Koning van de smaak; Axel Vervoordt: "De Renaissance is in volle gang'

De Vlaamse antiquair en kunsthandelaar Axel Vervoordt wordt een "smaakmaker' van deze tijd genoemd. Toen hij achttien jaar was, kocht hij al een vleugel van een Engels kasteel leeg. Nu komen op zijn eigen kasteel bij Antwerpen de rijkste mensen van de wereld, van prinsen tot artiesten. Op vijf continenten richt hij huizen en kastelen in. Zijn passie is het combineren van objecten uit volmaakt verschillende culturen. Zijn levenskunst is "net zo intens te feesten als te werken'.

Eikebomen omzomen het Kasteel van 's-Gravenwezel als een natuurlijke grens tussen fictie en realiteit. In de omtrek liggen de kavels van welgestelde Belgen en fiscale vluchtelingen uit Nederland, maar ze verbleken bij de luister van het kasteel, een burcht uit de twaalfde eeuw die in 1720 werd verbouwd tot "hof van plezantie', met twee hoektorens en een geelbruin patina op de verweerde buitenmuren, omcirkeld door een slotgracht en met uitzicht op een eindeloos park waar paarden tussen de bladeren snuffelen.

Hier, op een half uur rijden van Breda, tien kilometer ten noordoosten van Antwerpen, komen de rijken der aarde. De vijftig kamers, 23 hektaren park en 57 hektaren hoeven en landerijen vormen samen het woonmuseum van de Vlaming Axel Vervoordt (44). Hij is antiquair en kunsthandelaar, maar dat is allerminst een complete omschrijving. Volgens de decemberuitgave van het Amerikaanse magazine Art and Auction is Vervoordt ""a new king of taste''. En Belgische en Nederlandse collega's noemen hem een "genie' of een "tovenaar'.

Zijn klantenbestand leest als een Who's Who van de adel, haute couture, zakenwereld en kunst en cultuur. Op zijn landgoed logeren de Rotschilds, de groothertog van Oostenrijk en de Franse actrice Isabelle Adjani of landt de kledingmagnaat Ralph Lauren per helikopter voor een kort bezoek, via Parijs overgekomen van Long Island.

Op vijf continenten richt Vervoordt huizen en kastelen in of verkoopt hij kunstwerken aan musea, een actieradius die hem enige jaren geleden al noopte tot de aanschaf van een privé-vliegtuig waarmee hij zich nu fluks door Europa verplaatst. 's Ochtends is hij in Florence, 's middags te Parijs en 's avonds in Londen.

Zijn naam heeft ook een hoge notering op de toeristische agenda gekregen. Volgens een vast gebruik hield Vervoordt deze maand twee weekeinden open huis. Tegen een kleine vergoeding konden geïnteresseerden een glimp opvangen van de rijkdom waarmee hij, zijn vrouw May en hun twee kinderen leven. Een blik op de parking in een belendende wei leerde dat de bezoekers niet uitsluitend bezitters waren van auto's in de klasse-vijf-keer-modaal, met of zonder gele nummerplaat.

Ruim tienduizend mensen schuifelden nek aan nek door de kasteelkamers, de bijgebouwen en de orangerie, waar een duizelingwekkende hoeveelheid kostbaar antiek en kunst gegroepeerd was, deels te koop en onopvallend beveiligd. Wie op adem wilde komen, werd in de kasteelkelder getracteerd op wijn en koffie, en waande zich even deelgenoot van een succesverhaal.

Wie is Axel Vervoordt?

Een dag na het laatste open weekeinde ontvangt de kasteelheer zijn bezoeker aan de poort. Hij heeft zijn staf van dertig man, onder wie twee kunsthistorici, drie binnenhuisarchitecten, tuinlieden en restaurateurs, een dag vrijaf gegeven. Gekleed in een driedelig tweed-pak met vlinderdas en met oude, half versleten schoenen oogt hij eerder als een Engelse cultuurfilosoof dan als een zakenman die een jaaromzet van vijftien miljoen gulden (met een winst van tien procent) heeft.

Hij gaat voor naar de bibliotheek, het "hart' van het huis. Onderweg, in zijn kantoor waar vier torenhoge boekenkasten volgestouwd zijn met kunstliteratuur, verontschuldigt Vervoordt zich voor de vele voetstappen op het parket. ""Het doet me soms wel eens pijn dat hier zoveel mensen komen. Ze kunnen ook bijna niks meer zien.'' De verkopen - voor meer dan een miljoen dollar in twee weekeinden - verzachten veel, erkent hij onmiddellijk. Met een lichte grijns zegt hij: ""Ik geloof niet zo in de recessietijd.''

