Bij Nieuw Sinfonietta wordt de bewerking een ware herschepping

Programma: Nieuw Sinfonietta Amsterdam, o.l.v. Lev Markiz met medewerking van Vladimir Mendelssohn, altviool. Programma: Pärt: Cantus in memoriam Benjamin Britten, Sjostakowitsj: Altviool Sonate opus 147 en Beethoven, Strijkkwartet in cis opus 131. Gehoord: 22-12 Grote Zaal Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Metamorphosen heet de serie van drie concerten door het Nieuw Sinfonietta Amsterdam, waarvan gistermiddag in Utrecht het tweede plaatsvond. Enerzijds verwijst deze titel naar het gelijknamige altvioolstuk van Richard Strauss dat op het eerste concert werd uitgevoerd, en daarmee naar de centrale plaats van de altviool op alle drie programma's. Anderzijds geeft deze titel aan dat het fenomeen van de muzikale gedaanteverwisseling in deze serie volop de aandacht krijgt.

Toen componisten nog componeerden in dienst van de kerk of het hof, dienden bewerkingen meestal een praktisch doel: een partituur werd door middel van kleine ingrepen geschikt gemaakt voor uitvoering door een andere bezetting. Maar nadat kunstenaars zichzelf onder invloed van de romantiek als creatieve "genieën' waren gaan beschouwen, kreeg het begrip gaandeweg een nieuwe betekenis. Een bewerking werd een herschepping, waarbij de ene componist zijn goddelijke licht liet schijnen over het werk van een ander, zodat er aan de originele partituur een meerwaarde werd verleend. In onze eeuw raakte de bewerking ook nog in zwang als een beproefd middel voor dolende componisten om hun dikwijls zo moeizame relatie tot een muzikale traditie te onderzoeken en te becommentariëren.

In de serie van het Nieuw Sinfonietta Amsterdam lopen al deze noties eigenlijk een beetje door elkaar: allereerst levert het spelen van bewerkingen een aantrekkelijke repertoirevergroting op die men naar buiten toe altijd kan verantwoorden door er het deftige etiket van de herschepping op te plakken. Niet voor niets heeft het Nieuw Sinfonietta Amsterdam zich alle moeite gegeven om in de programmatoelichting bij Metamorphosen en in zijn kwartaalbulletin het verschijnsel "bewerking' van alle kanten te verdedigen. Nadat aan de hand van talloze voorbeelden uiteengezet is dat de muziekgeschiedenis bol staat van de bewerkingen, luidt de onomstotelijke conclusie: “Creativiteit uit het verleden inspireert tot nieuwe creativiteit”. Met andere woorden, laat niemand het wagen bij voorbaat commentaar te leveren op de gloednieuwe bewerkingen die dirigent Lev Markiz en altviolist Vladimir Mendelssohn speciaal voor Metamorphosen schreven. Een beetje arrogant is het wel, maar gelukkig getuigden de zondagmiddag door het Nieuw Sinfonetta Amsterdam met veel vuur verdedigde resultaten van vakmanschap, goede smaak en respect voor het verleden.

Na een geconcentreerde uitvoering van Arvo Pärts Cantus in Memoriam Benjamin Britten beet Vladimir Mendelssohn als solist en "componist' op overtuigende wijze de spits af met zijn bewerking van de Altvioolsonate, opus 47 van Sjostakowitsj voor altviool, strijkorkest en celesta. Wat bij deze herinterpretatie van Sjostakowitsj' allerlaatste compositie aan soberheid verloren ging, werd gecompenseerd door een toename aan expressieve klankkleuren. Mendelssohns bewerking bleek daarmee een herschepping in de ware zin des woords, die mede door het uitmuntende spel van solisten en orkest diepe indruk maakte.

Al even imponerend klonk vervolgens de bewerking van Beethovens Strijkkwartet in cis, opus 131 voor strijkorkest door Lev Markiz. Hier bleef het contrast met de originele partituur grotendeels beperkt tot een versterking van de verschillende stemmen. Loert daarbij haast per definitie het gevaar van artistieke vervlakking om de hoek, dankzij het fenomenale samenspel en de enorme muzikale inzet van het Nieuw Sinfonietta Amsterdam werd dit probleem met verve omzeild.