LOUVERTURE

In de bespreking van mijn "Vuurnacht, Toussaint Louverture en de slavenopstand op Haiti' (Boekenbijvoegsel 23 november) wordt als ondertitel van het anti-Toussaintboek van Pierre Pluchon uit 1989 - dat kenmerkend is voor de vooringenomen Franse geschiedschrijving over Toussaint en de slaven tot vandaag toe - "Le Spartacus noir' gegeven.

Daaruit blijkt dat Baud mijn uitvoerige naschrift niet of slordig heeft gelezen. Daarin zet ik een bizar misverstand uiteen. De NRC-redactie voegde aan een bespreking van Pluchons boek vorig jaar, kennelijk met positieve bedoelingen, "Le Spartacus noir' zelf als ondertitel toe. De ondertitel luidde in werkelijkheid - in het boek dus: "Un révolutionnaire noir d'Ancien régime', een bijstelling die het program van het boek al presenteert, de nieuwste Franse debunking van Toussaint namelijk door de leider van de slaven als onechte revolutionair te profileren, en ten slotte zelfs neer te zetten als contra-revolutionair waarmee de eer van de Franse revolutie, die met haar politiek tegenover de slaven zo beschamend faalde, alsnog werd gered.

Het door Baud gewraakte citaat over de orgie van geweld is geen suggestie van mij maar een parafrase van een fragment uit het al in 1818 verschenen "Histoire d'Haiti' van de Haitiaanse geschiedschrijver Thomas Madiou. Hetzelfde fragment werd in 1889 in de enige voluit pro-Toussaint 19de-eeuwse Franse biografie van Victor Schoelcher ("Vie de Toussaint Louverture') letterlijk benut om de wanhoop en vertwijfeling, tevens de heldhaftigheid en doodsverachting van de inderdaad met blote handen tegen kanonnen strijdende slaven te tekenen.

De drijfveren en wereldvisie van de slaven en van Toussaint, die tot het laatst voorstander bleef van samenwerking met de blanke planters, heb ik in twee aparte hoofdstukken beschreven, me, - juist om zo correct mogelijk de complexe achtergronden te verhelderen -, baserend op recente uitgaven van de omvangrijke correspondentie van Toussaint in Port-au-Prince.

In zijn overigens gewaardeerde recensie gaat Baud helaas geheel voorbij aan wat Thomas Madiou terecht het dominerende beeld van de periode 1791 tot 1804 heeft genoemd: ""een onbegrijpelijke opeenvolging van misdaden en massac-res'', waartoe de Fransen, Engelsen en Spanjaarden - steeds om de slavernij te herstellen - drie maal fatale invasies hebben uitgevoerd. De blanken verloren daardoor 75.000 man, de bevolking van de slaven, en hun vrouwen en kinderen werden gedecimeerd van 600.000 tot 325.000. De laatste Franse invasie, in opdracht van Napoleon, vernietigde het op gang gekomen economische herstel onder Toussaint Louverture. Van de 8000 plantages uit 1791 waren er in 1804 nog 200 produktief. Haiti was vrij maar dankzij de Franse furie gedoemd het armste land ter wereld te worden.

Naschrift redactie:

Zoals het bij echt mooie uitglijders behoort, is de redactie van het Boekenbijvoegsel voor de tweede keer in de door haarzelf gegraven valkuil gestapt: de vermelding van de foutieve ondertitel bij het boek van Pierre Pluchon komt geheel op onze rekening. Onze excuses aan recensent Michiel Baud en de lezers.