Rubenshuis

In de bibliotheek ontsteekt Vervoordt de open haard, en spoedt zich naar een ander vertrek, de witte huiskapel, waarna in vier kamers Figaro's bruiloft van Mozart weerklinkt. Wie alles in de bibliotheek in zich wil opnemen, moet ten minste een dag uittrekken. Er is een massa kapitale voorwerpen te zien, eeuwen- en zelfs millennia oud, maar ze staan er met een nonchalance alsof ze hier altijd hebben gestaan.

De etagères van de vijf meter hoge muurkasten zijn gevuld met antieke globes, een achttiende-eeuwse encyclopedie en verscheidene atlassen, oosterse keramiek zoals de hoofden van een dertiende-eeuwse Japanse monnik en een evenoude Thaise prinses, alsook een reeks filosofische curiositeiten van Duitse koningshuizen; een aantal voorwerpen uit dit rariteitenkabinet staat binnenkort op exposities in het Rubenshuis te Antwerpen en in het Rijksmuseum in Amsterdam. De wanden zijn bekleed met fleurig, Spaans antiek leer, en overal staan comfortabele fauteuils.

Veel voorwerpen zijn te koop, maar de prijsstickers zijn onzichtbaar weggeplakt ten behoeve van het woongenot van de familie. Vervoordt: ""Ik heb nooit een winkel willen hebben. Dat vond ik bijna prostitutie. Zoiets van: het moet verkocht worden. Alles wat ik koop, dat worden vrienden en daar wil ik mee leven.'' Maandelijks koopt hij nu tussen de 200 en 700 voorwerpen, bij professionele of particuliere verzamelaars, op veilingen of van opgravingen.

Tegen de muur boven de schouw leunt rechtop een Shang jade pi, een schijf met een rond gat in het midden, het Chinese symbool van de hemel, 3.500 jaar oud. Vervoordt, die zich geïnspireerd voelt door Oosterse filosofie, deed het stuk jaren geleden over aan een klant in Washington en kocht het recent voor 100.000 gulden (""drie keer de oorspronkelijke prijs'') terug, zoals hij wel vaker doet. Pal erboven hangt een abstract wit schilderij van Graubner, een Duitse Zero-kunstenaar. ""Dit zijn secrete bezinnings-objecten, met een verborgen kennis. Die verkoop ik niet meer,'' zegt Vervoordt en tuurt naar de schouw.

Het is een speelse compositie die weinig gemeen heeft met het klassieke beeld van de antiekhandel. Dergelijke combinaties zijn door het hele huis te vinden. Een rococo-tafeltje vergezelt een abstract schilderij van Lucio Fontana, van wie Vervoordt zes werken in huis heeft. En naast een zeventiende-eeuws Antwerps kabinet hangt een fel gekleurd schilderij van de Antwerpse minimalist Jef Verheyen.

Vervoordt, trekkend aan een exclusieve sigaar: ""Door al die objecten van verschillende stijlen en levensfilosofieën maak je van iets een happening. De dingen waar ik het meest van hou zijn tijdloos, universeel, zowel boers als gesofistikeerd, zowel Europees als Aziatisch.'' Glimmende "overgerestaureerde' meubelen vindt hij "saai'. ""Je moet het laten zoals het was. Om een mooi oud meubel te krijgen is een boom doodgemaakt, maar de natuur verzoent dat op lange termijn door oxidatie. De oxidatie is een liefdes-act tussen natuur en object waardoor het object weer aan de natuur toebehoort en terug organisch wordt.''

Plotseling veert hij op. ""Kom, we gaan naar de Oosterse salon. Dat is de kamer die totaal beantwoordt aan mijn stijl.'' Op de houten vloer van deze kamer op de eerste verdieping staat een bronzen bol met een grote inkeping, een sculptuur van Fontana uit 1958. Daarboven hangt een abstract en dreigend schilderij van de Spanjaard Tàpies uit 1968. Vervoordt klapt een Chinees kamerscherm uit 1524 uit, waarop een al even woeste kalligrafie te voorschijn komt, en zet het ernaast. ""Hier zie je dat in het kosmische 400 jaar niks is. Dit is van dezelfde familie.''

De kamer is bijna leeg in de stijl van de arte povera. In het midden staat een reusachtige witte bank met een zitvlak van een meter diep, en daarachter een ruige kast vol Thaise vazen. ""Arm van materie, rijk van geest,'' zegt Vervoordt met een gepassioneerde blik. ""Zoiets kan ik hier maar in één kamer doen. Deze kamer is complementair. De rest is meer aangepast aan het kasteel. Dat maakt het juist harmonisch. Het kasteel blijft de baas.''

