Golfraad: tien miljard voor Arabische landen

KOEWEIT, 23 DEC. De ministers van buitenlandse zaken en financiën van de zes landen van de Samenwerkingsraad in de Golf (GCC) hebben tien miljard dollar uitgetrokken voor steun aan de Arabische landen die te lijden hebben gehad van de oorlog tegen Irak.

Volgens het Koeweitse persbureau KUNA hebben de ministers verder besloten om binnen acht jaar te komen tot een economisch akkoord dat een gemeenschappelijke markt moet opleveren. De overeenkomst zou vandaag worden voorgelegd aan de staatshoofden van de zes lidstaten: Bahrain, Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. De zes hebben tot de vorming van een fonds besloten, omdat ze van oordeel zijn dat een groot deel van het met de oliewinning verdiende geld dat naar andere Arabische landen werd doorgesluisd, de afgelopen jaren niet goed is besteed.

Alle Arabische staten zouden van het fonds mogen profiteren, maar het meeste geld zou naar Egypte en Syrië moeten gaan, aangezien deze twee landen troepen hebben geleverd aan de internationale interventiemacht.

De staatshoofden zijn inmiddels in Koeweit aangekomen. Zij zullen zich de komende dagen beraden over de mogelijkheid om te komen tot een gemeenschappelijke strijdmacht van de zes landen en tot een federatie met één buitenlands beleid, aldus de Koeweitse minister van buitenlandse zaken en vice-premier, sjeik Salem al-Sabah. Voorstellen om te komen tot de vorming van een gemeenschappelijke strijdmacht van honderdduizend man zullen het waarschijnlijk niet halen.

Diplomatieke waarnemers tonen zich weinig hoopvol over de kans van slagen van de plannen. Ze wijzen erop dat Koeweit en Saoedi-Arabië al eerder 2,5 miljard toezegden aan het fonds voor de Arabische landen, maar dat de andere lidstaten van de Samenwerkingsraad niet mee wensten te doen. Gebrek aan coördinatie van de activiteiten wordt kenmerkend genoemd voor de raad, die al tien jaar bestaat. “De Saoediërs willen hun eigen militaire macht opzetten en zien een strijdmacht van de Golfstaten als een soort aanhangsel, niet als iets zelfstandigs”, aldus een Westerse diplomaat.

Volgens het persbureau KUNA zullen de leiders ook Iran willen laten delen in de politieke en militaire samenwerking. Aan de andere kant hebben de leiders van de zes landen ook verklaard dat ze het nog te vroeg vinden om Iran een grote rol op het terrein van veiligheid te geven. Abdullah Bishara, secretaris-generaal van de samenwerkingsraad zei: “De rol (van Iran) zal beperkt zijn tot de zee en andere vaarroutes, aangezien Iran een belangrijke partner is in de wateren van de Golf. De twee kanten hebben de wens de relaties verder te ontwikkelen.” (Reuter, AFP)