The Fish Hospital wekt verwarring en bewondering

Concert: The Fish Hospital. Bezetting: Beatrice van der Poel (zang, slidegitaar), Marc van Woerkom (gitaar), Frank van Berkel (bas) en Roel Bisschop (drums). Gehoord: 21-12 Hedon, Zwolle. Herhaling: 27-12 Effenaar, Eindhoven, 28-12 Patronaat, Haarlem.

Het publiek in het Zwolse jongerencentrum Hedon blinkt op het eerste gezicht niet uit in onbekommerd hedonisme. Lag het aan de houseparty van de vorige avond, of was de muziek van The Fish Hospital te ingewikkeld om een enthousiaste reactie uit te lokken? Meer dan een beleefd applaus kon er niet af, zelfs niet na de pauze, die vooral bedoeld leek om de kelen te smeren. “Als jullie meer willen, moet je dat nu zeggen”, probeerde de zangeres tenslotte het ijs nog maar eens te breken. De toegift kwam er, maar van harte ging het niet.

In het krantje dat verspreid werd bij de jongste editie van de Grote Prijs van Nederland, mochten de leden van The Fish Hospital vertellen dat ze "het stadium van de Grote Prijs voorbij zijn". Met hun vorige groep Many "More behaalden gitarist Marc van Woerkom en zangeres Beatrice van der Poel in 1985 de tweede plaats, zonder dat daar vette platencontracten of blijvende roem uit voortvloeiden. De debuutsingle (Blue Funk) van The Fish Hospital werd op eigen merites verkozen tot lokschijf bij de lokale omroepen, en onlangs verscheen een titelloos debuutalbum dat recht doet aan het eigenzinnig geluid van het Amsterdamse viertal. Enerzijds laat de muziek zich typeren als een moderne variant op gevestigde stijlvormen als blues, rock en funk, met nadruk op het soepele stemgebruik en het opvallende, primitieve slide-gitaarspel van de zangeres. Anderzijds heeft men zich nog niet geheel losgeworsteld van de erfenis van de new wave, die zich uit in hoekige ritmes en enigszins gekunstelde gitaar- en baspartijen. Het eindresultaat heeft een hoog oorspronkelijkheidsgehalte, ook al munten de instrumentalisten niet uit door de uitbundigheid waarmee ze hun kunsten over het voetlicht brengen. Alleen de zangeres laat er met haar gekke bontmuts en glitterend broekpak geen twijfel over bestaan, dat ze het leuk vindt om behalve gehoord ook gezien te worden.

The Fish Hospital maakt geen gemakkelijke muziek voor een avond vrijblijvend vermaak. Daarvoor is de afstand tussen band en publiek te groot, noodt het ritme te weinig tot meebewegen en zijn de tekstonderwerpen te buitenissig. “Ken je dat, de doden uitlaten?"' luidt de onzinnige introductie van de onrustige waanzinaria Walking The Dead. De zangmelodie wringt zich in de meest onverwachte bochten, en het arsenaal aan onconventionele drumroffels doet na enige tijd verlangen naar een bevrijdende vierkwartsmaat. Pas bij een lief liedje (Love Bites) lieten de jongens van de plaatselijke brommerclub zich verleiden tot een voorzichtig rondedansje. The Fish Hospital wekte verwarring en bewondering, in een sfeer waarbij band en publiek niet zo goed wisten wat ze met elkaar aan moesten. Ik kan me vergissen, maar het leek of er een zucht van verlichting door de zaal ging toen de discjockey na afloop op vol volume Nirvana's Smells Like Teen Spirit uit de speakers liet schallen.