Ligt in deze wijze van inrichten zijn definitie van smaak besloten? ""Smaak is de juiste harmonie aanvoelen. Ik zal niet zo snel iets lelijk vinden, want door het te combineren kan ik van een minder geslaagd object toch weer een parodie maken. Maar als een smaak tot norm wordt, dan is het burgerlijk, dan is het voorbij.'' Het woord antiek is nog geen moment gevallen. ""Ik gebruik dat woord niet. Ik vind dat het ook actueel en jong moet kunnen zijn.''

Paardenhandelaar

Veertien jaar was Vervoordt toen hij voor het eerst antiek kocht. Zijn vader, een vermogend paardenhandelaar, zette hem op de boot naar Engeland waar zijn zoon bij vrienden logeerde. ""Van mijn spaargeld kocht ik zilver en porselein en dat verkocht ik door aan vrienden van mijn ouders.'' Deze collectioneurs brachten hem de eerste kennis van antiek bij.

Zijn achtergrootvader was eigenaar van een kasteel geweest, maar zijn vader, ""een ongecompliceerd en natuurgebonden mens met vrienden onder boeren en adellijken'', hield van eenvoud en weigerde de kleine woning in de Antwerpse wijk Borgerhout te verlaten. ""Ons huis was een surprise-box. Mijn moeder verhuisde elke week de meubels. Ze hield van feesten en muziek. Alleen al het tafel dekken was een belangrijk moment.''

De "middelmatige' student met artistieke ambities bleef naar Engeland reizen, besloot een antiekcollectie aan te leggen en gebruikte zijn kamer en de garage als opslagplaats. ""Ik voelde me aangetrokken door de Engelse levenskunst, het niet-stijve en het onconventionele. Engels antiek is ook niet zo'n show-off. Het is meer dan het toont.''

Amper achttien jaar was hij toen hij zijn eerste grote aankoop deed. Hij kocht een vleugel met schilderijen en meubelen leeg van het kasteel van de hertog van Bedford. Vervoordt jr. had al een eigen vermogen, maar zijn vader moest bijspringen met een lening van vijftigduizend gulden. Niet lang daarna bemachtigde de dienstplichtig militair Vervoordt via een collega-soldaat zijn eerste belangrijke kunstwerk: een schilderij van René Magritte.

Vervoordt zocht een eigen onderkomen voor zijn nering en liet zijn oog vallen op de Vlaeykensgang: een monumentaal complex van twaalf panden uit de zestiende eeuw in het oude stadsdeel van Antwerpen, vlakbij de Schelde. Daar legde hij op 21-jarige leeftijd, met steun van zijn ouders en na een uitvoerige restauratie, het fundament voor zijn huidige bedrijf. Net als later op het kasteel leefde hij er met zijn collectie.

""Ik verkocht de mensen alleen maar dingen die ze mooi vonden. Beviel het hen toch niet, dan mochten ze het terugbrengen. Zo werk ik nog steeds. Het verrijken van een klant is voor mij een evengrote verrijking als het bezit.''

De onvoorspelbaarheid waarmee hij antiek en kunst combineerde trok al snel "grote klanten' aan, vooral uit Amerika. ""Dallas was booming, en ik kreeg klanten die rijk waren geworden in de olie.'' Van een Texaan ontving hij de opdracht voor drie miljoen gulden diens villa in te richten. En een Vlaming die een huis had gebouwd, kocht enkele vertrekken in de Vlaeykensgang leeg en overhandigde Vervoordt tijdens een diner in een aangrenzend restaurant zijn chequeboek met de toevoeging: ""Vul maar in.''

Zijn vermogen, deels geërfd van zijn vader, stelde Vervoordt ruimschoots in staat in 1983 voor vier miljoen gulden (""heel goedkoop'') het Kasteel van 's-Gravenwezel te kopen. Hij verhuurde de Vlaeykensgang, zoals meer oude panden in Antwerpen. Vrienden hadden hem aangeraden naar Amerika te verhuizen, omdat daar zijn belangrijkste klanten woonden. Maar Vervoordt vond het leven in Amerika "te oppervlakkig'. ""Ik voel me een Europeaan, nog meer dan een Belg.''

Duifjes en boerenbrood

We zijn inmiddels via de Oosterse salon en de elegante biljartkamer in Engelse stijl in de badkamer van de Vervoordts aangekomen. Door de groene, goudkleurig gerande lambrizeringen uit de achttiende eeuw, een open haard, een schilderij boven de marmeren kuip en een canapé waant de bezoeker zich in een artiestenkleedkamer. Via de wit getinte slaapkamer - met een Borobudur-kop uit de achtste eeuw, oude Japanse Zen-vazen en een sobere modern design-lamp naast het bed - gaan we naar de keuken.

