Kans groeit op verhuizing van vredesgesprekken naar Turkije

WASHINGTON, 21 DEC. Met de aankondiging van de Turkse regering dat zij zeer binnenkort de legaties van Israel en van Palestina in Ankara tot volledige ambassades wil verheffen, wordt het steeds waarschijnlijker dat de bilaterale vredesonderhandelingen tussen Israel en zijn Arabische buren in de toekomst in Turkije worden gevoerd.

Turkije erkent Israel al heel lang, maar heeft enkele jaren geleden onder Arabische druk de diplomatieke betrekkingen op een laag pitje gezet. Nadat het parlement van de PLO in 1988 de Palestijnse staat had uitgeroepen, besloot Turkije deze staat te erkennen en de Palestijnse legatie in Ankara diplomatieke status te verlenen.

Vele weken geleden al toonden de Turken belangstelling om als gastheer voor de Israelisch-Arabische vredesonderhandelingen op te treden. Israel stelde toen als voorwaarde dat beide landen hun diplomatieke betrekkingen zouden opwaarderen. Tegelijkertijd toonde de Israelische regering grote belangstelling voor het Turkse voorstel omdat zij - al was het alleen maar om politiek-psychologische redenen - de onderhandelingen zo snel mogelijk naar het Midden-Oosten wil verplaatsen. Bovendien wil zij om logistieke redenen de onderhandelingen dichtbij huis, teneinde snel met haar onderhandelaars in contact te kunnen treden.

De Israeliërs hebben zich al tijdens de opening van de vredesconferentie in Madrid verzet tegen Washington als vergaderplaats. Zij vinden de Amerikaanse hoofdstad te ver weg (15 uur vliegen van Israel), waardoor consultaties tussen de onderhandelaars en hun regering traag en moeizaam worden. Ze vinden ook - zonder dat met zoveel woorden te zeggen - dat in Washington president Bush en de internationale media veel te nadrukkelijk aanwezig zijn.

Dat laatste was juist voor de Arabische delegaties tot dusver een belangrijke reden om Washington als onderhandelingsoord te willen aanhouden. Zij wilden zich op de best mogelijke manier aan de Amerikaanse publieke opinie presenteren. En zij hoopten dat de Amerikaanse regering snel met dwingende voorstellen tussenbeide zou komen indien - zoals de afgelopen dagen - de onderhandelingen in een impasse zouden belanden. Daarom zeiden de Syriërs “geen rondreizende kermisklanten” en de Palestijnen “geen globetrotters” te zijn.

Maar informeel hebben de Arabische partijen te kennen gegeven op den duur geen bezwaar tegen een verhuizing naar of dichterbij het Midden-Oosten te hebben. Want de logistieke problemen die de Israeliërs aanvoeren, gelden in gelijke mate voor de Arabische partijen.

Een verhuizing naar Ankara levert met name de Palestijnen grote voordelen op. De afgelopen dagen is gebleken dat de Palestijnse delegatie dringend behoefte heeft aan gezaghebbende en ervaren PLO-diplomaten ter plekke. Als de vredesonderhandelingen naar Turkije worden verplaatst, zouden PLO-mensen uit Tunis vrijelijk daarheen kunnen reizen en de Palestijnse onderhandelaars direct en van nabij kunnen ondersteunen.

Dat is dringend nodig, zeggen Arabische waarnemers die zelf geen Palestijnen zijn maar zeer dichtbij de Palestijnse onderhandelingsdelegatie staan. Zij klagen discreet over de geringe samenhang van de Palestijnse onderhandelingsdelegatie en over hun gebrek aan diplomatieke ervaring.

Eén van die waarnemers, die goed op de hoogte is van de handel en wandel van de Palestijnse delegatie, zegt: “Deze mensen mogen misschien knappe juristen, artsen of economen zijn, maar ze hebben absoluut geen verstand van de techniek om diplomatie te bedrijven. Ze doen alsof ze wetenschappelijke symposia voorbereiden en ze zijn voortdurend druk in de weer met allerlei blauwdrukken. Hun groep is veel te groot en er is niemand die hun ter plaatse leiding geeft. En als ze eenmaal een richting hebben bepaald, kunnen ze daar niet van afkomen.”

Eén van de Palestijnse delegatieleden gaf wèl het gebrek aan ervaring toe, maar niet het gebrek aan leiding. Hij vertelde dat uit de groep van meer dan 40 Palestijnen die als onderhandelaars of als adviseurs naar Washington zijn gekomen, een club van elf de dienst uitmaakt. “Onder hen zijn vertrouwelingen van ons leiderschap (de PLO). Zij weten wat voor onze leiders aanvaardbaar is en wat niet. In democratische samenspraak met ons stellen zij de voorstellen en compromissen op, die vervolgens door ons leiderschap geaccepteerd worden.”

Deze voorstelling van zaken wordt echter bestreden door de niet-Palestijnse Arabische sympathisanten. De Palestijnse leden van de delegatie uit de bezette gebieden waren volgens hen zó angstig voor eventuele represailles vanuit hun achterban, dat ze star op hun standpunt bleven om zich maar vooral niet te compromitteren.

“De Israelische regering trad de afgelopen weken in het geheel niet op tegen de steeds ernstiger provocaties van de joodse kolonisten in de bezette gebieden en in Jeruzalem. Maar zij vergrootte wel de druk op de Palestijnen in Ramallah en Al-Bireh, waar een aantal van de Palestijnse delegatieleden vandaan komt. Dat heeft zijn effect niet gemist op de Palestijnse onderhandelingstactiek, die veel te star was”, aldus een andere Palestijnse sympathisant.