Rituelen en symboliek van de vrijmetselarij; Mozart onderworpen aan wrede kwelling

Mozart wordt vrijmetselaar - een inwijding. Regie: Chaim Levano. Spel: Euridice strijkkwartet, Jan Pieter Koch, Carel Alphenaar, Chris Bolczek, Arthur Belmon, Jaap van Heerden e.a. Gezien: 21-12 in theater De Balie, Amsterdam. Reprises (onder voorbehoud): 27, 28 en 29 februari 1991

Boven de toegangsdeur van theater De Balie hing een goudkleurige driehoek met daarin een doorzichtig bolletje. Voor ingewijden was dit voldoende om te weten dat hier een bijeenkomst van vrijmetselaars zou plaatsvinden. Onbekenden waren niet welkom: in de gang naar de eerste, donkere zaal hing de waarschuwing dat degenen die "enkel uit nieuwsgierigheid' kwamen, zich weg moesten scheren. Maar niemand trok er zich iets van aan, hoewel de meeste toeschouwers natuurlijk wél uit nieuwsgierigheid waren gekomen. Mozart wordt vrijmetselaar - een inwijding, een vrije bewerking van Chaim Levano van Mozarts inwijding in 1784 tot de vrijmetselarij, was ten slotte een zeldzame gelegenheid om kennis te nemen van de rituelen en symboliek van de vrijmetselarij.

De vrijmetselarij is nog steeds met geheimzinnigheid omgeven. Vrijmetselaars doen altijd alsof ze niets te verbergen hebben, maar wie vraagt naar hun bezigheden, wordt afgescheept met nietszeggende antwoorden. Toen ik afgelopen zomer de Grand Lodge in Londen, het hoofdkwartier van de Engelse vrijmetselarij, bezocht, was het antwoord op de vraag van iemand uit het rondgeleide gezelschap wat de vrijmetselaars nu precies uitspookten tijdens hun bijeenkomsten in de loge: “Well, we come together and have a good time.”

Maar als we Chaim Levano moeten geloven, speelde Mozarts inwijding in de vrijmetselarij zich af in een heel andere sfeer dan die van een gezelligheidsvereniging. Het was een zeer plechtige bijeenkomst, in vergelijking waarmee een katholieke hoogmis een frivole gebeurtenis is. Het enige grappige was de manier waarop de vrijmetselaars bevestigend antwoordden op vragen van de grootmeester (Carel Alphenaar): door luidruchtig met beide handen over hun buik te strijken.

In de donkere kamer, waar Mozart (Jan Pieter Koch) moest plaatsnemen achter een bureau waarop een kandelaar met drie brandende kaarsen en een mensenschedel stonden, werd hem de stuipen op het lijf gejaagd. De "angstaanjagende broeder' waarschuwde hem op dreigende toon voor de beproevingen die hem bij de inwijding stonden te wachten. Als hij die niet zou doorstaan, zei de broeder, zouden zijn talenten ineenschrompelen en zou hij eindigen als een bedelende zwerver. Maar tot driemaal bleef Mozart volharden in zijn wens om vrijmetselaar te worden. Daarop werden hem zijn jas, hoed en sieraden ontnomen, deed een "opzichter' hem een blinddoek om en werd hij op ruwe wijze naar het logeverblijf geleid onder de klanken van zijn eigen schitterende dissonantenkwartet, uitgevoerd door het vrouwelijke Euridice strijkkwartet.

In het tweede vertrek, de door kaarsen verlichte logeruimte, was de sfeer niet minder dreigend. Op de grond lagen binnen een door een dik touw omsloten rechthoek allerlei voorwerpen: een passer en een lineaal op een opengeslagen bijbel, een kubus in een hoopje zand, een troffel, een hamer, een ruwe steen, een lineaal, een tekenbord, een zuil enzovoort, enzovoort. De "redenaar' (Jaap van Heerden) legde Mozart en het publiek uit waarnaar al die voorwerpen verwezen. De zuil bijvoorbeeld stond voor Jachin, een van de twee zuilen die ooit voor de Tempel van Salomon stond. Maar voor het zover was werd Mozart aan kwellingen onderworpen. Zijn hemd werd van zijn linkerborst gescheurd en hij moest, nog steeds geblinddoekt, met de punt van de degen van een van de opzichters op zijn hart gericht driemaal door het vertrek lopen waarbij men hem steeds over een stuk hout liet struikelen. Ook driemaal werd hij blootgesteld aan steekvlammen en ten slotte moest hij drie ferme tikken van een hamer op een in zijn ontblote borst gepriemde passer verdragen. Pas toen mocht hij op de bijbel trouw zweren, niet alleen aan de grote "bouwmeester van de gehele wereld' en de vrijmetselarij, maar ook aan de wetten en de keizer van het land.

Spannend was de inwijding nooit - iedereen wist natuurlijk vantevoren dat Mozart de beproevingen zou doorstaan - maar van de combinatie van vreemde rituelen bij kaarslicht met muziek ging ontegenzeggelijk een zekere bekoring uit. Het was vooral een leerzame avond, die duidelijk maakte dat de vrijmetselarij een uit de hand gelopen jongensclub is. Ik moest in ieder geval de hele avond denken aan de bijeenkomsten van mijn eigen geheime club in de schuur, vroeger, toen ik zeven was.