Turkije en Iran rivalen in ex-USSR

ATHENE, 21 DEC. Islam Kerimov, de president van Oezbekistan, heeft deze week op bezoek in Turkije van premier Demirel te horen gekregen dat zijn republiek op korte termijn door Ankara zal worden erkend. In afwachting daarvan zal alvast worden gezocht naar geschikte behuizing voor een Turks consulaat in de hoofdstad Tasjkent.

Tegelijk nam de nieuwe Turkse regering, na een langdurige zitting, een besluit van nog veel wijdere strekking: alle van de Sovjet-Unie afgescheiden republieken zullen in principe door Turkije worden erkend, dus ook de niet-islamitische als de Oekraïne, Georgië en zelfs Armenië. Reeds onder eerdere regeringen was te kennen gegeven dat geen "groot-Turkse' koers zou worden gevolgd en dat in het bijzonder zou worden gestreefd naar de beste betrekkingen met de "christelijke' buurstaten Georgië en Armenië. Er was zelfs sprake van Turkse bemiddeling in het conflict tussen Armenië en Azerbajdzjan om de enclave Nagorny-Karabach.

Toch betekenen de beslissingen van deze week een wending in de Turkse buitenlandse politiek. Nog geen drie weken geleden was de bezoekende president van Toerkmenistan te verstaan gegeven dat Ankara sympathiseerde met dit "broedervolk' maar dat erkenning van deze republiek en de andere voormalige Sovjet-republieken niet automatisch zou verlopen. Dat Azerbajdzjan reeds was erkend, had te maken met het feit dat de betrekkingen tussen dit land en Turkije wel zeer innig waren.

De nieuwe koers is natuurlijk een gevolg van het feit dat wat er nog over was van de Sovjet-Unie de laatste paar weken heel snel is afgebrokkeld en dat Moskou, waar Ankara ook goede betrekkingen mee wilde bewaren, als "rijkshoofdstad' nu wel heeft afgedaan.

Daarmee krijgt een andere drijfveer in de Turkse politiek de eerste prioriteit. Dat is de rivaliteit met Iran, dat zijnerzijds ook zijn invloed in de afgescheiden islamitische republieken zo sterk mogelijk wil laten gelden. Teheran wil proberen het fundamentalisme in deze contreien uit te dragen, terwijl Turkije er zijn seculiere staatsvorm wil verankeren, en daarmee ook sympathie in het Westen wil oogsten.

Zo verspreiden de Turken tienduizenden schrijfmachines met Latijnse tekens in Azerbajdzjan, om ter vervanging van het Cyrillische schrift de invoering van het Latijnse te vergemakkelijken. Vanuit Iran daarentegen worden Korans in het Arabisch uitgedeeld. Onlangs werden de autoriteiten in Oezbekistan blij gemaakt met een Iraans initiatief om de steden Tasjkent en Samarkand weer tot centra van islamitische studie te verklaren, een rol die zij vanouds hebben vervuld.

Dat Turkijes voorsprong in het vestigen van diplomatieke en andere contacten met de voormalige Sovjet-republieken irritatie wekt in Teheran, bleek uit recente uitlatingen van een lid van Irans vijftien-koppige Hoogste Raad van Nationale Veiligheid. Hij klaagde dat “Turkijes manoeuvres in de door islamieten bewoonde Sovjet-republieken gericht zijn tegen de herleving van de islamitische idee aldaar”.

Iets van deze Turks-Iraanse rivaliteit viel ook te bespeuren tijdens de pas afgesloten islamitische statenconferentie van Dakar, waar de presidenten Özal en Rafsanjani zich verreweg het actiefst betoonden. En dat Turkije zich heeft onthouden bij de stemming in de Verenigde Naties, waar het besluit inzake het racistisch karakter van het zionisme werd herroepen, kan worden toegeschreven aan een Turkse diplomatieke behoefte niet té zeer achter te blijven bij Iran in islamitisch heilig vuur.

Op de achtergrond van wat men langzamerhand wel een Turks-Iraans conflict mag noemen, speelt nog een kwestie van veel banalere aard mee. Op 22 oktober hebben Turkse autoriteiten beslag gelegd op een Grieks-Cyprisch schip, de Kaap Maleas, toen dat, uit Bulgarije komend, de Bosporus wilde binnenvaren. In principe is de doorvaart van vrachtschepen door deze zeestraat volgens het Verdrag van Montreux (1936) vrij, maar in 1981 is verplicht gesteld dat de aard van de vracht vooraf moet worden aangemeld.

De Griekse kapitein had "speciale chemicaliën' opgegeven, maar bij controle bleken er, behalve een stof die wordt gebruikt bij de aanmaak van heroïne, allerlei zware wapens aan boord, waaronder luchtafweergeschut en kanonnen. De Turken namen alles in beslag en arresteerden de kapitein op de verdenking dat de vracht bestemd was voor Grieks-Cyprus, of zelfs voor de Koerdische "terroristen' in het zuidoosten van Turkije, die vanuit Syrië worden gesteund.

De bekendmaking uit Teheran dat de vracht voor Iran was bestemd bracht Ankara dan ook in een moeilijk parket. Met de Turkse verwijzing dat de zaak inmiddels in handen van de justitie was geraakt, nam Iran geen genoegen en na enkele weken werd de ambassadeur uit Ankara teruggeroepen. Zelfs dreigde Teheran met intrekking van vergevorderde projecten inzake aardgasleidingen door Turkije naar Europa.

President Özal beloofde de rechtsgang te bespoedigen en deze week begon eindelijk voor het Staatsveiligheidshof het proces tegen kapitein Fanouriou. De president van de rechtbank beval zijn vrijlating en distantieerde zich van de visie van de aanklager als zou het doorzoeken van het vaartuig zijn gerechtvaardigd op grond van een "staat van oorlog' die tussen Turkije en Grieks-Cyprus zou heersen. Een en ander opent perspectieven op een ook voor Iran gunstige afhandeling.