Jos Brink (49) werd opgeleid voor het grote ...

Jos Brink (49) werd opgeleid voor het grote toneel, maar kwam al gauw in de kleinkunst terecht. Al meer dan dertig jaar treedt hij op als cabaretier, hij deed musicals en vele tv-shows, schreef honderden cabaretnummers. Buiten het toneel fungeert hij als pastor en is hij actief in de homo-emancipatiebeweging. Brink leeft samen met Frank Sanders, die met hem een hoofdrol speelt in de musical Revue, Revue. De musical ging deze week in première.

Donderdag 12 december

De laatste avond in Doetinchem, dus ook de laatste dag in ons Achterhoekse stekkie, van waaruit we reizen als er gespeeld moet worden in de buurt. Een Gelders dorpje is bepaald minder hectisch dan Amsterdam. Bovendien ben je redelijk vroeg thuis na de show, zodat er bij knappend haardvuur nog lang kan worden doorgejammerd over wat er weer niet goed ging. (Er gaat gelukkig erg veel wèl goed). Frank heeft de hele dag gebeld met het kantoor over zaken die ik niet wil begrijpen, en met Jan Aarntzen, onze briljante decor- en costuumontwerper die aan zijn laatste loodjes bezig is. Ik heb me mogen werpen op de dagelijkse post: strafwerk, wanneer je hoofd er totaal niet naar staat, maar dat geldt voor alles. Het wereldleed beperkt zich deze week voor de première tot een danseres die gisteravond van de trap is gesukkeld en een danser die te lang op de zonnebank heeft gelegen, voorvallen die natuurlijk infectueus zijn voor de show.

Zo'n Gelderse dag ziet er betrekkelijk eenvoudig uit. Je ontbijt tenminste samen en je bent in elkaars nabijheid, wat ook wel eens verkeerd kan uitpakken. Het leven hier kabbelt voort met een onvoorstelbare rust en daar krijg je toch een streling van mee. Er hoest een schaap, dat is vervelend. Er is een fret in het kippenhok geweest, zodat de dames van de leg zijn, ook akelig. Maar Kroatië is ver weg.

Choreograaf Barrie Stevens heeft wéér een zetting veranderd, die 's avonds meteen getry-out is, met succes. Het wordt tijd dat de show eens van òns wordt. Ik moet vaak aan Hennie Orri denken die in de inspeelperiode van Maskerade, twaalf jaar geleden alweer, dagelijks verzuchtte: "Laten we in godsnaam eens gaan spélen!' Morgen komt regisseur Horst Mentzel er weer bij, als we in Oss staan. Heel goed en dienstig, vast wel, maar de voorstelling gaat nu toch een eigen leven leiden. Het publiek reageert enthousiast, maar we blijven kritisch. Morgen draait er weer een video mee.

We hebben 's nachts, na Doetinchem, de poezen ingeladen en het wasgoed: toch maar meteen naar Amsterdam, in plaats van morgenochtend. Half drie thuis. Ik bedenk me tot mijn schrik dat ik mijn column voor Trouw nog moet schrijven dit weekeinde, omdat er straks, door die vreselijke première, niks van komt.

Vrijdag

Wakker geworden in het Amsterdamse bed en meteen gezeur over uitnodigingen en party-hapjes. Het leven is vol teleurstellingen. Bij de post een woedende brief vol moord en doodslag van een religieuze fanaticus, omdat ik in Trouw geprobeerd heb een beetje genuanceerd te schrijven over de Moeder Gods, in het kader van de Advent. Ik heb me meteen maar bepaald tot het uitzoeken van de evangelie-lezing voor mijn dienst op Kerstmorgen. Het Lucasverhaal wordt al gelezen in de Nachtdienst, dus Johannes I, 1-18 lijkt me meer. In de liturgievergadering op maandag, mijn enige "vrije' avond, praten we daar verder over.

