Oog om oog, ruit om ruit

Een rechtsbijstandverzekering voor gezinnen en huishoudens van een of twee personen biedt aanspraak op raad en rechtsbijstand (RB) als de verzekerde of zijn naaste familieleden betrokken raken in een geschil dat verband houdt met privé activiteiten. De verzekeraar bakent die dekking streng af, want alle gevolgen van de uitoefening van een vrij beroep of bedrijf vallen onder aanvullende dekkingen of andere verzekeringen. Zo blijven het risico en dus de premie van een gezinspolis binnen de perken.

De RB-verzekering biedt niet in alle juridische geschillen een sterke schouder. Een principiële uitzondering is het verweer tegen een vordering van iemand die schade heeft geleden door een onrechtmatige daad van de verzekerde of personen waarvoor hij verantwoordelijk is.

Een voorbeeld: een RB-verzekerde heeft een Ronald Koeman-achtig kindje met een meedogenloze trap in beide benen. Op een dag ligt de grote ruit van de overburen aan diggelen. De razende buurman stormt door de nieuwe uitgang naar buiten en eist van vader Koeman een schadevergoeding. In dit soort gevallen helpt geen RB-verzekering, maar een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) die uitkeert bij schade en steun biedt als de rechter er aan te pas moet komen. Heeft de vader geen AVP en weigert hij te betalen, dan kan de overbuurman een beroep doen op zijn eigen RB-verzekeraar of een advocaat in de arm nemen als hij die niet heeft. Om maar te zwijgen over een voor de buurt spannende afwikkeling volgens het principe oog om oog, ruit om ruit.

Voor de kosten van juridische hulp bestaan dus eigenlijk twee tegenovergestelde verzekeringen: de RB, die opkomt voor de verzekerde en zoveel mogelijk geld of andere genoegdoening voor hem probeert binnen te halen, en de AVP, die in passieve zin opkomt voor de verzekerde en zo min mogelijk wil uitkeren aan de benadeelde eiser. Aanvallen en verdedigen om het gezinsvermogen intact te houden. Volgens de verzekeraars heeft negentig procent van de Nederlanders een AVP'tje, maar slechts acht procent van de gezinnen een RB-verzekering.

Op de RB-markt zijn bijna vijftig maatschappijen actief. Drie ervan doen uitsluitend in rechtsbijstand, voor de rest is het een van de vele soorten verzekeringen die zij aanbieden. DAS Rechtsbijstand en ARAG Nederland, twee van de drie specialisten, hebben samen ongeveer de helft van de markt (gerekend naar premie-inkomen) in handen. Wegens de specialistische juridische kennis laten tientallen maatschappijen schade door die twee afwikkelen. Een andere afwikkelaar van schaden, zelf geen maatschappij, is het Schaderegelingskantoor (SRK) in Zoetermeer, dat werkt voor onder meer Amev, Aegon en Nationale-Nederlanden.

Die opzet vloeit ook voort uit de Europese Richtlijn voor de Rechtsbijstandverzekering uit 1987, die vorig jaar in onze wetgeving is opgenomen. Die richtlijn schrijft het volgende voor: een regeling bij belangenconflicten (zoals twee verzekerden van dezelfde RB-verzekeraar die met elkaar in conflict raken); een gescheiden schadebehandeling voor verzekeraars met meer soorten verzekeringen (om te voorkomen dat een RB-afdeling moet opboksen tegen de eigen maatschappij als het conflict een verzekering betreft); de mogelijkheid dat een verzekerde in voorkomende gevallen zelf zijn advocaat kiest; en een objectieve regeling van geschillen tussen verzekeraar en verzekerde.

De verzekeraars proberen aangemelde schadegevallen met eigen mensen af te handelen. Soms is het echter nodig een advocaat in te schakelen als de vereiste kennis of ervaring in eigen huis ontbreekt, of als dat nodig is in een proces en men niet om het proces monopolie van de advocatuur heenkan.

Volgens de branche-organisatie schakelen verzekeraars bij verkeersschaden - het specialisme van de branche - maar in twee procent een externe advocaat in. Bij gezins- en bedrijfszaken ligt dat percentage op ongeveer tien.

Een van de verzekeraars vertelde desgevraagd dat de verhouding tussen maatschappij en advocaat verandert. Was het vroeger zo dat een verzekeraar een advocaat zocht, nu zijn de advocaten op zoek naar verzekeraars. Omdat er meer juristen bijkomen en het aantal RB-zaken sterk toeneemt.

Wanneer een verzekeraar meent dat een zaak geen redelijke kans op succes heeft, mag de verzekerde met een afwijkende mening zijn zaak voorleggen aan een zelf te kiezen advocaat. Is die van mening dat de verzekeraar gelijk heeft, dan is de kous daarmee af. Desondanks mag de verzekerde zijn zaak doorzetten. Aanvankelijk gebeurt dat voor eigen rekening, maar als hij toch gelijk krijgt, worden de kosten alsnog vergoed. Ziet de advocaat nog een klein lichtpuntje in een door de maatschappij afgelegde schade, dan mag hij de zaak op kosten van de verzekeraar doorzetten, ongeacht de uitslag. Dat is de strekking van de objectieve regeling van geschillen.

wordt vervolgd