Het jaar dreigt voor het vaderlandse bridgeleven ...

Het jaar dreigt voor het vaderlandse bridgeleven en in het bijzonder voor het bridgetijdschrift IMP turbulent te eindigen.

De oktober-aflevering van het tijdschrift beschreef de wederwaardigheden van enkele Nederlandse deelnemers aan het befaamde Franse toernooi in Deauville. Het betrof een incident tussen Chris ten Kate en Huub van der Wouden van het team dat Nederlands kampioen 1990-91 was, en José Damiani, de Franse voorzitter van de Europese Bridge Liga (EBL), en diens partner. Na afloop van een bepaald spel constateerde Ten Kate dat Damiani's partner een verzaking zou hebben begaan. Zoals het behoort werd de arbiter ontboden, maar voordat deze was verschenen had Damiani de kaarten van zichzelf en zijn partner geschud, waardoor de verzaking niet meer viel te reconstrueren. Aldus het verslag, dat verder vermeldt dat de verzaking vervolgens door de Fransen werd ontkend. De arbiter had tegen het vernietigen van bewijsmateriaal moeten optreden, maar durfde dat in dit geval niet te doen.

Een lezer van IMP was zo attent Damiani hierover in te lichten, naar verluidt met de vraag of iemand in de positie van Damiani zich zoiets kan veroorloven. Wie Damiani kent of de recente Nederlandse bridgegeschiedenis heeft bijgehouden, zal niet zo verrast zijn door diens reactie: de eis aan IMP om op de cover te rectificeren met als dreigement een kort geding om deze eis af te dwingen. Toen Damiani zo'n jaar of tien geleden door de EBL tot voorzitter werd gekozen in plaats van de Nederlandse kandidaat André Boekhorst, maakte wijlen Herman Filarski in zijn krant melding van de gang van zaken bij de verkiezingen waarbij Damiani volgens hem minder fijnzinnige middelen had toegepast om aan voldoende stemmen te komen.

De schakers zijn met dit fenomeen sinds de verkiezingen van de huidige voorzitter van de Wereld Schaakbond allang vertrouwd geraakt, maar in de bridgewereld, die nog steeds wordt bestuurd door keurige heren en een enkele dito dame, zou Damiani's vermeende aanpak opmerkelijk zijn geweest. Ik zeg "vermeend' want Damiani reageerde ook toen furieus, dreigde eveneens met een kort geding en de krant besloot te rectificeren. Zeker is in ieder geval dat hoofredacteur Jan van Cleeff er verstandig aan doet de januari-aflevering van IMP in een royale oplaag te laten drukken, want zijn blad zal nu meer belangstelling trekken dan ooit!

Constructiever nieuws is dat de Nederlandse Bridge Bond heeft besloten tot een andere aanpak van het topbridge door een kernploeg te formeren. Deze zal onder leiding van coach Jaap Trouwborst zich gaan voorbereiden op de Bridge Olympiade voor teams die volgend jaar op 22 augustus in het Italiaanse Salso Maggiore wordt gehouden. De ploeg bestaat uit de drie paren van het Modalfa-team dat met overtuigende voorsprong zojuist het Nederlands kampioenschap veroverde. Aan De Boer-Muller, Borm-Maas en Leufkens-Westra zijn nog Van den Brom-Mulder en Van der Neut-Nooijen toegevoegd. Het is nagenoeg dezelfde aanpak die IJsland twee jaar geleden heeft gekozen. Zou het Nederlandse team nu ook over twee jaar wereldkampioen zijn? Dan is er voor Jaap Trouwborst nog wel enig werk aan de winkel:

ß7 9 5 4

ß6 7 3

ß5 A 4 2

ß4 A B 6 5 3

ß7 8 7 6 3

ß6 V B 6 4 2

ß5 10

ß4 V 9 4

ß7 A H V B 10

ß6 H 10 8 5

ß5 H V B 6

ß4 --

ß7 2

ß6 A 9

ß5 9 8 7 5 3

ß4 H 10 8 7 2

In dit spel dat voorkwam in de ontmoeting tussen Modalfa en team Tuwanakotta boden De Boer-Mulder de OW-handen als volgt:

W:

pas

2 ß7

4 ß5

4 ß7

O:

1 ß7

4 ß4

4 ß6

6 ß7

O gokte erop dat W een rood Aas bezat. Een erg gedisciplineerde indruk laat dit bieden niet achter. Met zijn subminimale hand doet W er beter aan in plaats van met 4 ß5 zijn controle in die kleur aan te geven, meteen met 4 ß7 af te zwaaien. Aan de andere kant nodigt O's 4 ß6 W uit een verdere beslissing te nemen. W wijst die uitnodiging met 4 ß7 zonder meer van de hand en dus is O's 6-ß7-bod hierna volstrekt onlogisch. Verlies leverde het spel niet op, want OW zaten aan de andere tafel ook in slem (6 ß6), maar daar hadden NZ in ß4 krachtdadig tegenstand geboden en was het moeilijker uit slem te blijven.

Gebrek aan discipline resulteerde wel in verlies op dit spel:

ß7 9 6

ß6 8 6 4

ß5 A H V 6

ß4 B 6 5 4

ß7 H 10 4 3 2

ß6 A H 10 7 5 2

ß5 8

ß4 8

ß7 V B 7 5

ß6 3

ß5 10 7 4 3 2

ß4 H 9 2

ß7 A 8

ß6 V B 9

ß5 B 9 2

ß4 A V 10 7 3

Dezelfde spelers kwamen na Z's 1-ß4-opening in 4 ß6 doordat W meteen naar 4 ß6 sprong. W's hand heeft een groot slagenpotentieel als hij zijn partner treft met een fit in een van zijn beide kleuren. Door direct naar 4 ß6 te springen gok je er niet alleen op dat O een fit heeft, maar ook dat die in ß6 zit. Als W geen conventioneel bod tot zijn beschikking heeft om zijn twee-kleuren-hand te tonen, doet hij er beter aan gewoon met 1 ß6 te volgen en later ß7 te bieden als O voor de ß6-kleur geen enthousiasme toont. Aan de andere tafel beschikten OW wèl over een conventioneel bod en daar werd 4 ß7 op een verder vanzelfsprekende wijze bereikt. Het team van Tuwanakotta won hierdoor niet alleen de match, maar ook het toernooi.