"Niemand zag iets, maar over Ajax-Liverpool wordt nu nog gesproken'

Als de politiek het wint van de sport, wordt de klassieker Ajax-Feyenoord morgen voor het laatst in het OLYMPISCH STADION gespeeld. De Amsterdamse Deelraad Zuid besloot deze week om de schepping van Jan Wils al in maart volgend jaar te slopen voor sociale woningbouw.

Met enige eerbied betreedt bedrijfsleider Martin Koper de "heilige grasmat' voor een laatste inspectie. Pet op, sjaal om en handen diep in de zakken. Geen overbodige luxe, want er waait een kille grafwind in het Olympisch Stadion. Dreigende wolken en een hagelbui, die het haveloze dak geselt, vormen een dreigende voorbode voor wat deze accommodatie te wachten staat. De tribunes mogen dan wat somber ogen, het veld staat voor iedere voetballer buiten elke discussie. Koper speurt naar wat oneffenheden, maar elk grassprietje lijkt gerangschikt, zit op de goede plaats. De mat is bol waardoor de afwatering altijd perfect verloopt. De afmetingen zijn ideaal, 105x69 meter. Niet breder dan normaal zoals weleens wordt gedacht. Er groeit nog gras in de doelen, in deze tijd van het jaar uniek voor een Nederlands stadion. Al zegt dat natuurlijk meer over de intensiteit van het gebruik dan over de kwaliteit van de mat. Koper: “Mijn personeel werkt met liefde aan dit veld. Kijkt u eens naar de kaarsrechte belijning. Maandag en dinsdag zullen alle polletjes weer op hun plaats worden gelegd. Want op 19 januari wordt hier ook nog Ajax-PSV gespeeld. De beschadiging na een wedstrijd is over het algemeen minder als er twee technische ploegen hebben gespeeld. Daarom verwacht ik na Ajax-Feyenoord geen overwerk. Maar in de tijden dat FC Amsterdam hier nog zijn thuiswedstrijden afwerkte, konden we er na het weekeinde tegenaan.”

Op de middencirkel lijkt het Olympisch Stadion niet die gigantische betonklomp als vanaf de tribunes. Het dak, waarop Han Hollander vanuit een haastig in elkaar getimmerd hokje op 11 maart 1928 zijn eerste radioverslag van een interland verzorgde (Nederland-België), lijkt ineens minder hoog. De lange zijden zitten zelfs tamelijk dicht op het veld. Maar winderig is het wel. Koper: “Het zijn een soort valwinden. Dat heeft te maken met de ovale rondingen. Die zijn er omdat bij een dergelijk groot stadion anders het zicht in hoeken ontbreekt. Bovendien heeft dit stadion nog een wieler- en atletiekbaan.” Veel eerder dan wanneer de tribunes zoals morgen volgepakt zijn met mensen - er worden vijftigduizend toeschouwers verwacht - springt het 6,5 meter hoge beeld in vak FF in het oog. De creatie is door beeldhouwer Carasso, een Italiaan van geboorte, in 1950 op verzoek van architect Jan Wils geheel uit cement en gewapend beton opgetrokken. Het kunstwerk dat een naakte man in Griekse stijl voorstelt, dient de vrijheid en de sport uit te beelden. Het idee ontstond naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog. Een familielid van de overleden Carasso heeft zich al ongerust tot de stadiondirectie gewend met het dringende verzoek om het beeld toch vooral te sparen indien het stadion tegen de vlakte gaat.

Zo zijn er meer zaken van monumentale waarde. De vele plaquettes, zoals die ter nagedachtenis aan Han Hollander boven de marathonpoort. De eerste steen, gelegd door Prins Hendrik in 1927. Het glas in lood in de bestuurskamer. En in diezelfde ruimte de grote schets van baron F.W.C.W. van Tuyll van Serooskerken. De voormalige NOC-voorzitter zorgde ervoor dat Amsterdam de Olympische Spelen van 1928 kreeg. Het verhaal gaat dat hij de organisatie naar ons land wist te halen door het IOC-congres inclusief grondlegger Pierre de Coubertin af te bluffen. Van Tuyll sprak op het congres van 1921 in Lausanne namens de Nederlandse regering een dankwoord uit voor het feit dat Amsterdam de Spelen van 1924 toegewezen had gekregen. Daarvan was op dat moment nog totaal geen sprake. En ook in Den Haag wist men van niets. De IOC-leden trapten met open ogen in de val. De Coubertin stelde de organisatie voor '24 in Parijs veilig, maar Amsterdam mocht zich opmaken voor de Spelen van '28. Nederland had toen nog geen stadion, kende het woord nauwelijks. Met centen, dubbeltjes en kwartjes werd uiteindelijk via een inzamelingsactie onder de bevolking de 1.2 miljoen gulden voor de bouw van het Olympisch Stadion bijeengebracht. De regering moest alleen nog toestemming geven voor het beoefenen van sport op zondag.

