Museum in Eelde voor figuratieve kunst

EELDE, 21 DEC. De Stichting Het Nijsinghuis wil in 1993 een museum voor hedendaagse figuratieve kunst openen bij het zeventiende eeuwse gelijknamige buiten in Eelde. Het museum, dat de naam "De Buitenplaats te Eelde, museum voor verbeeldende kunst' krijgt, moet jaarlijks tussen de twintig- en dertigduizend bezoekers trekken. Het zal het eerste museum zijn voor uitsluitend realistische kunst in Nederland. De gemeente Eelde heeft het plan inmiddels goedgekeurd.

Het echtpaar Van Groeningen-Hazenberg, van wie het idee afkomstig is, bewoont het uit 1654 stammende buitenhuis, dat dertig jaar dienst heeft gedaan als gemeentehuis. Het plan is om met subsidies en via sponsoring 2,5 miljoen bijeen te brengen. Daarmee wil de stichting een paviljoen bouwen voor exposities en manifestaties met nadruk op het (noordelijk) realisme. Het paviljoen, dat in een verbreding van de oude gracht en deels onder het maaiveld komt te liggen, is ontworpen door architect Wiek Röling. Rondom het Nijsinghuis worden de tuinen en vijvers in oude stijl hersteld volgens een ontwerp van de tuin- en landschapsarchitect Jorn Copijn. In de tuin, die een hectare groot is, komen onder meer sculpturen en een doolhof. Ook wordt een deel van de zeventiende-eeuwse appelboomgaard hersteld.

Volgens drs. J.J.W.P. van Groeningen hebben diverse kunstenaars en verzamelaars inmiddels werk toegezegd, zoals Matthijs Röling, Wout Muller, Clary Mastenbroek, Henk Helmantel en Guus Hellegers. Ook meer dan 100 schilderijen van Dieuwke Bakker krijgen een plaats in het museum.

Het echtpaar Van Groeningen betrok het Nijsinghuis in het begin van de jaren zeventig. Ze lieten het buiten restaureren en begin jaren tachtig werden diverse plafonds en wanden van drie kamers beschilderd door Matthijs Röling en Wout Muller. Eén van de kamers met wandschilderijen, de "Blauwe Kamer', toont een toverachtige wereld met figuren, palmen en dieren. In de hal van het pand is een sterrehemel te zien van de hand van Wout Muller. In de loop der jaren verwierf het echtpaar ook meerdere figuratieve kunstwerken.

“Voor realistische figuratieve kunst is nooit erg veel belangstelling geweest in ons land,” verklaart J.M. van Groeningen-Hazenberg de keus voor een museum voor figuratieve kunst. “Veel musea richten zich op de avantgarde.” Het museum wil samenwerken met onder andere het Drents Museum, dat volgens Van Groeningen een lange traditie heeft op het gebied van figuratieve kunst uit de vorige eeuw.