Zaïre: voor een maand condooms

DAKAR, 21 DEC. “Het moet hier afgelopen zijn met de broedermoord; als in een land geen vrede heerst, kan de aidsepidemie nooit worden bestreden.” Aldus professor G.L. Monekosso, regionaal directeur van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) tijdens de zesde internationale conferentie over aids in Afrika, die deze week in Dakar, Senegal wordt gehouden.

Tweehonderd onderzoekers die de conferentie bezoeken zijn momenteel werkloos, allen medewerkers van het Zaïrese Projet Sida. Het goed lopende aidsproject dat zij in de voormalige Belgische kolonie hebben opgezet, ligt nu in duigen ten gevolge van de recente politieke woelingen.

“Zij zijn ermee op moeten houden”, zegt professor B. Kapita van het Mama Yemo hospitaal in Kinshasha. Kapita, een sociaal bewogen nationalist, en drijvende kracht achter het project, ziet nu ook uit naar ander werk. De school van zijn kinderen kan hij niet meer betalen.

De tweehonderd Zaïrezen, onder wie veertig artsen; drie Belgen en vier Amerikanen krijgen geen loon meer uitbetaald, sinds de Verenigde Staten, België en de Europese Gemeenschap de geldkraan hebben dichtgedraaid toen de strijd om het meerpartijenstelsel in het Zaïre van de huidige president Mobutu Sese Seko in volle hevigheid oplaaide. “De onderwijzers zijn de handel in gegaan: ze verkopen nu diploma's”, zegt professor P. Piot van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Het project bestaat nog wel, maar er gebeurt niets meer. Ook al zouden we willen, het kán niet. Je kunt tweehonderd mensen niet van de wind laten leven,” zegt Piot. Maar ook de onveiligheid staat doorgaans in de weg. “Sinds september zijn er maandelijks plunderingen geweest. En dat gaat er grondig aan toe. Als je zo'n kantoor na afloop bekijkt zit er geen stopcontact meer in de muren. Zelfs de moketten zijn van de vloer gestolen.”

Het ook allemaal geen zin meer. Er is geen benzine, geen elektriciteit, de telefoon doet het niet meer. De meeste tijd ben je bezig met elementaire voorzieningen. Dat kun je je bij zo'n project niet permitteren.” Er zijn nu nog voor een maand condooms in Zaïre. “Daarna zijn wij door onze stock heen. En dat is erg jammer want die vorm van preventie is enorm aangeslagen. Zij hebben hun eigen merk, "Prudence', dat in korte tijd ook de produktnaam is geworden. Dat zegt wat. Het is er ook enorm macho om condooms te gebruiken. Het symbool van Prudence is een luipaard, symbool van het mannelijke, met op de achtergrond een halve maan waar je dan het nachtelijk uur uit moet opmaken. Tot september werden er per maand één miljoen van verkocht in Kinshasha, een paar jaar terug was het tienduizend in een jaar.”

Piot vindt het wel begrijpelijk dat de overheden hun geld niet langer aan het regime van Mobutu geven. “Het is natuurlijk nogal schijnheilig dat het voorheen wel gebeurde, maar Amerika had dan ook een groot strategisch belang in Zaïre. Het steunde de de guerrillagroep Unita in Angola heimelijk. Toen gaf het niet dat Mobutu met geld werd overladen. Toen waren ook de kopermijnen van belang die nu letterlijk zijn ingestort. De Amerikaanse ambassade telde toen vierhonderd mensen, nu vier. Je kunt het de belastingbetaler nu niet meer verkopen dat er geld naar dat land gaat, terwijl iedereen weet dat het meeste linea recta op een Zwitserse bank wordt gestort”, aldus Piot.

De politieke ontwikkelingen zijn voor de aidspreventie des te tragischer, omdat het eigenlijk heel goed gaat met Zaïre. Zes à zeven procent van de volwassen bevolking in Kinshasha is geïnfecteerd met HIV, maar dat percentage is al drie jaar stabiel. Er zijn wel nieuwe infecties, maar dat is een stijging van minder dan één procent per jaar. Prostituées zijn voor veertig à vijftig procent geïnfecteerd, maar dat percentage loopt nu met nauwelijks punten per jaar op, terwijl die stijging een aantal jaren geleden ruim veertien procent was. Piot zegt dit te danken aan de interventieprogramma's. “En vergeet niet dat iedereen daar in zijn nabije omgeving wel iemand kent die aan aids is overleden.”

Piot heeft ook nog een andere verklaring die hij zelf “de paradox van Piot” noemt. “In Kinshasha heb je het eigenaardige fenomeen dat vrouwen gewoon betrekkelijk spontaan en direct laten blijken dat ze wel met iemand naar bed willen. Dat zie je nergens, zeker niet in de rest van Afrika. Je zou dus kunnen zeggen dat er een goed evenwicht bestaat qua aanbod en vraag naar seks tussen mannen en vrouwen.

“Neem Kigali in Rwanda, een ongelooflijk hypocriet land, waar de rooms-katholieke kerk een stevige vinger in de pap heeft. De mannen trouwen op hun dertigste, erg laat, de vrouwen op hun achttiende, volstrekt maagdelijk want dat wordt goed gecontroleerd. In Kigali heb je ook geen bars waar mensen elkaar ontmoeten. Dus wat zouden die kerels voor hun dertigste doen? Ze gaan naar prostituées. Dat is dan wegens de controle ook nog een beperkt aantal. Negentig procent van deze vrouwen is seropositief. Als je daar dus als man naar een prostituée gaat is het praktisch altijd raak. De bevolking als geheel is dan ook voor dertig à veertig procent geïnfecteerd.

“Nu terug naar Zaïre. Daar is een goeie balans tussen vraag en aanbod. Op het eerste gezicht lijkt het dus in het schijnheilige Kigali voor elkaar te zijn, maar de kans dat een Zaïrees in dat frivole Kinshasha wordt geïnfecteerd is feitelijk veel geringer”, zegt Piot.

Voor de stabilisering van het politieke klimaat gloort weinig hoop, zo concluderen Kapita en Piot. In Togo al evenmin. Ook daar is sinds enige tijd politieke onrust. Een vijftiental Nederlanders uit Tanzania, die deze week op weg waren naar de conferentie in Senegal, moesten na een tussenlanding in Togo onverhoopt terug naar Tanzania. Maar ook in Togo stagneren de aidsprogramma's nu. “Als het regent in Zaïre, dan druppelt het in Togo,” zegt de Togolese onderzoekster Prince David.