'Wij schakers moeten leren van onze tennisvrienden'

AMSTERDAM, 21 DEC. Tijdens een vergadering van het bestuur van de Grandmasters Association (GMA) in juni van dit jaar in Brussel kondigde Bessel Kok zijn besluit aan dat hij per 1 januari 1992 zou terugtreden als voorzitter. De mededeling kwam niet geheel onverwacht, maar sloeg desalniettemin in de schaakwereld in als een bom.

Het officiële perscommuniqué sprak van “een toegenomen werklast binnen SWIFT”, het wereldwijde interbancaire communicatienetwerk dat hij in tien jaar tijd tot een financieel succes maakte, en van “het op zich nemen van nieuwe verantwoordelijkheden”. Maar er was meer. Te lang had Gari Kasparov, met wie hij in 1986 samen de strijd aanbond tegen de starre wereldschaakbond FIDE en met wie hij de basis legde voor de GMA, zijn incasseringsvermogen en vooral zijn geduld op de proef gesteld.

De verbijsterende flirt van de wereldkampioen met Florencio Campomanes, de FIDE-president die jarenlang niet alleen voor Kasparov een symbool was geweest van alles wat slecht en verderfelijk was, deed voor Kok de deur dicht. “Tijdens het FIDE-congres onlangs in Berlijn legden Kasparov en Campomanes gezamelijk verklaringen af hoe zij samen de schaakwereld kunnen gaan verbeteren. Dan vraag je je wel af hoe dat in godsnaam mogelijk is en waar de principes zijn gebleven. Ik ben er wat dat betreft ingetuind. Ik was overtuigd van Kasparovs emotionele afkeer ten opzichte van Campomanes. Je zult hierdoor toch een steeds grotere verwijdering krijgen tussen de wereldkampioen en de westerse schaakwereld.”

Kasparovs plotselinge sympathie voor zijn vroegere aartsvijand valt inderdaad moeilijk te rijmen met zijn oude wens om de FIDE te vernietigen en zijn onverzoenlijke opstelling tegenover het FIDE-GMA akkoord, waarvoor Kok en de Nederlandse grootmeester Jan Timman zich met succes beijverden. “We zouden dat akkoord met FIDE vorig jaar in Murcia voorleggen aan de algemene ledenvergadering en hadden afgesproken dat we ons vanzelfsprekend bij de beslissing van de leden zouden neerleggen. Zodra het akkoord aangenomen was, stapte Kasparov als een verwend kind op als president van de GMA.”

Kok heeft er wel een verklaring voor. “In het midden van de jaren tachtig was hij een wonderlijke, gedreven, fantastisch schakende wereldkampioen. Zijn belangstelling is nu helemaal verschoven naar macht en het uitoefenen daarvan. Het maakt hem in feite niet meer uit welke figuren daarbij betrokken zijn. Mijn teleurstelling is dat ik hem gezien heb als iemand die oprecht bezig was om de schaakwereld los te maken van de FIDE. Of in ieder geval los daarvan een goede parallelorganisatie op te zetten. En het feit dat, toen er een goed akkoord getekend moest worden tussen die twee organisaties, hij afhaakte.”

Een andere factor, waarvan Kok toegeeft dat hij hem onderschat heeft, is Kasparovs fascinatie voor persoonlijke successen. “Hij kon toch niet, en dat is zijn grote probleem, aanvaarden dat er een andere autoriteit naast hem stond. Maar ik heb geen haat tegen Kasparov. Het is alleen onmogelijk om met hem te werken.”

Het FIDE-GMA akkoord is een van de belangrijkste onderdelen van de erfenis die Bessel Kok binnen de GMA achterlaat. De overeenkomst verzekert de organisatie van inkomsten uit de wereldkampioenschapscyclus en heeft de topspelers een doorslaggevende stem gegeven in de besluitvorming over aangelegenheden die hen als beroepsspelers raken. Een andere belangrijke pijler onder de GMA die onlangs werd weggeslagen was de Wereldbeker. Na de eerste aflevering van de tweede editie in Reykjavik besloot het GMA-bestuur de lopende reeks af te breken. Kok haast zich te zeggen dat zijn terugtreden geen invloed had op het instorten van de Wereldbeker. Kasparovs aanvankelijke weigering mee te doen had de onderhandelingen met sponsors al danig bemoeilijkt en toen Wellington zich definitief terugtrok was de prestigieuze toernooienreeks snel geschiedenis.

Vice-president Nigel Short gebruikte de fameuze "dead-parrot' sketch van Monty Python om zijn medebestuursleden ervan te overtuigen dat het tijd werd om toe te geven dat de World Cup echt dood was. Weinig later volgden zij Koks advies om er definitief een punt achter te zetten. Volgens Kok betekent dit plotselinge instorten van de Wereldbeker een grote klap voor de GMA, maar is het te vroeg om te wanhopen. Er staat een goede organisatie, er is een ijzersterk akkoord met de FIDE, en na enkele jaren opbouw en ervaring werkt het huidige GMA-bestuur constructiever en efficiënter dan ooit.

