Bep Bakhuys

De eerste Nederlandse voetballer die officieel voor geld ging spelen, was Bep Bakhuys.

Gaat het om de vraag hoe zijn plaatsing in 1937 op de beroepslijst in zijn werk is gegaan, dan moet allereerst gesteld worden dat deze formidabele middenvoor al in 1933 - vier jaar eerder - allesbehalve een loepzuivere amateur was. Hij had voordien drie wedstrijden in het Nederlands elftal gespeeld, was toen naar het toenmalige Nederlands-Indië vertrokken, had bij THOR (Tot Heil Onzer Ribbenkast) gevoetbald en was in 1933 door zijn werkgever ontslagen. Terug in Nederland meldde hij zich bij zijn oude club ZAC in Zwolle, waar hij via weergaloos voetbal er persoonlijk voor zorgde dat het elftal alsnog naar de hoogste klasse promoveerde. Zijn salaris werd intussen bijeen gebracht door een paar vermogende supporters. Bakhuys ontving 150 gulden per maand. Twee jaar later verdween hij naar het Haagse HBS. Hij kreeg een sigarenwinkel in de Weimarstraat en voetbalde uitstekend. Maar hij wilde niet achter de toonbank staan en de hele dag kwebbelen over voetbal. Wat hij wel wilde en kon werd nooit duidelijk. In '37 vroeg hij plotseling overschrijving aan naar VVV, een Venlose tweede klasser. Hij had er geen familie, geen vrienden, geen relaties, of het zou de energieke, uitbundige voorzitter van de Limburgers moeten zijn, Jo van Daalen. Die zag zeer veel brood in de beroemdheid uit het Westen en bood hem... een sigarenwinkel aan. Daar stond Bakhuys dan, opnieuw achter de toonbank en speelde intussen vriendschappelijke wedstrijden voor VVV. Dit alles in afwachting van de KNVB-goedkeuring op zijn overschrijvingsaanvraag. Het ging daarbij om een overschrijvingsaanvraag op korte termin. Op langer termijn was er zelden een probleem, maar dan moest men een seizoen wachten eer men voor zijn nieuwe club mocht spelen. Dat was voor VVV en Bakhuys natuurlijk niet interessant. Hoe fel men in bepaalde perioden bij de KNVB joeg op overtreders, merkte ik kort na de Tweede Wereldoorlog, toen alle sportjournalisten tot profs werden verklaard en ik van de ene op de andere week voor mijn sympathieke, amateurzuivere clubje in de zaterdagcompetitie niet langer mocht uitkomen. Een jaartje later werd het besluit overigens ingetrokken. De KNVB die zijn bokkensprongen vele jaren met de mantel der liefde had bedekt, benoemde een commissie van onderzoek, die weinig tijd nodig had om tot het advies te komen, Bakhuys op de proflijst te plaatsen - wat inhield dat hij binnen Bondsverband niet langer mocht voetballen. Voorzitter Van Daalen werd voor vijf jaar geschorst. In feite was dat het einde van Bakhuys' loopbaan in Nederland. Hij deed toen iets verstandigs: hij vertrok naar Frankrijk en ging als beroepsspeler in een land waar het professionalisme was toegestaan, voor de FC Metz spelen. Hij heeft mij ooit verteld, zijn beste voetbaljaren tussen '37 en '41 te hebben beleefd. Beter in conditie dan ooit tevoren en gehard in een zware competitie. Toch bleef hij zwerversbloed in de aderen hebben. Een tijdje speelde hij in Duitsland, waar hij te werk was gesteld. Ook in Zwolle dook hij op, werkte bij de Zwolse Courant en speelde in de bedrijfscompetitie bij Tilia. Ik ontmoette hem in de laadbak van een vrachtauto, waarin de Nederlandse sportpers in maart '46 in Luxemburg van het hotel naar het stadion reed. Ik zat op de rand en we waren net gestart, toen er een man achter de auto aan sprintte en met een gedurfde sprong zich zelf binnen loodste. Het was Bakhuys, die naar Luxemburg was gekomen om de machtige KNVB-voorzitter Karel Lotsy te ontmoeten. Hij wilde terug naar Nederland en trainer worden. Zo ontmoet een voetballiefhebber zijn idool van tien jaar eerder! Het is Bakhuys overigens niet gelukt vergeving te krijgen voor wat toen als zware zonden werden aangerekend. Een paar jaar later kreeg hij tbc en weer later een rustige kantoorbaan. We waren een hypocriet volk. Aan de ene kant werd Bakhuys als voetballer bejubeld, aan de andere kant vonden velen het onverteerbaar dat hij met voetballen zijn brood verdiende. Ook is waar, dat Bakhuys zijn minachting voor de amateurbepalingen voortdurend liet merken. Hij werd een halve eeuw te vroeg geboren.