"Zij die met vuur spelen, zullen in de vlammen omkomen' Taiwan, onafhankelijk of Chinees

PEKING, 21 DEC. In Taiwan worden vandaag verkiezingen gehouden, die voor het eerst van even groot belang voor China zijn als voor het eiland zelf. Het is niet zo dat men in Peking Taiwans groeiende democratie en het besmettingsgevaar daarvan voor het vasteland zo acuut vreest, maar de uitslag zal voor het eerst een indicatie geven hoe populair het onafhankelijkheidsstreven onder de 20 miljoen inwoners van het welvarende Chinese eiland is.

Taiwan is de facto onafhankelijk, maar wordt door minder dan een vijfde van de wereldgemeenschap als zodanig erkend, met name omdat China daar fel tegen gekant is, maar ook omdat Taiwan volgens zijn eigen nationalistisch-Chinese grondwet een deel van China is. Onafhankelijkheid betekent constitutionele afscheiding van China en uitroeping van een nieuwe staat, die niet langer "Republiek China', maar "Republiek Taiwan' zal heten.

De oppositionele Democratisch Progressieve Partij (DPP) heeft in oktober tegen alle waarschuwingen van de Kwomintang in Taipei en de communisten in Peking in, het “voornemen een onafhankelijke staat te bouwen” in haar partij-manifest opgenomen, hetgeen tot onmiddellijke Chinese dreigementen met oorlog leidde. “Zij die met vuur spelen, zullen in de vlammen omkomen”, waarschuwde president Yang Shangkun.

De dreigende toon van China is sindsdien wat geluwd, omdat Peking inmiddels het vertrouwen heeft dat de Kwomintang de verkiezingen ruim zal winnen. Kwomintang-politici, vooral degenen die op het vasteland zijn geboren zijn in openbare toespraken vóór de hereniging van China en Taiwan, maar pas na de ineenstorting van het communisme. De jongere generatie in de Kwomintang is echter voor een belangrijk deel stilzwijgend pro-onafhankelijkheid, maar niet nu, aangezien dat op zijn best tot hoge spanningen met China zou leiden en op zijn slechtst tot oorlog.

President Lee Teng-hui, zelf een autochtone Taiwanees neemt een tussenpositie in en zegt dat de status-quo, “geen hereniging en geen onafhankelijkheid”, voorlopig de beste oplossing is. De dubbelzinnigheid van de Kwomintang wordt het best geïllustreerd in de verkiezingscampagne zelf. De regering heeft gedecreteerd dat het ijveren voor onafhankelijkheid hoogverraad is, maar op verkiezingsbijeenkomsten van de oppositie wapperen de spandoeken met onafhankelijkheidsleuzen en de pamfletten staan er vol mee.

Sinds haar eerste deelname aan redelijk vrije verkiezingen in 1986 heeft de DPP nooit meer dan een derde van de stemmen behaald en de verwachting is dat de DPP en de andere oppositiepartijen, de Sociaal-Democraten en de Arbeiderspartij daar samen weer niet boven zullen komen, niet door hun onafhankelijkheidsclausule, maar omdat de Kwomintang zich door de arbitraire indeling in kiesdistricten, enorme financiële middelen en haar bijna-monopolie over de televisie-stations per definitie verzekert van een royale absolute meederheid.

De Kwomintang vertegenwoordigt net als o.a. de regeringspartijen in Japan en Singapore de "Oost-Aziatische variant' op de Westerse democratie: de regerende partij zorgt er altijd voor dat zij de macht niet verliest, maar is flexibel genoeg om oppositie toe te laten. De oppositie heeft de Kwomintang beschuldigd van de klassieke praktijk van stemmen kopen, maar zij zit zelf met een imago-probleem. Vele burgers menen dat de oppositie een bende cowboys is, die voortdurend straatgeweld veroorzaakt en komische gevechten met hoogbejaarden in het parlement uitlokt. Als dit de symbolen van democratie zijn, dan hebben heel wat Taiwanezen liever wat minder democratie en wat meer hard regeringsoptreden.

Een ander typisch aspect van verkiezingen in Taiwan tot dusver was dat zij door het unieke staatsbestel nooit ingrijpende politieke verschuivingen tot gevolg hadden omdat zowel de Nationale Vergadering als de Wetgevende Yuan permanent gedomineerd werden door de vastelanders die in 1947 bij de eerste na-oorlogse nationale verkiezingen in de toenmalige nationalistische hoofdstad Nanjing (Nanking) werden gekozen.

Na de vlucht van de Kwomintang naar Taiwan werden hun zittingstermijnen tot levenslang verlengd, omdat er op het vasteland "wegens de communistische rebellie' geen nieuwe verkiezingen konden worden gehouden. Het restant van deze afgevaardigden is in de tachtig en negentig en op 16 december zijn er tegen een gouden handdruk van 100.000 dollar 430 van hen afgetreden, die nu voor het eerst massaal zullen worden vervangen.

De nieuwe assemblée zal 425 nieuwe leden krijgen, van wie er 325 zullen worden gekozen. Honderd zullen er worden benoemd, van wie tachtig de bevolking van het vasteland zullen vertegenwoordigen en twintig de overzeese Chinezen in de hele wereld. Tachtig leden, die in 1986 op Taiwan werden gekozen, zullen zitting blijven houden.

De taak van de nieuwe assemblée zal zijn om een nieuwe grondwet te ontwerpen, die de fictieve toestand van de onvoltooide burgeroorlog opheft en de staatkundige en demografische realiteiten op Taiwan zal weerspiegelen. Een van de grootste twistpunten daarbij zal zijn of de president voortaan rechtstreeks moet worden gekozen of indirect door de leden van de Nationale Vergadering.

Als het rechtstreekse verkiezingen worden, dan zal de Nationale Vergadering zichzelf meteen overbodig maken, want haar enige twee bevoegdheden waren (en zijn) grondwetsherzieningen en presidentsverkiezingen. De parlementaire macht berust immers bij de Wetgevende Yuan, waarvoor aparte verkiezingen worden gehouden.

Wat de uitslag van de verkiezingen ook mag zijn en de komende grondwetsherziening er uit zal zien, zij betekenen een ontegenzeggelijke verdere "Taiwanisering' van de politiek op Taiwan en of het eiland nou officiëel onafhankelijk wordt of alleen de facto onafhankelijkheid praktizeert, het zal steeds verder van China afgroeien en hereniging op Chinese voorwaarden onwaarschijnlijker maken.