Eenmaal in Amsterdam is de première opeens echt dichtbij. Ik vind dat erg vervelend, ik haat premières, vanwege het examenidee. De wereld vergaat heus niet als men de show een dreutel vindt. Maar we hebben er twee jaar aan gewerkt en wee hem die er kwaad van denkt. Een beetje ren- en vliegdag: een aardig interview met het Haarlems Dagblad en een wat lacherige fotosessie. Voor het eerst sinds heel lang gaat onze produktie niet in Haarlem in première, maar in Velzen-IJmuiden. Haarlem is absoluut te klein voor vier trailers met decors en 400 pakjes en bijbehorende veren. Als een gek boodschappen gedaan en broodjes gesmeerd, want tijd om te koken was er niet. Normaal gesproken doen we dat wel en nemen een bescheiden hap mee in een thermosding, in het gezelschap "bom' genoemd, door de vorm. Om vijf uur zit iedereen in de artiestenbus zoet te lepelen (voor Pleuni Touw is dit de eerste ervaring met catering, ze acht zichzelf dan ook een bommoeder).

De sfeer is uitstekend. Het aldoor moeten spelen in wéér een ander theater is niet alleen doodvermoeiend, maar ook van invloed op de voorstelling, die technisch gesproken nooit dezelfde is. Maar zo leer je het wel en krijg je de handel in je poten.

Regisseur was er vanavond en vond het strépen vooruitgegaan. Het is grappig om een Duitser dat soort Nederlandse uitdrukkingen te horen gebruiken. We voelen ons met een Engelse dansmeester en Duitse director erg internationalico, Broadway in Purmerend. De mensen in Oss zijn schattebollen, we vinden het dus helemaal niet erg dat we er nog een paar moeten daar. Dikke pret in de bus terug. Jef, de chauffeur, vervoert behalve het tuig, ook vele flessen. Dan ben je toch zo weer in Mokum.

Zaterdag

Voor ons doen vroeg op: fotosessie met de beide moeders in het kader van de publiciteitscampagne. Mijn trouwe Puck die altoos probeert nog iets van m'n hoofd te maken bij televisie-opnamen staat al te make-uppen als we de kleedkamer van het Nieuwe de la Mar-theater binnenkomen. Mijn schoonmoeder woont in de stad, maar mijn eigen moeder helemaal in Heerlen, dus zo'n afspraak heeft veel voeten in de aarde. Foto's en interview nemen knap wat tijd in beslag, we hebben nauwelijks de gelegenheid om even bij te praten. Wat is de la Mar klein! Maar wel lief, we hebben er in geen tien jaar meer gespeeld.

We moeten een uur eerder naar Oss, omdat Barrie wil repeteren. Wat mij betreft is dat wel nodig ook, want ik mag nog wel eens mijn linkerbeen optillen als nadrukkelijk de rechter wordt verlangd (maar ik kijk er leuk bij). De pest is dat ik, wanneer er 's middags gecleand wordt, 's avonds gegarandeerd de fout inga. Het publiek is totaal verschillend van gisteravond, wat is dat toch wonderlijk. Afwachtend, maar wel heel aandachtig. Pas in de tweede helft vind ik mezelf op gang komen, hoewel Guuske en Horst roepen dat het een prima voorstelling is.

Horst geeft notes in de bus terug. Hij is voor zijn doen erg complimenteus en daar knap je geweldig van op. Ik ben een stresskip en natuurlijk veel te onzeker. Hij wil alleen een bepaald theatraal gebaar aan het einde, vlak voor de finale, vergroten. Ik bespreek dat met Pleuni, omdat ik niet goed weet waar ik de motivatie vandaan moet halen. We besluiten dat de zaal als het ware met me mee moet ademen. Morgenmiddag op de matinee proberen.

's Nachts (twee uur thuis) kipje gebraden voor de bami morgen. We hebben de videoband meegenomen, maar we kijken natuurlijk niet, omdat het morgen weer vroeg dag is. De matinee begint weliswaar pas om half drie, maar we moeten er wèl eerst heen. We denken dat poes ziek is.

Zondag

Om vijf voor elf de bus in. De mensen zien er uit als vouwblaadjes, maar er wordt veel gelachen. Wat een fantastische ploeg is het toch! Leuke voorstelling, lieve mensen, we vliegen er doorheen. Om acht uur thuis en om half negen aan de bami. Tukje gedaan. Brief geschreven aan prinses Juliana. Ik ontmoette haar in juni weer eens en zij vroeg naar de show: ""U gaat weer iets heel groots doen, hè?'' Mijn neus krulde. De prinses is een theaterfanaat. Ze bezocht onze laatste première en is daarna, gewoon op een gekocht kaartje, nog eens gegaan. Ze beloofde in Carré te komen, vandaar de uitnodiging. Die brieven zijn nog best moeilijk. Ik wil het niet te vormelijk laten klinken, maar ik heb ook niet met HKH op school gezeten. Ik zet er altijd ""Lieve Prinses'' boven en ik meen dat tenminste.

