Leiden zocht en vond nazaten Rembrandt

LEIDEN, 21 DEC. Schilderen kunnen de Leidse gebroeders De Goeij van geen kant. Zelfs een deur niet, erkent de oudste, Willem Frederik. Donderdagavond belde de gemeente Leiden op. “Gefeliciteerd. U bent een afstammeling van Rembrandt, de schilder.” Leuk, zei Willem, dat wist ik niet. “Ik ben altijd loodgieter geweest.”

De gemeente Leiden begon de speurtocht naar de nazaten van Rembrandt van Rijn omdat het zo'n aardig idee leek. De grote overzichtstentoonstelling van Rembrandts werk in Amsterdam was voor Leiden aanleiding zich te beroepen op de oude rechten die de stad bezit op de schilder. Rembrandt werd in de zomer van 1606 geboren in de Weddesteeg en woonde er minimaal vijfentwintig jaar. Een bedrag van 200.000 gulden werd bij elkaar gezocht om een reconstructie te maken van het atelier van Rembrandt, dat gisteren werd geopend aan het Kort Galgewater, tegenover de Weddesteeg. Alle Van Rijns in Leiden uitnodigen was onmogelijk, de kans dat er een echte Van Rijn bovenkwam nihil, zoals later bleek. Om de opening wat op te vrolijken begon P.J.M. de Baar van het gemeentearchief een genealogische speurtocht van enkele maanden door de stamboom van de familie Van Rijn.

Voor de duizenden Van Rijns in Nederland, en ook in Duitsland, zijn de onderzoekingen van de Leidse stadsarchivaris op een teleurstelling uitgelopen. In Duitsland leven nog enkele Nederlandse emigranten met de naam Van Rijn die menen familie te zijn van Rembrandt, maar De Baar heeft die claims naar zijn zeggen nu “de grond ingeboord”. “In de tijd van Rembrandt werd die naam op tientallen plaatsen tegelijk aangenomen.” Toch acht hij het niet helemaal uitgesloten dat iemand met de naam Van Rijn een afstammeling is van Rembrandt, “maar de kans is uiterst klein”. Die laatste twijfel heeft hij nog omdat hij ergens in de 17de eeuw twee jongetjes, kinderen van de zoon van Rembrandts broer Adriaen, is kwijtgeraakt. Meer mannelijke nakomelingen met kinderen zijn er niet, zodat de familienaam voor wat betreft deze tak ergens in de 17de eeuw uit de boeken verdwijnt. “Die twee spoor je alleen nog op als je hun namen bij toeval ergens tegenkomt”, zegt De Baar.

Dat juist de gebroeders De Goeij door De Baar werden gevonden hangt louter samen met het feit dat zij nog in Leiden wonen. “Maar er zijn nog duizenden andere verre familieleden van Rembrandt. Ik ben alleen niet verder gegaan dan het archief in Leiden.” Vooral mensen met achternamen als De Meere, Wijtenburg, Randoe of Aniba doen er verstandig aan hun familieverleden eens na te pluizen. De Baare kwam ze meer dan eens tegen.

De nakomelingen zijn geen van alle rechtstreeks van Rembrandt zelf afkomstig. De familie De Goeij dankt hun uitverkiezing aan Rembrandts broer Adriaen (1597-1652). Diens dochter Cornelia kreeg een zoon Simon, wiens dochter Theodora rond 1750 trouwde met een zekere Jan de Goey, afkomstig uit een Leidse koekebakkersfamilie. Zijn familie bleef in de stad. De tak van Rembrandt zelf heeft weinig bladeren: in 1715 overleed zijn kleindochter Titia kinderloos. Zij werd zelf geboren toen haar vader, Rembrandts zoon Titus, al overleden was.

Of Willem de Goeij nog van plan veilingen af te lopen om geld op te eisen als Rembrandts werken worden verkocht? “Nee, met een heel klein schilderijtje van een paar miljoen neem ik genoegen.”

Foto: De gebroeders De Goeij, nazaten van Rembrandt van Rijn. (Foto NRC Handelsblad- Freddy Rikken)