Alma-Ata

DE THEORIE is er, of is er bijna: het Gemenebest van Onafhankelijke Staten zal, als de elf parlementen akkoord gaan, bestaan uit elf gelijkwaardige republieken, alle onafhankelijk, met open grenzen, zonder almachtig centrum, zonder allesziende partij, zonder allesregelende ideologie en zonder gemeenschappelijk staatsburgerschap.

Er komen wat gezamenlijke organen, een raad van staatshoofden, een raad van regeringsleiders en ministeriële raden die eens per kwartaal gemeenschappelijke aangelegenheden bespreken. Die organen vormen een raamwerk - voor de rest gaat ieder zijn eigen weg.

Veel is nog onduidelijk: de kwestie van de kernwapens is dit weekeinde in Alma-Ata niet opgelost. Een overgangsregeling legt de verantwoordelijkheid voor die kernwapens tot eind dit jaar in handen van de Unieminister van defensie. Wat de vier kernmogendheden de komende week afspreken is nog verre van zeker. De vaststelling dat de Sovjet-kernwapens dienen ter verdediging van alle elf republieken geeft in elk geval te denken.

Ook over de economie is in Alma-Ata niets besloten, terwijl juist de onderlinge vervlechting een belangrijke stimulans is geweest om überhaupt tot de vorming van een Gemenebest over te gaan.

Bovendien: het is voorlopig theorie. De praktijk zal zowel op de korte als op de lange termijn een zware wissel trekken op de overeenkomst van Alma-Ata. Die praktijk zal een nog niet te overziene hoeveelheid nieuwe problemen op elk gebied opleveren.

ER IS DE POLITIEK: alle elf presidenten zijn tegenwoordig volbloed-democraat, maar allen komen voort uit de partij en geen enkele president (en geen enkele republiek) heeft enige ervaring met de democratie. En elke lidstaat, op Armenië na, heeft grote etnische minderheden op zijn grondgebied, minderheden wier "vaderland' (en wellicht wier loyaliteit) elders ligt.

Er zijn de grenskwesties: van alle inter-republikeinse grenzen is er maar één - die tussen Rusland en Wit-Rusland - onomstreden. Het aantal grensgeschillen wordt op 75 geschat. Bovendien weet niemand voorlopig wat er met de autonome republieken binnen Rusland gaat gebeuren. Rond Nagorny-Karabach woedt een heuse oorlog en ook in Moldavië vallen regelmatig doden in het conflict tussen Moldaviërs en Oekraïeners. De inkt van "Alma-Ata' was gisteren nog niet droog of de president van Armenië eiste al amendering van het akkoord. De elf republieken zijn in theorie gelijkwaardig - maar hoe gelijkwaardig zijn de kolossale moloch Rusland en ministaatjes als Armenië, Moldavië en Tadzjikistan?

Er is de economie: elke republiek moet nu zelfstandig en alleen het pad van de vrije-markteconomie op, zonder coördinerend, subsidiërend en leidinggevend centrum. In het verleden was het Moskou dat er, hoe gebrekkig ook, op toezag dat economisch zwakke republieken grondstoffen kregen en hun produkten afzetten. Dat centrum is weg en de zwakke broeders staan op eigen benen, met alle potentiële conflicten vandien, want van sommige republieken is het hoogst twijfelachtig of ze wel de economische potentie bezitten om onafhankelijk mee te lopen.

IN ALMA-ATA is afgesproken dat de roebel voorlopig overal blijft circuleren, maar de Oekraïne heeft haar voornemen om een eigen munt in te voeren, niet opgegeven en de kans is groot dat andere republieken de roebel als bindmiddel zullen loslaten als de waarde ervan blijft kelderen in het tempo waarin dat nu gebeurt.

"Alma-Ata' is zonder twijfel een succes: het akkoord is het onmiddellijke, rationele en voor de hand liggende antwoord op de razendsnelle desintegratie van de oude Sovjet-Unie. De oude structuren zijn weggevallen en de elf presidenten hebben die uitdaging met verve en gezond verstand beantwoord. Maar de scepsis is verre van verdwenen: het nieuwe Gemenebest is, de afspraken van Alma-Ata ten spijt, hetzelfde kruitvat gebleven dat de oude Sovjet-Unie al was.