Nog 9 dagen; Op de valreep wordt nog gauw de roebel afgeschaft

MOSKOU, 23 DEC. Loeba doet tegenwoordig in kunst. Ze struint de laatste dagen galerieen af.

Kunst heeft immers veel meer “geestelijke waarde” dan modieuze kleren of een stereo autoradio, zo'n ding dat ze laatst bij een kommertsjeskij magazin kocht maar dat bij thuiskomst een hoop schroot achter een fraai frontje bleek te zijn. Een schilderij daarentegen is “eeuwig”. Heel “cultureel” allemaal. Maar eigenlijk is ze in die galerie achter de Novokoeznetskaja-straat met iets anders bezig: roebels lozen. Ze heeft er thuis nog vijftienduizend en die moet ze zo snel mogelijk kwijt. Loeba is de artistieke variant van een trend. Iedereen koopt zich momenteel wezenloos. Bij het scheiden van de markt wordt zo in de Novokoeznetskaja-straat toch nog het communisme gerealiseerd: de afschaffing van het geld. Sieraden, al dan niet van goud of zilver, schoenen, drank, fototoestellen, sloffen sigaretten, bijna alles is thans meer waard dan een bankbiljet. Want de roebel keldert dagelijks, een proces waarvan het einde nog niet in zicht is gelet op de nakende prijshervorming en de daarop volgende roebelsanering die weliswaar wordt ontkend maar die de burgers niettemin als onontkoombaar ervaren. Met geld kom je de winter dus niet door. Spullen moet je hebben. “De prijzen zullen nooit en te nimmer meer omlaaggaan. Ruilen, daar gaat het nu om”, aldus de werkloze klusjesman Oleg, vorig jaar ontslagen door z'n bedrijf omdat hij naar eigen zeggen tijdens het werk niet dronk en daarmee de arbeidsmoraal ondermijnde. In zijn ruim veertig jaar oude, rochelende Moskvitsj, het allereerste type en daarom zeer aantrekkelijk als antiquarisch ruilobject, rijdt hij de stad door op zoek naar handel. Ook zij die deze elementaire economische kennis ontberen handelen intuïtief als Loeba en Oleg. In de audio-winkel verderop in de straat heeft het management een rijtje fruitautomaten neergezet. Inzet per spelletje: drie roebel. Vrije gokkasten zijn op deze zaterdagmiddag niet voorhanden, zo druk is het er. Duizenden roebels tegelijk worden er doorheen gejast. Het lijkt wel Kerstmis in de Novokoeznetskaja-straat. Uit een van de commerciële kioskjes, waar ze voorgespeelde cassettes verkopen, schalt zelfs vrolijke popmuziek: “Straks, straks zal er liefde zijn”. Een oud dametje (met mutsje en reusachtige sneeuwstappers, die olifantspoten die ook politiemannen in de winter aanhebben) wacht er op de tram. Terwijl de mensen om haar heen als gebruikelijk zwijgend communiceren, staat zij lachend als een jonge acid-meid te dansen. Met haar stok bewaart ze haar evenwicht en slaat ze tegelijkertijd het ritme. Zij hoeft niet in te slaan. Zij heeft geen geld. Zij heeft niets te verliezen.