May Vervoordt die de bloemenschikking, de in eigen beheer gemaakte zitmeubelen en de afdeling textiel onder haar hoede heeft, dient het avondeten op. Mozzarella op een bedje van tomaat en daarna duifjes. Haar man ontkurkt een fles Pape Clement uit 1982, en zet het mes in een groot rond boerenbrood. Een presentje van de Franse meester-bakker Lionel Poilâne, die het voorbije weekeinde per helikopter uit Parijs arriveerde en bleef logeren.

De keuken is wit betegeld tot aan het plafond. Her en der branden kaarsen in zilveren kandelaars. Een grove boerentafel en een ongepolijste muurkast, vol blauw-wit aardewerk, springen in het oog. "Ter aanvulling' staat in de aangrenzende eetkamer een deel van een blauw-wit Ming-servies uit 1644. Een ophefmakende aankoop, die Vervoordt nog steeds als een "grote stunt' beschouwt.

Ruim driehonderd jaar lag het Chinese porselein in een scheepswrak op de bodem van de Zuidchinese zee. Vervoordt kocht het grootste deel, 7.600 stukken, in 1984 voor twee miljoen gulden tijdens een veiling in Amsterdam. Collega's versleten hem voor gek. ""Iedereen dacht dat het glazuur door het zeewater waardeloos was geworden. Ik was juist getroffen door de verkleuring die het had ondergaan. Het was ontburgerlijkt en gereactualiseerd.''

Een jaar later eiste hij alle aandacht op tijdens de Biennale des Antiquaires in het Grand Palais te Parijs waar het servies vijf meter hoog stond opgetast. Kopers waren er genoeg: de couturiers Kenzo en Valentino, de Rotschilds, de kinderen van Koning Feisal van Saoedi-Arabië, onroerend-goedmagnaten uit New York en collectioneurs in Hongkong. Vervoordt: ""Ik heb toen in mijn baard gelachen.''

Zijn grootste transactie volgde later: aan een Japanner verkocht hij een schilderij van Modigliani voor 3,8 miljoen dollar. En ook het Paul Getty Museum in Los Angeles en Rijksmuseum Paleis Het Loo namen werken over. Zijn werkdrift is er niet door aangetast. Werkweken van zeventig uur zijn geen uitzondering. Op zijn wachtlijst voor de inrichting van huizen staan 64 mensen.

In welk tempo de zaken gaan, blijkt de volgende ochtend wanneer Vervoordt achter zijn bureau zit en met een secretaresse en een werkman in overall de verkopen doorneemt. Al bladerend dicteert hij: ""Dat is voor Parijs, dat is voor Zwitserland, dat gaat naar Cap Ferrat en dat moet naar Biarritz.'' Veel families zijn klant, want Vervoordt vraagt herhaaldelijk: ""Is het voor de moeder of de zoon?'' Zo gaat het een uur lang door.

Hebben zijn klanten ook smaak of vooral geld? ""Onvermijdelijk zijn er snobs bij. Maar ik denk dat mensen die van oppervlakkige rijkdom houden, niet bij mij komen. Die kopen elders glimmende Franse meubels met fel verguld brons. Ik probeer ze wel smaak bij te brengen, en vaak komt dat vanzelf los. Ik vraag van welke muziek ze houden of ze veel boeken hebben, wat ze thuis de leukste kamer vinden en wat ze hier wel of niet mooi vinden. Zo ontdekken ze iets in zichzelf.''

Het laat hem niet koud dat rijke en beroemde mensen zijn klanten zijn, ofschoon hij niet uitbundig met namen strooit; zeker nu hij de laatste tijd wordt lastig gevallen door de roddelbladen. Dat hij aan het Belgische hof inricht is algemeen bekend. Hij moet een dezer dagen weer naar prinses Paola op kasteel Belvedère, ""want ze wil de eetzaal anders''. Ook klanten als Yves Saint-Laurent, de Lauders (cosmetica), Rudolf Nurejev, Prins Nicolaas van Pruisen, jazz-gitarist John McLaughlin en Oscar-winaar Daniel Day Lewis komen terloops ter sprake, maar met namen dichterbij huis is hij - uit discretie - minder gul.

