Boven de 45

Twee rijen voor ons in het Haagse Danstheater zat een bezoekster (zelf danseres?) met oorbellen even lang als haar minirok.

Toch vonden nòg spannender gebeurtenissen plaats op het podium: de eerste voorstelling van de "ouderen-groep' van het Nederlands Dans Theater. Dit laatste initiatief van NDT-direkteur Birnie bood een avondvullend programma door een kleine groep van oudere dansers met speciaal voor hen geschreven balletten.

De recensies waren lovend. En beslist niet in de trant van: "De oudjes kunnen het nog net'. Dat zou een belediging zijn voor Sabine Kupferberg (40) en Gérard Lemaitre (55) die dansten in het nieuwe ballet "Evergreens' van Hans van Manen (zelf al 35 jaar succes als choreograaf!). Twee mensen op een groot toneel - leeg op één metalen stoel na - hielden een uitverkochte zaal in de ban met een ballet dat even erotisch als geestig was (is het voor jongeren moeilijker om sex en humor te combineren?). En dat was dan de balletkunst waarbij leeftijd meer van belang is dan bij de andere podiumkunsten. In de muziek is het heel gebruikelijk dat dirigenten en solisten triomferen op de leeftijd der sterken. Bijna alle leeftijdgenoten van Bernard Haitink zijn al in de VUT; onze beroemdste dirigent maakt nieuwe plaatopnamen. Mary Dresselhuis vertrok gelukkig ook niet met 55 jaar van de planken.

Op het podium geldt de VUT niet: u en ik zijn dankbaar dat Sabine, Gerard, Bernard en Mary hun talent zo lang met ons hebben gedeeld. En dat zijn artiesten die lichamelijk zwaar werk doen in het volle licht van de schijnwerpers. Als voor hen de grens van 45 jaar niet hoeft op te gaan, waarom dan wel voor ons die minder veeleisend werk doen? Want laten we eerlijk zijn: Bernard Haitink kon ontslag nemen in Amsterdam zonder angst voor werkloosheid en Hans van Manen had na zijn vertrek bij het Nationaal Ballet zo weer een andere baan, maar dat zijn de uitzonderingen. Wie nu in Eindhoven zijn baan verliest en ouder is dan 45 staat er waarschijnlijk niet goed voor. Redakteur Max Paumen schreef vorige week in een artikel onder de wrange kop "Te oud, te duur en te Philips': “Vooral de positie van de 1.600 werknemers in de leeftijdsgroep tussen 45 en 55 jaar baart de vakbonden grote zorgen, omdat zij gezien hun leeftijd moeilijk elders aan de slag kunnen”.

't Is slechts een steekproef bestaande uit één persoon, maar persoonlijk vind ik 47 jaar nog niet te oud om weggezet te worden. Ik hoop nog lang te blijven leren van oudere en wijzere universitaire collega's in binnen- en buitenland en zie aan de andere kant ook geen noodzaak om al plaats te maken voor de oprukkende volgende generatie. Zo zullen de 1.600 ex-Philips mensen tussen 45 en 55 ook over zichzelf denken, maar daarmee hebben ze nog geen andere baan.

Nu de werkloosheid stijgt hoor je weer hoe Nederlanders praten over veertigers die hun baan kwijtraken: “Nee, hij mag er niet op rekenen om nog iets te vinden”. “Hij heeft toch wel hobbies?” En voor vrouwen van 45 en ouder is het nog moeilijker. De oorzaken zijn economisch maar ook cultureel. Heel belangrijk is natuurlijk de VUT-praktijk die bijdraagt tot het funeste beeld dat werknemers zich vroeg moeten terugtrekken uit de arbeidsmarkt. Die VUT is in geen land zo grondig en luxueus ingevoerd als in Nederland. Maar heeft dit door de vakbeweging zo nadrukkelijk bepleite recept ook echt geholpen tegen werkloosheid? De Engelse arbeidsmarktexperts Layard, Nickell en Jackman publiceerden zojuist een grote internationale vergelijking van werkloosheidsbestrijding. Hun conclusie over de VUT: “De landen met de meeste nadruk op vervroegde pensionering zijn ook de landen met de grootste toename in de werkloosheid”. U leest goed: de VUT werkte waarschijnlijk averechts, evenals trouwens de gelijktijdige campagne van de vakbeweging voor de ATV.

