Provincie Friesland gaat meer doen aan cultuur-toerisme; "Toerist wil na drie weken zeilen wel eens wat anders'

LEEUWARDEN, 23 DEC. Simon Vestdijk werd er geboren, doorliep er de lagere school en situeerde er zijn roman "Terug tot Ina Damman'. Maar een standbeeld van zijn romanfiguur Anton Wachter in het centrum van Harlingen is de enige herinnering die er aan zijn leven in de Friese havenstad te zien is. Dat Vestdijk in Harlingen opgroeide zou veel meer uitgebuit kunnen worden, vindt architectuur-historicus R. Terpstra. “Er hangt in Harlingen iets in de lucht van Vestdijk, maar daar kun je veel meer mee doen”.

Terpstra is beleidsmedewerker van de provincie Friesland. Onlangs kwamen deskundigen, bestuurders, en beleidsmakers uit dertien landen in Leeuwarden bijeen op een tweedaagse internationale conferentie in Leeuwarden om te discussiëren over de mogelijkheden van cultuur-toerisme. Cultuur-toerisme, het in nauwe samenhang presenteren van monumenten, musea en culturele voorzieningen aan een breed publiek, staat in Nederland, in tegenstelling tot in landen als Engeland, de Verenigde Staten en Duitsland, nog in de kinderschoenen. “Er zijn misschien wel literaire routes of stadswandelingen”, betoogt Terpstra, “maar juist de onderlinge samenhang om het culturele bezit voor een groot publiek aantrekkelijk te maken, ontbreekt. In het voorbeeld van een Vestdijk-route zou je iemand die daarvoor speciaal naar Harlingen komt bijvoorbeeld ook iets kunnen laten zien of laten lezen over de ontstaansgeschiedenis van de stad”, zegt hij. “In Brabant is een Van Gogh-route, maar in hoeverre sluit die aan op een natuurroute? Eén activiteit is vaak te schraal om mensen aan te trekken”, stelt hij.

Friesland vervult in ons land op het gebied van cultuur-toerisme een voortrekkersrol. In een actieplan is onlangs aangegeven hoe de cultuur-historische bezienswaardigheden van de provincie "verkocht' kunnen worden. Want uit onderzoek is gebleken dat het cultuuraanbod bij 50 procent van de mensen een rol speelt bij de keuze voor een korte vakantie in eigen land. Slechts tien procent daarvan blijkt de laatste vijf jaar een bezoek aan Friesland te hebben gebracht. “En dat terwijl Friesland meer dan 70 musea, 54 beschermde stads- en dorpsgezichten, 3.500 beschermde monumenten en 400 oude kerkjes heeft”, aldus Terpstra. “Friesland is qua monumentenbezit de derde provincie in ons land, maar de meeste mensen weten dat niet. Friesland heeft nog altijd het imago van een watersportgebied.” Volgens Terpstra is de gebrekkige presentatie en promotie hier mede debet aan. Een gevolg van het naar zijn mening afzonderlijk van elkaar opereren van de toeristische en culturele sector. “Die moeten meer samenwerken. De VVV moet zijn oogkleppen afzetten en niet alleen naar de waterrecreanten kijken, maar ook naar de culturele component van de provincie. Organiseer bijvoorbeeld eens een aantrekkelijk arrangement dat gekoppeld is aan een tentoonstelling. De musea moeten meer publieksgerichte activiteiten opzetten. De neiging bestaat nog te veel om kunst af te schermen voor het brede publiek. Maar dat is juist, zo blijkt uit het onderzoek, wel degelijk geïnteresseerd in cultuur. Ik denk dat toeristen na drie weken zeilen wel eens wat anders willen.”

De provincie richt zich in het actieplan met name op de bezoekers die nu al naar Friesland komen, waardoor het toeristisch aanbod verbreed en het seizoen verlengd kan worden. Het landelijk unieke project "Stadshuizen in de Friese Elf Steden' waarbij leegstaande stedelijke woonhuismonumenten verhuurd worden als vakantie-appartement voor cultuurminnende toeristen is hiervoor onder andere opgezet. “Veel vakantiegangers willen tijdens hun vakantie "iets beleven”', meent Terpstra. “Het overnachten in een zestiende eeuws monument sluit aan bij deze vraag.” Terpstra verwacht dat de stagnerende subsidiestroom de musea in de toekomst niet alleen zal nopen tot het zoeken naar alternatieve financiële bronnen, maar ook indirect een stimulans zal bieden om publieksgerichter te werken. Terpstra: “In Engeland hebben ze dat geleerd. Daar zie je dat het cultuur-toerisme goed ontwikkeld is, omdat musea van oudsher niet gesubsidieerd werden. Ze moesten op eigen kracht mensen aantrekken.”