Wie z'n Nederlandse klanten zijn, verzwijgt hij liever, al wil hij niet ontkennen dat de familie Albada Jelgersma van het levensmiddelenconcern Unigro vrienden zijn. Ook de namen van families als Fentener van Vlissingen en Van Beuningen klinken hem bekend in de oren. ""Er zijn duizenden Nederlanders die hier kopen. Maar er zitten mensen bij die ik gewoon niet kan noemen, omdat zij verschrikkelijke angst hebben voor ontvoeringen. Die willen wel een object, maar zetten het niet voor het raam. Die willen wel marmer in de badkamer, maar niet tot aan het plafond, want dat staat te verkwistend tegenover het personeel.''

Vervoordt bestrijdt dat hij zich alleen uitslooft voor het groot-kapitaal, zoals sommige collega's menen. ""Klanten met een beperkt budget, jong-getrouwden, help ik echt, al is dat moeilijker omdat dat zakelijk niet altijd vol te houden is. Dat vergt veel meer tijd en moeite.'' En dat hij de prijzen opdrijft, ontkent hij evenzeer. ""Ik verkoop ook goedkoop, al zullen collega's dit niet geloven. Ik koop zelf dure dingen, dat is wat anders. Mijn winstmarge varieert van tien tot honderd procent. Maar zelfs als het honderd procent is, kan het nog goedkoop zijn voor de koper. Als ik te veel vraag, heb ik er zelf ook te veel voor betaald.''

Ode aan het Licht

Vele klanten zijn vrienden geworden, en af en toe bereidt Vervoordt hen een feest dat hij als een "creatie' opzet, zo blijkt uit fotoboeken die hij aanreikt. Ter gelegenheid van zijn dertigste verjaardag veranderde hij zijn vertrekken in de Vlaeykensgang in een décor van de Renaissance, met authentieke kleding, stillevens van echte objecten, van antiek zilver tot gewone broodmanden, en een dis van 27 gerechten.

Twee jaar geleden kon hij zijn zin voor perfectie op het kasteel nog verder botvieren. Het motto van het achttiende-eeuwse feest was toen "Ode aan het Licht', geënt op de rijkelijke lichtinval in het kasteel. De 220 gasten van verschillende continenten arriveerden in koetsen. De Europese landadel was ruim vertegenwoordigd, getuige de hoeveelheid graven en comtesses die Vervoordt op de foto's aanwijst. Eenzijdig was het gezelschap zeker niet, licht hij op verzoek toe: ""Kijk, allemaal vrienden, maar ze zouden nooit bij me kunnen kopen.'' Het bedienend personeel was gehuld in de blauwe livreien van het paleis van Versailles. De vrouwelijke gasten droegen kleurige robes, en de heren een witte pruik en kuitbroek. De kasteelheer zelf zag er in een wit kuitpak uit als Diderot.

Het spektakel begon na zonsondergang. Vanaf het bordes zongen een bariton en een sopraan van de Nederlandse Opera het begin van "Die Zauberflöte'. In de kasteeltuin was een brandstapel aangericht volgens de proporties van de piramide van Cheops, en over het kasteel scheerden gesynchroniseerde laserstralen op de tonen van Schubert. De beroemde gezusters Labeque uit Frankrijk speelden quatre-mains op de piano, er was een clown, er werd gedanst, gedronken en gegeten, ook van de taart die een maquette van het kasteel voorstelde.

""Zo'n feest is mad. Het is een droom, en ik maak er realiteit van. Dan wordt het een schilderij,'' zegt Vervoordt. ""Ik heb de mogelijkheden en het huis. Als ik zo'n feest niet geef, is dat een bijna evengrote schande.''

De levenskunst om ""net zo intens te feesten als te werken'' heeft juist alles met ""goede smaak'' te maken, is zijn overtuiging. Zo levendig als z'n feesten zijn, zo levendig moeten ook z'n interieurs en objecten zijn. Een echte tastemaker ""moet een nieuwe visie hebben op een algemeen cultureel beeld'', meent Vervoordt en staart in het vuur van de open haard in de bibliotheek.

""De decadente periode is nu volop bezig door de milieuverontreiniging, de misdaad en Aids. Maar we zoeken naar een nieuwe stijl om het leven naar een hoger niveau te tillen, boeiender te maken. De Renaissance is in volle gang, omdat mensen door kunst en antiek een algemene deler kunnen vinden, het fundamentele, de sleutel tot kennis, op weg naar de volgende civilisatie die weer een variant is voor het volgende basisidee. Daarom heb ik schrik voor de mode. Wat ik maak, moet evolueren en over tien jaar nog spannend zijn. Ik heb nog nooit gedacht: nù ben ik er. Ik zal er nooit zijn.''