SYNAGOGE

De Snoge. Monument van Portugees-Joodse cultuur door Judith Belinfante e.a. 96 blz., geïll., D'Arts 1991, f 32,50 ISBN 90 90043 49 7

Al wat er in 1992 gevierd wordt, vast niet de 500ste verjaardag van de verdrijving der joden uit Spanje. Nadat "los reyos cattolicos' het land tot eenheid hadden gebracht en de moslims hadden verslagen maakten ze maar meteen schoon schip door de joden drie maanden de tijd te geven hun biezen te pakken. Degenen die naar Portugal vluchtten, kwamen van de regen in de drop, want Portugal werd in 1580 door Philips II bezet. Een deel van de vluchtelingen kwam in Amsterdam terecht, een boomtown met relatieve gewetensvrijheid. Veel joden waren er niet in de Nederlanden, maar nu moest er toch een regeling komen.

De Staten van Holland wonnen advies in bij Hugo de Groot, die meende dat men ze moest toelaten "uit liefde Godes'. Joden mochten alleen geen christenen bekeren, niet met hen slapen noch de Staat in gevaar brengen. Verder gingen ze hun gang maar, en daar voer de economie wel bij. Hun oude vaderland kon hun commerciële contacten niet missen, en zodoende ontstond de handelsdriehoek Brazilië-Lissabon-Amsterdam, met veel profijt voor het einde van die keten. De sefardische gemeente was in 1675 groot en rijk genoeg om een nieuwe en grote synagoge te openen: die aan het huidige Jonas Daniël Meyerplein, naast de Hoogduitse synagoge.

Het imposante classicistische gebouw van Elias Bouman stond model voor diverse synagogen: Livorno (1700), Londen (1701), Willemstad (1732), Paramaribo (1737), Naarden (1759), Newport (1763) en New York (1897). De omvang van het gebouw wordt nog eens beklemtoond door de reeks lage bijgebouwen, die de "snoge' insluiten: het was voorschrift dat gebouwen van een andere confessie dan de hervormde niet van de straat af betreden mochten worden. Niettemin waren de joden beter af dan de katholieken, die hun godsdienstoefeningen in schuilkerken moesten houden. In het inwendige werden de koperen kaarsenkronen zó mooi gevonden dat er prompt kopieen werden gemaakt voor de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

De synagoge heeft de oorlog overleefd, naar verluidt omdat de Duitsers er na een succesvolle oorlog een museum voor de verdwenen joodse cultuur wilden inrichten. Het gebouw is echter niet bestand gebleken tegen de tand des tijds: een restauratie is dringend, en ofschoon de werkzaamheden al zijn begonnen zijn de fondsen niet toereikend om het werk te klaren. Dit boekje is mede verschenen om dit monument beter bekend te maken, en dus geliefder. Medewerkers van het Joods Historisch Museum beschrijven de geschiedenis van de Sefardiem, de wordingsgeschiedenis van de synagoge naast het gebouw zelf, de ceremoniële voorwerpen en de wereldberoemde bibliotheek Ets Haim.

In een bijlage worden ook de gevelstenen beschreven van andere huizen. Nu zijn ze ingemetseld in de toegangspoort. Snoge is rijkelijk geïllustreerd, grotendeels in kleur, voorzien van literatuuropgave en verklarende woordenlijst. Het enige dat verbaast, is dat zo'n boek er nu pas is.