Buurt bezorgd over asielbeleid; "We houden dochters thuis'

BLESKENSGRAAF, 24 DEC. Als we steeds maar zeggen dat we geen racisten zijn gelooft niemand ons meer, vermaant burgemeester G.W. Abbring van de Zuidhollandse gemeente De Graafstroom de inwoners uit Bleskensgraaf. Die hebben op dat moment bij monde van hun woordvoerder J. Blaak herhaaldelijk verklaard geen rassenhaat te dragen.

De bomen- en bloemenbuurt van Bleskensgraaf maakt zich alleen zorgen. In de Klaproosstraat, tegenover de brandweerkazerne, staan twee woningen voor asielzoekers. In het ene woont al geruime tijd een Roemeens gezin (“Die beschouwen we als burgers”), in het andere maken alleenstaanden (vooral uit Afrika) om de paar maanden plaats voor nieuwe 'solisten'.

Een stel dronken jongens heeft de woning van Afrikanen op 8 december kort en klein geslagen. Tot grote schrik van de buurt. De asielzoekers konden er niks aan doen, zegt Blaak beslist, maar in de loop van de drie jaar dat daar vreemdelingen wonen is de overlast gegroeid. En toen deze zomer het gerucht de ronde deed dat er achter de kazerne nog eens vier woon-units zouden worden geplaatst voor asielzoekers, “werd verbazing angst en ontzetting”. Daarom zaten burgemeester en buurtbewoners gisteravond bijeen in buurthuis "de Spil'.

Al in zijn eerste uitleg zegt de burgemeester toe dat de kern Bleskensgraaf niet meer asielzoekers zal krijgen, omdat daarvoor het draagvlak bij de bewoners ontbreekt”. Blaak doet of hij het niet gehoord heeft en lucht uitgebreid zijn hart over de angst die bij de buurtbewoners heerst. Hij heeft de woorden van de burgemeester nog niet tegengesproken, dat de buurt tegen asielzoekers zou ageren (“Wij gedogen die twee woningen, maar zijn tegen een concentratie van vreemdelingen in de buurt”), of de onvrede borrelt bij zijn buren op.

“Ik wil iets vragen”, leidt mevrouw Weldering uit de Klaproosstraat haar grieven in. “Hebben die asielzoekers alleen rechten of ook plichten?” Toen zij hier 21 jaar geleden uit de grote stad kwam, heeft ze zich ook aangepast. “Geen aanstoot geven, dat is je plicht.” Als ze niet mogen werken, vraagt ze zich nog af, hoe kan het dan dat ze meer geld hebben dan een normaal gezin? Als ze maar honderd gulden zakgeld per week krijgen, hoe komen ze dan aan die auto's? De ene is nog niet kapot of de ander staat er al.

Haar verwijzing naar de auto's maakt de tongen los. Het zijn waardeloze auto's, schadelijk voor het milieu (“Moet je eronder kijken, een hele plas olie”), een blauwe BMW staat al maanden als een roerloos wrak in de Peppelstraat en het rijgedrag van de heren, zo zegt Blaak, daar zwijg ik maar over.

Weldering: “Laatst stapt er eentje op het station zo bij mijn dochter op schoot.” Het kan toch niet zo zijn dat we onze dochters thuis moeten houden als de Afrikanen bezoek krijgen, aldus Blaak. Of dat we onze auto's elders moeten parkeren uit angst voor vernielingen. En er gaan geruchten dat er binnenkort misschien weer iets te gebeuren staat.

De burgemeester (“Ik word ziek van die geruchten, het lijkt de tamtam in het Afrikaanse oerwoud wel”) heeft voor de aanstoot die de auto's van asielzoekers geven wel een oplossing. Ze kunnen hun auto misschien elders in de gemeente parkeren, waar deze minder opvalt. “Desnoods op een erf of in een schuur.”

Geen extra asielzoekers, herhaalt Abbring, en geen woon-units bij de brandweerkazerne. WVC heeft toegezegd zich in te spannen alleen gezinnen in de asielzoekerswoningen aan de Klaproosstraat te plaatsen. Bovendien belooft hij dat de bewoners meer betrokken zullen worden bij het asielbeleid van de gemeente. En dat de blauwe BMW voor 31 december zal worden weggehaald.

Als Blaak zijn erkentelijkheid voor alle toezeggingen heeft uitgesproken (“Ik denk dat wij een hele grote brok duidelijkheid hebben gekregen”), herinnert de burgemeester zijn burgers nog aan de Christus en diens gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Hij pleit voor de opvang en begeleiding van asielzoekers, “toch ook onze medemensen”.