Lastige vragen zijn nog niet beantwoord; Goede wil domineerde in Alma-Ata

MOSKOU, 23 DEC. In drieënhalf uur was het rond: een nieuw Gemenebest van Onafhankelijke Staten en Michail Gorbatsjov zo goed als afgezet.

Iedereen was ervoor gekomen. Elf staatshoofden plus een waarnemer zaten daar in de Kazachstaanse hoofdstad Alma-Ata om een ronde tafel om een reeks onderlinge verdragen te tekenen. De laatste adviezen die Gorbatsjov vanuit zijn werkkamer in het Kremlin nog had meegegeven, werden welgemoed in de wind geslagen. In zijn halve ballingschap moest hij het doen met het “respect” en de “eer” die de presidenten hem vanuit Alma-Ata toezwaaiden en de geruststellende gedachte dat er goed voor zijn pensioen gezorgd zal worden. Want zoals er vroeger met de ex-leiders werd omgesprongen, zo zou het nu niet meer gaan, aldus president Boris Jeltsin van Rusland. Gorbatsjov mag er de tijd voor nemen, ook al zou Jeltsin graag zien dat hij nog voor Nieuwjaar opkrast.

Het einde van de Sovjet-Unie en Gorbatsjov kreeg daar in Kazachstan in acht documenten zijn beslag. De presidenten van Rusland (Jeltsin), de Oekraïne (Kravtsjoek), Kazachstan (Nazarbajev), Wit-Rusland (Sjoesjkevitsj), Oezbekistan (Karimov), Kirgizië (Akajev), Azerbajdzjan (Moetalibov), Armenië (Ter-Ovanesian), Moldavië (Snegur), Tadzjikistan (Nabijev) en Toerkmenistan (Nijazov) legden er in vast: dat alle deelnemende republieken in eigen huis soeverein zijn, maar dat er niettemin toch “één economische ruimte” komt; dat er geen overkoepelend staatsburgerschap komt maar dat de burgers wel vrij moeten kunnen reizen en dat alle minderheden beschermd zullen worden; dat de roebel de munteenheid blijft, doch dat de deelstaten hun eigen geld mogen uitgeven mits ze daarover overeenstemming bereiken met de andere; dat alle oude Sovjet-instituties in gemeen overleg zullen worden opgesplitst, dat iedereen lid mag worden van de VN en dat Rusland de zetel van de Sovjet-Unie in de Veiligheidsraad overneemt; dat er één militair opperbevel zal blijven bestaan, zij het onder politieke verantwoordelijkheid van alle deelstaten.

Het zijn stuk voor stuk punten die schril afsteken bij het karakter van de oude Sovjet-Unie die de facto toch een vanuit Moskou bestuurde eenheidstaat was. Het zijn ook afspraken die naadloos aansluiten bij de realiteit van dit moment. De Sovjet-Unie bestaat immers al niet meer sinds de mislukte coup van 19 augustus. De wijze waarop die halve staatsgreep verzandde had toen al duidelijk gemaakt dat Moskou niet meer het almachtige centrum was waarop de junta toen nog dacht te kunnen gokken.

Van de scherpe onderhandelingen die gastheer Nazerbajev de dag voor het akkoord van Alma-Ata nog had voorspeld, is geen sprake geweest. De Oekraïener Kravtsjoek, die de onderlinge verhoudingen met zijn eigen eisen vorige week nog had zitten oppoken, had zich zeer vergevingsgezind getoond. Het nieuwe gemenebest, volgens Jeltsin een soort statenbond “zonder centrum en zonder diktaat”, moest zonder wanklank het levenslicht zien. Aan de valse start, waar de drie slavische republieken zich volgens de Centraal-Aziaten drie weken geleden in Brest schuldig hadden gemaakt toen ze hun eigen triple-alliantie vormden, werden geen woorden meer vuil gemaakt.

Het gevolg van deze goedertierenheid was echter ook dat een aantal essentiële vragen over de toekomst van het nieuwe gemenebest onbeantwoord bleef. Ten eerste was er in Alma-Ata het vraagstuk van de kernwapens. Minister van defensie Jevgeni Sjaposjnikov werd tot opperbevelhebber gebombardeerd. De Oekraïne en Wit-Rusland legden zich er bovendien op vast op termijn “kernwapenvrije staten” te worden. Maar president Nazarbajev hield een forse slag om de arm. Volgende week maandag komen de vier nucleaire presidenten daarom in de Wit-Russische hoofdstad Minsk weer bijeen om zich alsnog over dit thema te buigen. De uitkomst van deze vaagheid zou wel eens kunnen zijn dat Ruslands president Jeltsin straks als enige de vinger aan de knop heeft, een machtspositie die naar letter en geest in strijd zou zijn met het nu gevormde gemenebest en op kritieke momenten dus wel eens wrevel zou kunnen wekken bij de andere “gelijkwaardige” partners.

Ten tweede werd in Kazachstan het probleem van de economische coördinatie niet opgelost. Eén centrale munt temidden van vele munten, het was afgekeken van de Europese Gemeenschap. De EG is immers het lichtend voorbeeld voor de elf. Maar de vergelijking met de Ecu doet niet alleen geen recht aan de gecompliceerdheid van het Europese monetaire proces, maar gaat eveneens voorbij aan de feitelijke rol die de roebel nu speelt. De roebel was altijd het centrale betaalmiddel en zal dat ook blijven. Maar de controle op die munt berust vanaf heden bij de centrale bank van Rusland en dus zal Moskou een onevenredige invloed houden op het economische proces. De eerste testcase dient zich reeds op 2 januari aan. Als de Russische regering dan haar voorgenomen prijshervorming doorzet, zal blijken hoe sterk de afspraken over de onderlinge “economische coördinatie” zullen zijn.

En ten derde bleef zaterdag het etnische vraagstuk onbesproken. In de verdragen werd gewag gemaakt van mensenrechten en minderheidsbelangen. Maar hoe daarop toezicht te houden, zeker als de republieken straks hun eigen nationale gardes hebben? Het werd er in Alma-Ata vooralsnog niet helderder op. De praktische consequenties werden nog dit weekeinde geïllustreerd. De elf hadden zaterdag Alma-Ata nog niet verlaten, of er vielen doden in Tbilisi. Het oude Sovjet-leger, thans onder bevel van Jeltsin, hield zich behoedzaam afzijdig. Eén verdwaald schot de verkeerde kant op en dat scenario zal aangepast moeten worden.

Zulke problemen zijn nu toevertrouwd aan de "raad van staatshoofden', de "raad van regeringsleiders' en de "coördinerende organen' die straks vanuit Minsk zullen gaan werken. In dit opzicht lijkt het gemenebest nog wel op de Sovjet-Unie in zijn nadagen. Ook Gorbatsjov dacht dat collectief overleg de hoognodige consensus kon bevorderen. Hij heeft er de unie niet mee kunnen redden. Via het gemenebest heeft zijn opvolger Jeltsin zich nu een herkansing verschaft.