Iraakse Koerden beleefden goed jaar, maar met een zwarte rand

“God is dit jaar goed geweest voor de Koerden”, zei onlangs een Koerd in Noord-Irak tot verbijstering van een Westerse hulpverlener. Nog maar acht maanden geleden stierven de Koerden immers als ratten op Turkse berghellingen en nog altijd kunnen enkele honderdduizenden vluchtelingen niet naar huis uit angst voor de meedogenloze troepen van Saddam Hussein. Wat is voor de Koerden dan een slecht jaar, vraag je je af.

Toch snijdt de opmerking van die Koerd wel hout. Juist door de dramatische ontwikkelingen van het afgelopen jaar staan de Iraakse Koerden er in politiek en strategisch opzicht beter voor dan tientallen jaren lang het geval is geweest. Het Iraakse leger is door de zware nederlaag tegen de geallieerden in de Golfoorlog aanzienlijk verzwakt. Een reeks verliezen tegen de uiterst gemotiveerde Koerdische verzetsstrijders, de peshmerga's, heeft het toch al verzwakte moreel van de Iraakse militairen verder uitgehold.

Voor het eerst in decennia smaken de Koerden, behalve die uit zuidelijker streken als het olierijke Kirkuk, het opwindende genoegen van echte vrijheid. Elke dag die deze vrijheid langer duurt, zal het moeilijker maken voor Saddam Hussein om zijn vroegere schrikbewind in de Koerdische gebieden te herstellen. Anders ook dan in de jaren tachtig, toen het Westen grotendeels partij koos voor Irak tegen Iran, is het bewind van Saddam Hussein nu besmet verklaard en vrijwel geheel geïsoleerd. Een welkome verandering voor de Koerden die zo lang tevergeefs bij het Westen aanklopten om steun tegen het regime in Bagdad.

Datzelfde Westen is zich dit jaar voor het eerst op grote schaal bewust geworden van het Koerdische probleem. Het schouwspel van de Koerden die met miljoenen tegelijk in doodsnood over de Turkse en Iraanse grens vluchtten voor de bloeddorstige troepen van Saddam Hussein, zal de wereld nog geruime tijd bijblijven. Een herhaling van deze tragedie zou zonder twijfel tot nieuwe geallieerde interventie leiden. En die zou Saddam Hussein gemakkelijk de kop kunnen kosten, want het geduld van het Westen met de Iraakse leider is al zeer op de proef gesteld.

Saddam Hussein lijkt zich van de gevaren van een groot offensief tegen de Koerden echter bewust en hanteert een geleidelijker methode om zijn invloed in de Koerdische gebieden te herwinnen. Hierdoor dreigt dit "goede jaar' voor de Koerden toch weer een zwart randje te krijgen. Dorp na dorp, stad na stad worden in de zuidelijker gelegen Koerdische gebieden (alle ten zuiden van de 36ste breedtegraad, buiten het militaire toezicht van de geallieerden) onder vuur genomen, waardoor de bevolking zich genoodzaakt ziet te vluchten. De Iraakse militairen verwoesten vervolgens veelal de verlaten plaatsen en kunnen stapje voor stapje hun acties naar verder gelegen Koerdische plaatsen verleggen.

Bovendien heeft Saddam Hussein een economische blokkade afgekondigd tegen de Koerdische gebieden. Slechts mondjesmaat komen er nog voedsel en brandstof uit de rest van Irak naar het Koerdische noorden. Alleen in ruil voor steeds meer concessies is Bagdad bereid tot een vermindering van zijn economische sancties tegen de Koerden, die door Saddams maatregelen een moeilijke winter doormaken. Met zijn acties gaat Saddam Hussein precies zover dat de geallieerden, die op zichzelf bepaald niet zitten te springen om een nieuwe militaire interventie, nog net niet voldoende gealarmeerd raken.

Saddam heeft daarbij het tij meer mee dan begin dit jaar. Zijn voornaamste tegenstander, de Amerikaanse president Bush, wordt in beslag genomen door binnenlandse vraagstukken en de kiezers wensen niet dat hij zich in nieuwe buitenlandse avonturen stort. Ook de grote Westeuropese landen hebben zo hun eigen problemen, voorop de Joegoslavische kwestie en de perikelen van de Europese eenwording.

Tot dusverre heeft Saddams tactiek vanuit zijn perspectief dan ook bevredigend gewerkt. Geleidelijk aan zijn zijn troepen er de afgelopen maanden in geslaagd de bevolking van de meest zuidoostelijke Koerdische gebieden naar het noorden te verjagen. Voorzien van een karig rantsoen hokken de vluchtelingen nu in tenten die in veel gevallen niet berekend zijn op de regen en sneeuw die zich in de noordelijker gebieden in dit jaargetijde voordoen.