Stukje voor Trouw geschreven over kerstening van allerlei heidense feesten. Het schrijven voor Trouw vind ik nog steeds een aangename bezigheid. Af en toe kan ik invallen kwijt en vaak ook uitvallen. De Kerkpagina is een goed geredigeerd geheel. Ik ga de redactie vragen of mijn Kerkpleinstukjes mogen worden opgenomen in Het Groene Licht, het periodiekje van de Duif.

Tegen één uur de band van de voorstelling in de machine gepleurd: kijken met blocnote op schoot. Tweeduizend aantekeningen natuurlijk, maar we mogen niet ontevreden zijn. De tweede acte loopt nu beter dan de eerste. Twee weken geleden was dat andersom, een normaal mechanisme.

Morgen vrij: dat wil zeggen dat we niet spelen. In de praktijk komt dat neer op veel geprop van afspraken. Kater Pim wil niet eten. Hij is veel te dik, dus meneer kan wel iets hebben, maar het moet niet te gek worden.

Maandag

Boom gekocht. Nou ja... boompje. Het geval moet in de woonkeuken staan, op een pilaartje en dan mag hij niet te groot zijn, anders eet je voortdurend tussen de ballen.

De middag begint met interview één: de Gay-krant. Henk Krol is wezen kijken in Doetinchem en wil vooral Frank bevragen, en dat lijkt me inderdaad weer eens iets anders. Na Henk Jannie Kok van de Brabant Pers. Ze is getrouwd met Jaap, die in mijn Rotterdamse kleuterschoolklasje zat. Ze had het grote stuk van Ruud Kuyper in het AD gelezen en vroeg daar op door. Nummer drie: telefonisch, met de Pers Unie. Ook een organisatie van een aantal kranten, dus van het grootste belang voor de free publicity. Teneur van het gesprek: er is in Nederland een "musicalboom' (boem dus) en of we vonden dat wij daar de oorzaak van waren. Nou, dat vinden we, althans dat hopen we. Er is een sfeer van erkenning en dat doet de oude baas goed in deze donkere dagen. Vraaggesprek nummer vier: de Volkskrant. Een knappe, geestige journaliste die de show daags ervoor in Oss had gezien, wat we niet wisten overigens. Nicoline zei het ook pas na een uur.

Nog net tijd om een koude andijvieprak op te warmen, voor ik naar de liturgievergadering van de Duif moet. We bereiden kerstavond en kerstmorgen voor. Ik ga méé voor in de kerstnacht en preek de ochtend erna. Voor ik de deur uitga komt er een verzoek voor begeleiding van een nieuwe Aidspatiënt. De Revue is even ver weg. De vergadering verloopt geanimeerd. Na afloop een dikke borrel gedronken met vrienden van de kerk. Om twee uur thuis, waar ik Frank aantref met het nieuwe programmaboekje!!

Dinsdag

Wakker geworden met: morgen première! Dat is jammer, want de hele dag ben ik een beetje zweterig. Me onledig gehouden met het openen van een paar honderd kerstkaartenveloppen. Ik hoef niemand terug te schrijven, dat zou ook geen doen zijn. Afschminkvet gekocht bij Ruud van Volen en meteen een nieuwe doos poeder. Geneusd in een boekwinkel en niks gekocht. Door het huis heenlopen en blaadjes optillen. Nog eens het programmaboek bekeken: inderdaad een fraai boekwerkje. Ik voel me nerveus en ben daar een beetje kwaad over.