Tot zover de geschiedschrijving. Drieënzestig jaar later lijken de dagen van het stadion geteld. De gemeente en Ajax hebben een sterke voorkeur voor een nieuwe accommodatie in Zuidoost. De Deelraad Zuid wil zo snel mogelijk met sociale woningbouw starten op de plek waar nu het Olympisch Stadion staat. Deze week werd zelfs het verzoek van wethouder Louis Genet van de centrale stad om de sloop per 1 maart 1992 uit te stellen, van de hand gewezen. Het stadion open houden tot de bouw van de nieuwe accommodatie in 1994 is voltooid was al helemaal niet bespreekbaar. In al deze gevallen zal Ajax de komende jaren een strop van vele miljoenen lijden. Om te beginnen met de UEFA-Cupwedstrijd tegen AA Gent. Piet Kranenberg, adviseur van de raad van commissarissen van het Olympisch Stadion voorziet een juridisch en politiek steekspel. “De ellende is dat de centrale stad (zeg maar B&W, red.) de beslissingsbevoegdheid heeft overgedragen aan de Deelraad. En in dat college vinden behalve het CDA alle partijen het belang van Ajax niet zo zwaar wegen als de woningbouw.”

De eerste tekenen van ontmanteling zijn sinds enige weken zichtbaar. Het stadion ontbeert lichtmasten die na zestig jaar door de roestvorming toe waren aan vervanging. Daarom begint de wedstrijd morgen geheel tegen de regels van de KNVB om 14.00 uur. “Het was hier eergisteren om half drie al donker”, zegt stadion-directeur Otto Roffel somber. “Daarom moet de wedstrijd zo vroeg mogelijk afgelopen zijn.” De voormalige doelman van GVAV zetelt bijna 22 jaar in een kantoortje onder de marathontribune. Op de vensterbank stapelen de kranteknipsels zich op over de continuening story die het Olympisch Stadion heet. Roffel vestigt ogenschijnlijk allerminst de indruk directeur van een sterfhuis te zijn. Zijn naam wordt tegenwoordig steevast verbonden met synoniemen als graftombe, bouwval en betonklomp. “Ach, ik hoor al twintig jaar niets anders”, relativeert Roffel. “De werkelijkheid is dat het stadion wel sfeervol is als het volzit. Vond hier tijdens Ajax-Real Zaragoza voor Nederland niet de eerste Mexico-wave plaats? En ik was deze zomer compleet ontroerd door het ceremonieel bij de gymnastrada. Ik had niet gedacht dat zoiets nog mogelijk zou kunnen zijn. Bij de legendarische Europa-Cupwedstrijd Ajax-Liverpool in 1966 zag niemand wat door de mist. Toch wordt daar anno 1991 nog steeds over gesproken.”

Roffel werkt met zeven vaste krachten die ook de exploitatie van het Frans Otten-tennisstadion verzorgen. De werkgelegenheid van deze mensen lijkt dus op de tocht te staan, hoewel de beslissing om een nieuw stadion te bouwen nog steeds niet is gevallen. Piet Kranenberg van NV Het Nederlands Sport Park Olympisch Stadion: “Ik heb begrepen dat de drie banken die 55 miljoen op tafel moeten leggen voor Zuidoost zijn gaan twijfelen. Het exploitatietekort van het nieuwe stadion beramen wij op drie tot vier miljoen gulden per jaar. Terwijl de renovatie van het huidige Olympisch Stadion in dit opzicht helemaal geen negatief saldo zal opleveren. Wij kunnen zelfs onder deze omstandigheden het verlies al beperken tot 23.000 gulden.”

De bouwkosten van het stadion waarvan Ajax bespeler wil worden komen op 202 miljoen gulden. Het architectenbureau ZZ+P denkt dat het Olympisch Stadion is te renoveren voor 65 miljoen gulden. De accommodatie krijgt dan 50.000 overdekte zitplaatsen. De wielerpiste wordt een tankgracht ter beveiliging en er is ook nog plaats voor een atletiekbaan. Dit in tegenstelling tot het project in Zuidoost dat om kosten te besparen niet multifunctioneel wordt gemaakt. Otto Roffel totslot: “Wij zullen desnoods juridische stappen niet schuwen om de sloop van het Olympisch Stadion te voorkomen. Er is geen enkele reden, behalve een politieke, om nu in Zuidoost te gaan bouwen. Het Olympisch Stadion is uitstekend gesitueerd, dicht bij de snelweg en als het moet wil de NS een speciale halte bouwen aan de Schiphollijn. Er loopt ook nog een procedure om het stadion op de monumentenlijst te krijgen. Maar dan ga je bij de duivel te biecht. De stadsdeelraad moet de Raad van de Monumentenzorg adviseren. En die zegt immers: slopen, dat stadion.”