De komst van de nieuwe vluchtelingen in het noorden heeft, opnieuw vanuit Saddam geredeneerd, twee voordelen. Ten eerste worden de toch al geringe voedsel- en brandstofreserves hierdoor verder onder druk gezet, waardoor het wankele evenwicht in de vrije Koerdische gebieden in gevaar komt. In de tweede plaats wakkert de aanhoudende stroom vluchtelingen de angstgevoelens, die de meerderheid van de Koerden nog volop koesteren, sterk aan. Ook dit is niet bevorderlijk voor de rust en de stabiliteit in de Koerdische gebieden.

Saddam beseft verder dat de voornaamste hulpverlenende instantie in de Koerdische gebieden, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR), zijn aanvallen op de Koerdische gebieden niet openlijk zal hekelen. Het UNHCR is immers formeel in het noorden van Irak op uitnodiging van Saddams regering en de vluchtelingenorganisatie is als de dood te worden beschuldigd van partijdigheid voor de Koerden.

Voor veel Koerden in de vrije gebieden in het noorden vormt deze ontwikkeling een domper op hun vreugde over hun ongekende vrijheid. Zijzelf zijn er zich ten volle van bewust hoe cruciaal de Westerse, en in het bijzonder de Amerikaanse steun is. Naarmate de Westerse landen meer tolereren van Saddam Hussein, wordt deze brutaler en wordt de toestand van de Koerden zorgwekkender.

Het is wrang dat Saddam Hussein weer betrekkelijk ongestoord zijn gang kan gaan tegen de Koerden op een moment dat de Verenigde Staten invloedrijker in het Midden-Oosten zijn dan ooit tevoren. Zolang nog enige honderdduizenden Koerden een miserabel bestaan in de kou prefereren boven een terugkeer naar huis stelt de Nieuwe Wereldorde van Bush weinig voor. Het geeft in dit opzicht te denken dat er de laatste tijd weinig meer wordt vernomen uit Washington over dit concept dat nog maar een half jaar geleden in alle toonaarden werd bezongen.

Dat de geallieerden zich niet overhaast in nieuwe avonturen willen storten is op zichzelf begrijpelijk. Er kleven lastige problemen aan. Moeten de Westerse landen alle Koerdische gebieden inclusief de olierijke provincie Kirkuk helpen bevrijden of moeten ze misschien nòg verder gaan? Zo niet, waar moeten ze dan stoppen? Moeten ook de talrijke Koerden ten zuiden van de willekeurig gekozen lijn van de 36-ste breedtegraad worden geholpen? Blijft er met een nieuwe interventie nog iets over van de soevereiniteit van de regering in Bagdad? Moeten er gedemilitariseerde zones worden ingesteld als een buffer tussen het Iraakse leger en de peshmerga's? En bovenal: hoe lang moeten de Westerse landen actief blijven toezien op de veiligheid van de Koerden?

Ondanks deze problemen mag het Westen, dat eind februari bewust een grote kans liet schieten om de tiran Saddam Hussein met militaire middelen uit het zadel te wippen en vervolgens de vluchtende Koerden pas in een zeer laat stadium de helpende hand toestak, de Iraakse Koerden niet in de steek laten. Het heeft de morele plicht hen te vrijwaren van nieuwe ontberingen. De humanitaire principes, op grond waarvan het Westen dit voorjaar ten gunste van de Koerden intervenieerde, zijn ook nu nog geldig.

Met spoed moet dan ook, bij voorkeur via de Verenigde Naties, de druk op Saddam Hussein worden verhoogd om de beschietingen van de zuidelijke gebieden onmiddellijk te staken en het economische embargo tegen de Koerden onvoorwaardelijk op te heffen. Een eerste belangrijke praktische stap vooruit voor de Koerden, vooral in psychologisch opzicht, zou kunnen zijn dat de geallieerden de patrouillevluchten met hun oppermachtige en bij het Iraakse leger zeer gevreesde luchtmacht uitbreiden tot de Koerdische gebieden ten zuiden van de 36-ste breedtegraad. Voldoet Saddam ook dan niet aan de internationale eisen, dan moeten er, indien dit de enige manier is om Saddams medewerking af te dwingen, verdergaande militaire sancties worden genomen.

Foto: Koerdische vluchtelingen bij het verwoeste plaatsje Said Sadiq in het noorden van Irak. (Foto NRC Handelsblad)