In de schouwburg valt er een spanning van me af. We zijn terug op de basis. In IJmuiden is het gemaakt en daar maken we het af ook. Maar waar ik ont-stress, komt het bij de anderen juist op. Er gaat een changement verkeerd, nogal erg verkeerd: er hadden schedelbasisfracturen kunnen ontstaan. Een goeie zaal, alert, goedlachs, goedklaps. Ik doe m'n werk met een concentratie op morgenavond. Pleuni trekt een beetje bij, ze kwam bozig binnen van een tv-opname. Leonie Jansen interviewde haar en bleek missig te zijn. Domme opmerkingen en zo. Toch een prestatie: hoe krijg je een vrouw als Pleun kwaad!

Woensdag, première

Uitgeslapen tot zo lang het kon. Onze hulp, steun en toeverlaat komt het huis met bezemen keren, zoals iedere woensdag. Opgewekt pratend over andere dingen dan onze première. We besluiten niet met de auto naar de schouwburg te gaan, maar met de bus. Samen naar de plek des onheils. Lang onder de douche en geprobeerd uit te rekenen hoeveel premières ik al heb gespeeld. Ik weet het niet meer. Niet het aantal, wèl de toestanden. Door de stad gelopen en in winkeltjes gekeken en zielig geweest en bang en kwaad en wanhopig.

Eenmaal in Velzen-IJmuiden kruipt iedereen in zijn eigen holletje en dan ontstaan er opeens clubjes: die repeteert nog wat met die, hij neemt wat door met zij, Luusje en ik keuvelen rustig over een kop koffie heen. Jo en Martin, van de kantine, hebben een prachtige kerstboom neergezet met allemaal Revue-Revue-versieringen. Warming up en stem-warming up. Het loopt tegen zessen. Er arriveren bloemen en daar krijg ik de zenuwen van, het is net of de bloemen er al wèl zijn en de kist met lijk nog niet. Frank schminkt en zegt niets, regelt niets, doet niets. Eindelijk, gelukkig. Regisseur schimt binnen. Barrie spreekt opeens alleen maar Engels. We gaan met z'n allen een nummer zingen op het toneel. Een kwartier voor aanvang (de zaal "roest goed' door de intercom) gaan we in een kring staan. We houden elkaars handen vast en Barrie praat. Weer in het Engels. Hij smeekt de zegen af voor deze voorstelling. Op zo'n moment voel ik me gewoon gelukkig in de Dapperstraat.

Na de ouverture en doek-op gaan we. We gáán. En het zal best hier en daar wat gespannen zijn geweest, het ging misschien niet allemaal perfect goed op details, Revue Revue staat er. En we spelen of ons leven ervan afhangt. In de pauze een lichte op- en ontluchting, gevolgd door veel geroep van: jongens, nog een tweede helft! Het eindapplaus is hilarisch, veel bloemen, maar dat wisten we, en wat gesnik, en dat wisten we ook. Het zit er op.

Premièreparty, rechtstreeks uitgezonden door de NCRV. "Volgspot' heeft altijd veel aan ons gedaan. De daarsteller ervan, Aart van Bergeyk is gestorven, we hebben Aart deze zomer begraven en hij was er tòch bij, dus. Nou ja, sentimentele trut ben ik, vanwege aan flarden gewerkt. Happen en snappen en veel schouderkloppen, maar dat weet je ook wel, na 31 jaar in het vak. Toch een goed gevoel. Bas, Paul, Arie rukken bij ons thuis champagne open. (Uit de kelder, niks koud gelegd van tevoren, ik zal daar gek zijn, dat is de goden verzoeken). Revue Revue is er! De kranten wáren er. Ik lees het wel, allemaal.

Donderdag 19 december

Verrot geslapen, wakker geworden met: er was gisteravond iets héél leuks! Er wordt een gigantische bos bloemen bezorgd van iemand die we niet kennen. Op het kaartje: dank je wel! Frank en ik nemen aan de tafel de gasten door. Er waren, geloven wij, ook veel fotografen, nou, dat was vroeger wel anders. En de tv was er, en de radio... We tuttelen wat aan de ontbijttafel. Op 10 januari openen we in Amsterdam, in het Koninklijk Theater Carré. Dan maken we het allemaal wéér door. Mijn moeder belt (ze mocht niet komen gisteren, in Carré pas): ""Hoe ging het, jongetje? Ik heb een kaarsje voor jullie gebrand.'' Ik zei: ""Het ging goed, mamma.''

De poes is ook weer beter.