VUT-regelingen zijn aantrekkelijk voor individuele werknemers van 59 en ouder, maar tegelijkertijd een handicap voor de veertiger die zijn baan verliest en wordt gezien als iemand die nog slechts een beperkt aantal actieve jaren voor zich heeft. Bovendien is iedere VUT-regeling ontzettend kostbaar, en ook dat is slecht voor de werkgelegenheid. Destijds hebben velen in Nederland die verbanden niet zo scherp gezien - of er maar over gezwegen vanwege de goede vrede tussen de "sociale partners' - maar nu de wetenschappelijke analyses binnen zijn is het hoog tijd om de VUT zo snel als mogelijk af te schaffen. Akzo maakt zich al publiekelijk sterk, en NMB-Postbank bestuurder Van Maanen noemde de VUT onlangs een "idioot stelsel'. Liever in plaats van de VUT een wet (in het buitenland al in discussie) die tot nader order ieder jaar de officiële pensioenleeftijd met één maand verlengt. Dat zou goed zijn voor onze internationale concurrentiepositie en bovendien helpen bij een gezondere beeldvorming over oudere werknemers waar specialisten als dr. Kerkhoff en dr. Van der Bom terecht voor pleiten.

Wat is verder nuttig om de kansen van de werkloze veertigers en vijftigers te verbeteren? Allereerst meer vrijheid van contract op de arbeidsmarkt. Zolang de minister van Sociale Zaken nog CAO's met hun starre loonschalen dwingend oplegt aan hele bedrijfstakken, is het voor de 49-jarige HTS-ingenieur uit Paumens artikel extra moeilijk om nog nieuw werk te vinden. Hij is dan inderdaad "te duur'. Zolang in het onderwijs salarissen en beroepsvereisten star vastliggen maakt de ex-Philips man ondanks zijn HTS-opleiding evenmin veel kans op een baan voor de klas. Alle gediscrimineerde groepen op de arbeidsmarkt - vrouwen, buitenlanders en iedereen boven de 45 - maken meer kans als een groter deel van de Nederlandse economie wat vrijer is.

Lagere belastingen helpen ook. Reken maar na: U moet bruto bijna driehonderd gulden verdienen om een belastingconsulent, een hovenier, de man die uw caravan repareert of de kok in het restaurant gedurende één uur aan een netto-inkomen te helpen van vijf en dertig gulden. Bij lagere tarieven in de inkomstenbelasting wordt die wanverhouding gunstiger en dus komt er veel meer werk voor belastingconsulenten, hoveniers, huisschilders, muziekleraren, en duizend andere beroepen in de commerciële dienstensector. Ons top-tarief van zestig procent is slecht voor de werkgelegenheid.

De werkloosheid stijgt, maar niemand wil die annno 1992 nog bestrijden door meer ambtenaren aan te stellen. Dat adviseren we onze medeburgers in Oost-Europa ook niet. Eigenlijk moeten wij maar eens zelf toepassen wat wij hun zo zelfverzekerd aanraden: meer vrije markt en minder overheidsmonopolies.

In concreto: geen CAO-dwang door de minister en vrijheid voor schoolhoofden om ongebruikelijke afspraken te maken voor hun vacatures in beta-vakken en techniek. En natuurlijk zo snel mogelijk het top-tarief in de belasting terug naar 50 procent. Of moet Singapore ons land over tien jaar ook maar inhalen omdat wij wel prachtig debatteerden over het correct meten van de wanverhouding tussen actieven en inactieven, maar er verder weinig aan durfden te doen?