ging het om een komeet, de explosie van een ster, een bijzondere samenstand van heldere planeten, een samenstand van de maan en een planeet, of nog weer iets anders?

Volgens het boek Mattheus uit het Nieuwe Testament wees de Ster van Bethlehem de wijze mannen uit het oosten de weg naar Jeruzalem en Bethlehem, om het jonge kind Jezus te aanschouwen. Een van de populaire theorieën is dat het heldere licht dat door de Drie Wijzen werd gezien een zeer nauwe samenstand (conjunctie) van de planeten Jupiter en Saturnus in het jaar 7 vC. was. Maar de Britse astronoom Colin Humphreys, van de universiteit van Cambridge, beweert nu dat het om een komeet ging die in de lente van het jaar 5 vC. verscheen en die beschreven wordt in oude Chinese kronieken.

Volgens Humphreys wijzen recente berekeningen er op dat de planeten Jupiter en Saturnus altijd op enige afstand van elkaar zouden hebben gestaan, terwijl de beschrijving in de Bijbel spreekt over één enkel object dat boven Bethlehem stond. “Een komeet past precies in de beschrijving in Mattheus van de komst van een nieuwe ster, die langzaam ten opzichte van de achtergrond van sterren bewoog en die boven Bethlehem stond”, aldus Humphreys. Volgens hem zijn er drie kometen die voor de Ster van Bethlehem in aanmerking komen: die van 12 vC., 5 vC. en 4 vC.

Volgens de Evangeliën vond de geboorte van Jezus plaats tijdens de regering van koning Herodes, die in het jaar 4 vC. zou zijn gestorven. De geboorte van Jezus zou dan "met redelijke waarschijnlijkheid' tussen de jaren 7 en 4 vC. moeten hebben plaatgevonden. Volgens Humphreys kwam de komeet van 12 vC. te vroeg en was die van 4 vC. te laat. De komeet die in het jaar 5 vC. verscheen zou als enige in aanmerking komen voor de Ster van Bethlehem.

Volgens Humphreys werd Jezus waarschijnlijk geboren tussen 9 maart en 4 mei van het jaar 5 vC., waarschijnlijk rond het joodse Pasen, dat tussen 13 en 27 april plaatsvond. “Een geboorte in het jaar 5 vC. is te rijmen met de volkstelling van keizer Augustus en alleen tijdens Pasen zou de herberg van Bethlehem vol zijn geweest. Een geboorte op Kerstmis strookt (ook) niet met het verhaal in Lucas dat de schaapherders in de velden leefden en 's nachts de wacht hielden over hun kudden toen Christus werd geboren.”

De theorie dat de Ster van Bethlehem een komeet is geweest gaat overigens terug tot minstens de derde eeuw. Hij werd echter niet geaccepteerd omdat men er van uitging dat kometen alleen als voorboden van rampspoed werden beschouwd en de Drie Wijzen er dus niet de heuglijke geboorte van een nieuwe koning in zouden hebben gezien. Maar volgens Humphreys, die zijn interpretatie publiceert in het decembernummer van het Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society, tonen historische kronieken aan dat kometen in verband werden gebracht met zowel goede als slechte voorboden en in het bijzonder met de geboorte van koningen.Is het raadsel nu eindelijk opgelost? Neen. De Amerikaanse astronoom Michael R. Molnar, van de Rutgers-universiteit, suggereert in het januarinummer (1992) van Sky and Telescope dat de Ster van Bethlehem misschien de bedekking van Jupiter door de zeer jonge maansikkel was, op 20 maart in het jaar 6 vC. direct na zonsondergang in het sterrenbeeld Ram. Jupiter stond voor succes, overheersing en macht, terwijl de ram het astrologische symbool voor onder andere Judea was. Tijdens de bedekking stond ook Mars in dit sterrenbeeld, hetgeen de astrologische implicaties voor Judea zou versterken.

Molnar heeft dit alles afgeleid uit astronomische afbeeldingen op munten uit Antiochië, de derde grote stad in het Romeinse rijk (gelegen in het gebied dat nu tot Turkije behoort). Volgens hem is het hemelverschijnsel in de heldere schemering misschien niet zichtbaar geweest, maar zou het door de astrologen gemakkelijk voorspeld kunnen zijn. Het belangrijkste was dat het verschijnsel zich boven de plaatselijke horizon zou afspelen. Molnar meent dat ook niet waarneembare hemelverschijnselen in die tijd een diepe betekenis konden hebben en dat het voor de Drie Wijzen een teken kon zijn geweest om op pad te gaan.

Zoals gebruikelijk wordt ook in het Artis Planetarium in Amsterdam in deze tijd weer aandacht geschonken aan de astronomische betekenis van de Ster van Betlehem. In een speciaal programma wordt een overzicht gegeven van de meeste theorieën, waarbij dan een nauwe samenstand van de planeten Jupiter en Venus aan de avondhemel in het jaar 2 vC. als meest waarschijnlijke wordt gepresenteerd. Jezus zou dan dus in het jaar 2 vC. geboren moeten zijn. Dit zou niet in strijd behoeven te zijn met het sterfjaar van Herodes, omdat er ook redenen zijn om vraagtekens te zetten bij de telling van de jaren vóór het begin van onze jaartelling. Maar dat is weer een ander chapiter.