Uitspraak in kort geding; Zes Russische asielzoekers moeten weg

DEN BOSCH, 23 DEC. De Nederlandse staat mag zes Russische asielzoekers uitwijzen. Vier van hen hoeven echter niet voor 1 februari volgend jaar ons land te verlaten. Dat heeft de fungerend president van de arrondissementsrechtbank in Den Haag, mr. G.W.M. Bodewes, vanochtend bepaald in het kort geding dat betrokkenen tegen de staat hadden aangespannen.

De zes Russen kwamen begin oktober vanuit Israel naar Nederland. Kort daarop dienden zij een verzoek in om toelating als vluchteling danwel wilden zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning als asielgerechtigde. In alle gevallen beschikte staatssecretaris Kosto van jusititie negatief. Ook mochten zij de behandeling van een herzieningsverzoek niet in Nederland afwachten.

Volgens de advocaat van een uitgeweken Russisch echtpaar, mr. W. Nass, worden zijn cliënten in Israel “op zeer ernstige wijze gediscrimineerd omdat zij geacht werden van Russische afkomst en geen Joden te zijn”. Hun dertienjarige dochter is volgens het echtpaar door een Israëlier verkracht en toen de vader aangifte wilde doen werd hij “uitgelachen door de politie”. Volgens Nass bewijst dit dat betrokkkenen geen bescherming kunnen zoeken bij de Israelische overheid. Een andere “zeer ernstige berdreiging” was de dode duif die onder het raam van het echtpaar werd gegooid.

Volgens de president heeft dit echtpaar “op geen enkele wijze aannemelijk kunnen maken” dat zij in Israel ernstig gediscrimineerd zouden worden. Ook wees hij er op dat, zo er al sprake zou zijn van discriminatie, dit een onvoldoende grond is om vervolging te vrezen in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Voorts achtte hij de veronderstelling dat het echtpaar geen bescherming zou krijgen van de Israelische autoriteiten “onaannemelijk”. In de andere vier gevallen betoogde de president dat zij de aanvraag van het Russische staatsburgerschap ook in Israel kunnen afwachten. Het duurt ongeveer acht maanden voordat zij het Russisch staatsburgerschap daadwerkelijk in bezit hebben. Volgens het vanochtend gewezen vonnis wordt het risico te groot geacht dat “nadat zij naar de (voormalige) Sovjet-Unie zijn uitgezet weer naar Nederland terugkeren. Dit klemt temeer nu zij zonder problemen naar Israel kunnen worden uitgezet waar hun toelating voor onbepaalde tijd is gewaarborgd”, aldus dit vonnis.

Op dit moment bevinden zich nog ongeveer 135 Russische asielzoekers in Nederland. Vorige week maandag werden 43 van hen het land uitgezet. De asielzoekers zeggen in Israel te worden gediscrimineerd, met name op de woning- en arbeidsmarkt. Sinds 1987 zijn 380.000 Russische emigranten in Israel gearriveerd.