GATT-compromis is een "totaal-pakket'

ROTTERDAM, 23 DEC. De inkt van het ontwerp-handelsakkoord dat directeur-generaal Arthur Dunkel van de GATT (Algemene Overeenkomst voor Tarieven en Handel) vrijdagnacht voltooide was nog nauwelijks droog, of uit Brussel kwam al een scherp afwijzende reactie. “Het is nog erger dan verwacht,” aldus EG-landbouwcommissaris R. MacSharry zaterdagochtend. Dunkel vraagt meer concessies van de Europese Gemeenschap,in een hevig conflict met de VS gewikkeld over landbouwsubsidies, dan zij kan verdragen. De Amerikaanse handelsvertegenwoordigster C. Hills liet zich wat gematigder uit.

De 450 pagina's tellende "slot-akte' van de Uruguay-ronde probeert de wereldhandel, die inmiddels een waarde heeft van 3000 miljard dollar, vergaand te liberaliseren. Het stuk bevat compromisvoorstellen voor onder andere landbouw, diensten, intellectuele eigendom en textiel. Sinds het begin van de Uruguay-ronde vijf jaar geleden zijn dergelijke onderwerpen voor het eerst onderwerp van onderhandeling in GATT-verband.

Dunkel kwam met zijn ontwerp-akkoord, nadat aan de bij de GATT-aangesloten landen al verschillende keren ultimatums waren gesteld om tot compromissen te komen. Hij had afgelopen week tot het laatste moment gewacht, om de EG en de VS de gelegenheid te geven alsnog nader tot elkaar te komen. De "lidstaten' van de GATT krijgen tot 13 januari de tijd zich over het document te buigen. Dan komen de onderhandelaars naar Genève om te pogen de Uruguay-ronde met succes af te sluiten.

Wijzigingen in het concept zijn nog wel mogelijk. Maar het lijkt, op straffe van mislukkig van de handelsronde, ondoenlijk alles opnieuw overhoop te halen. “Het document is een totaal-pakket en moet als zodanig worden beoordeeld,” onderstreepte Dunkel. Dat neemt niet weg dat de meeste aandacht zich zal richten op de landbouw. Eind vorig jaar liep de Uruguay-ronde op dit punt volledig vast, toen de EG concessies weigerde aan de VS en de Cairns-groep (o.a. Australië en een aantal ontwikkelingslanden).

Dunkel stelt voor de Europese landbouwsteun (in geld) met gemiddeld 36 procent te verminderen over een periode van zes jaar vanaf 1993, waarbij voor elk produkt een minimum geld van 15 procent. Bovendien moet het volume aan gesubsidieerde exporten in 1999 met 24 procent zijn verlaagd (met 1986-90 als basisperiode). Dit betekent volgens voorlopige schattingen dat de EG haar graanexport tot 12,9 miljoen ton moet reduceren. De EG-graanexport (voornamelijk uit Frankrijk) bedroeg de afgelopen periode circa 17 miljoen ton, terwijl voor dit jaar op 21,3 miljoen ton wordt gerekend.

De volumebeperking was een belangrijke eis van de Verenigde Staten, die zelf meer ruimte wil op de wereldmarkt. De VS mikten op 10 à 11 miljoen ton, terwijl de EG eventueel met 13 miljoen ton genoegen zou willen nemen. De interne steun moet volgens Dunkel tot 1999 met 20 procent omlaag (met 1986-90 als basis)

De oorspronkelijke eis van de VS, die vorig jaar nog op tafel lag, was een vermindering van de interne steun met 70 procent en de exportsubsidies met 90 procent in de eerstvolgende tien jaar. De EG wilde toen niet verder gaan dan 30 procent steunvermindering voor de periode 1986-1996. Naderhand was Brussel bereid tot een expliciete vermindering van de exportsubsidies. In een landbouwhervormingsvoorstel van EG-commissaris MacSharry werd vervolgens prijssteun fors verlaagd in ruil voor directe inkomenssteun aan de boeren.

Na een ontmoeting tussen president Bush en premier Lubbers (als fungerend EG-voorzitter) in november verzachtte de VS zijn eis tot een vermindering van de exportsubsidies met 35 procent en van andere steun met 30 procent over een periode van vijf tot zes jaar. Sindsdien ging het dispuut tussen de VS en de EG vooral over volumebeperkingen.

In het ontwerp-akkoord wordt de eis van de EG tot beperking van de import van graanvervangende veevoeders terzijde geschoven. Brussel is vooral teleurgesteld over Dunkels voorstel om bepaalde vormen van directe steun aan de boeren (waaronder braakleggingspremies), die onderdeel zijn van MacSharry's hervormingsvoorstel, niet toe te staan. Ook de "deficiency-payments' aan Amerikaanse boeren zijn taboe. Vergaand is Dunkels voorstel om alle niet tariffaire importbarrières om te zetten in douanetarieven, die vervolgens moeten worden verlaagd. De eisen voor ontwikkelingslanden zijn minder zwaar.

In de ontwerp-tekst over de wereldhandel in diensten (ca. 800 miljard dollar per jaar) is het GATT-principe opgenomen van 'meest begunstigde natie', dat wil zeggen dat handelsvoordelen aan het ene land gegeven ook aan het andere land moeten worden toegestaan. Voor onder meer luchtvaart is vanwege het ingewikkelde systeem van landingsrechten een speciale 'annex' aan de tekst toegevoegd. De VS wilde lange tijd scheepvaart en telecommunicatie van het GATT-principe uitzonderen. Uitzonderingen van dit beginsel blijven weliswaar mogelijk, maar voor maximaal tien jaar.

De wereldhandel in textiel (200 miljard dollar), belangrijk voor veel ontwikkelingslanden en Oost-Europa, moet volgens Dunkels voorstel in tien jaar (vanaf 1 januari 1993) in overeenstemming worden gebracht met de GATT-regels. Het huidige Multi-Vezel Akkoord, waarin een groot aantal landen quota-afspraken hebben gemaakt over de textielhandel, wordt geleidelijk "uitgefaseerd'.

Dunkels voorstel inzake anti-dumping lijkt alle partijen wat te bieden. Landen als Japan, dat bv. zijn electronica-export belemmerd ziet door anti-dumpingheffingen van de EG, mogen produkten bij hun lancering op de markt onder de kostprijs verkopen, zij het onder strenge voorwaarden. Omzeiling via assemblage in derde landen wordt echter bemoeilijkt. Het akkoord tussen de EG en Jpan over beperking van de auto-importen is binnen de voorgestelde regels acceptabel.

Volgens het ontwerpvoorstel over intellectuele eigendom, een heet hangijzer tussen Westerse en ontwikkelingslanden, zijn patenten 20 jaar beschermd en chips-ontwerpen 10 jaar. Voor ontwikkelingslanden gelden soms soepeler regels, bijvoorbeeld bij de produktie van medicijnen.

In het ontwerp-akkoord wordt ook voorgesteld de GATT om te vormen tot een Multlaterale Handelsorganisatie (MTO) met een eigen formum voor het beslechten van geschillen.

Of er begin volgend jaar een GATT-akkoord komt? Premier Lubbers (nog even EG-voorzitter) toonde zich zaterdag “niet optimistisch”. Volgens hem “vergissen” de VS zich in de EG en moeten er Amerikaanse concessies komen. Maar de Amerikaanse presidentsverkiezingen naderen snel, wat het voor Washington moeilijker maakt concessies te doen.