Toen hij zijn terugtreden aankondigde, verzekerde Kok zijn vrienden-bestuursleden ervan dat hij op de achtergrond met raad en daad beschikbaar bleef. Zijn commentaren over de situatie waarin de GMA zich momenteel bevindt, zijn dan ook positief en tamelijk mild. Maar als hij gevraagd wordt om de levensvatbaarheid van de GMA te belichten met het koele en klinische oog van een van buitenaf aangetrokken trouble-shooter, kruipt hij met plezier in de rol die hem op het lijf geschreven is. Wordt hij de man die energiek en kordaat lijnen uitzet, structuren opzet, en op het moment dat alles loopt zoals hij het voor ogen had uitkijkt naar een nieuwe uitdaging.

Om deze kwaliteiten wordt hij steeds vaker aangezocht. Zoals onlangs bijvoorbeeld nog door de European Academy for Film and Television, een vereniging van regisseurs als Robbe-Grillet, Milos Forman en Fons Rademakers, die proberen het Europese filmprodukt te beschermen.

Het meest vererende verzoek evenwel bereikte Kok enkele maanden geleden, toen de Belgische regering hem verzocht de komende zes jaar het privatiseringsproces van de Belgische PTT te leiden. Een opdracht waar hij per 1 december mee begon en die de Franse krant Le Soir omschreef als "La mission impossible'. “Het gaat om een raad van bestuur van achttien man en ik leid het directiecomité. De meeste benoemingen gebeuren op politieke grondslag. Mijn taak is het om de politiek, die onvermijdelijk verbonden is met een staatsbedrijf, te overtuigen van de noodzaak om een enorm overheidsbedrijf met 27.000 werknemers autonoom te gaan leiden.”

Koks analyse van de perspectieven voor de GMA laat er weinig twijfel over bestaan dat zijn rol in de schaakwereld nog lang niet is uitgespeeld. “Als ik het klinisch moest beoordelen, zou ik zeggen dat de organisatie in gevaar is. Je kunt niet alleen leven op pamfletten en een krantje rondsturen. Dan word je een soort tijdschrift voor wereldhandel, financiën en kunst. Dat gevaar zit erin. Dus moet je een produkt gaan creëren.”

Kok geeft nu toe dat hij altijd al problemen had met de formule van de te lange wereldbekertoernooien. “De GMA moet een schaakcompetitie gaan opzetten die een voorbeeld moet worden voor nieuwe formules in de schaaksport. Je moet daarbij uitgaan van de vraag wat er in de komende vijf tot tien jaar gaat veranderen in die sport.” In rap tempo somt hij op: “De partijen moeten dezelfde dag afgelopen zijn. Geen afgebroken partijen meer. Ten tweede moeten we misschien gaan denken aan het knock-out systeem. Wij schakers moeten een beetje gaan leren van onze tennisvrienden. De toernooien moeten verkort in tijd en we moeten nieuwe elektronische middelen ontwikkelen waarbij de schakers zoals we nu in Parijs gezien hebben, zichtbaar zijn op grote videoschermen. Als je dat allemaal in een plan kunt vatten, creëer je toch weer een nieuw produkt. Als je helemaal produktloos blijft, zonder manifestatie, dan zie ik de toekomst van de GMA somber in. Dan zou er wel eens een aanval kunnen komen van FIDE op de contractuele situatie. Dat is een van mijn angsten.”

Kok kondigt meteen aan dat het SWIFT World Cup toernooi dat voor deze zomer was aangekondigd, vervangen zal worden door een groots knock-out spektakel waaraan de gehele wereldtop zal deelnemen. “Het gevaar is natuurlijk dat wanneer het echt aanslaat er een verschuiving kan ontstaan van traditionele toernooien naar deze formule. De vraag is dan of dat gewenst is of niet. Dat weet ik niet. Maar ik vind wel dat je ze voortdurend wakker moet blijven schudden.”

Het zijn niet de enige schaakplannen die Kok nog heeft. Enthousiast vertelt hij: “Ik zie mijzelf nu helemaal los van die schaakwereld komen te staan. Maar ik zal het als verwoed schaakliefhebber niet nalaten om daar waar het mij mogelijk is mijn invloed te laten gelden en mensen erop te wijzen hoe interessant het is om schaken te sponsoren. Van tijd tot tijd word ik gevraagd dat soort adviezen te geven. Zoals de stad Cannes in februari een groot toernooi organiseert waarbij ik betrokken ben. Ik wil het niet meer doen als plicht maar als liefhebberij. Ik wil wel weer eens een beetje lol hebben in de schaakwereld. Het werd een beetje somber allemaal.”